13½ uit 43 ?

 

 

13½ uit 43 ?

Manuel

Nepveu

 

 

Toen ik die dinsdag binnenkwam begon Bernard alvast met de psychologische oorlogvoering. “Ik heb eens gekeken thuis.  Jij hebt 12 ½ uit 42 tegen mij.” Ik was wat verbaasd. Hadden we zoveel partijen gespeeld? Zaten daar ook de partijen in de zomercompetitie bij, mijn winstpartij van afgelopen zomer?  In mijn mooie bewaarboek had ikzelf op dat moment maar vier partijen tegen Bernard genoteerd. Twee gewonnen door hem, een door mij, een remise. Hm.

 

Van de psychologische oorlogvoering trok ik mij weinig aan. Ik had me weliswaar niet op voorhand verzoend met een nul, maar hield wel rekening met die mogelijkheid. Tegen sommige andere spelers doe ik dat nooit, tegen BB wel. Realiteitszin heet dat. Ik was ontspannen en ik had mij niet anders voorbereid dan dat ik in mijn hoofd een paar dingen had lopen bedenken en daar was geen schaakbord aan te pas gekomen.

 

Manuel Nepveu – Bernard Bannink, 2-11-2010

Grünfeld

 

1 d4, d5 2 Pf3, Pf6 3 e3

Het lijkt wat apart om nu al commentaar te geven, maar ik doe het toch. Deze tam ogende zet wordt door Bernard zelf regelmatig toegepast, ook in serieuze wedstrijden. De zet heeft wel iets, want er zijn allerlei overgangen mogelijk naar openingen waar ik wel van houd.

 

3…,g6 4 c4, c6 5 Pc3, Lg7 6 Ld3, 0-0 7 0-0, Lg4 8 h3, Lf3x 9 Df3x, dc4x 10 Lc4x, Pbd7 11 Td1, e5

Dit alles kwam in no-time op het bord. Niet omdat ik herkende dat ik met een Groenveldje te maken had, want dat kreeg ik pas thuis in de gaten. Neen, de openingszetten zijn logisch, het is allemaal natuurlijk. Tot mijn verbazing zag ik thuis dat ook mijn volgende zet nog theorie is. “Wat ben ik toch geniaal!” zou Noordhoek zeggen.

 

12 d5, c5 13 e4, Pb6 14 b3 Pe8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Ik heb erover gedacht om dit stukje een andere titel te geven: “Ken uw klassieken!” Ik zal u vertellen waarom. Het was me duidelijk dat Zwart nu naar een bijkans onaantastbare positie op d6 streefde met zijn koningspaard. Dan gaat er van zo’n kreng een verlammende werking uit en omdat zwart met opstoten als …,f5 gaat komen zou het initiatief wel eens snel naar de zwarten kunnen gaan. Op dit moment kwam Nimzowitsj mij in herinnering. Zijn boek “Mein System” had ik voor mijn achttiende verjaardag gekregen. Het was eindexamentijd, maar toch had ik het in drie weken verslonden. Bepaalde zinnen staan mij nog altijd voor de geest. “Der Freibauer ist ein Verbrecher, der hinter Schloss und Riegel gehöre…..Die Expansionslust der Freibauern. Das Erwachen der Hintermänner…”

Nimzowitsj schreef grappig en de eerste zin die ik neergeschreven heb, heb ik ook in latere schrijfsels (Hans Ree?) horen echoën. Ik heb op dit moment een serieuze worsteling met mijzelf moeten ondergaan. Zal ik, of zal ik niet? Uiteindelijk won mijn objectiviteit het van mijn meer behoudende instincten. Noch Fritz noch Rybka geven de volgende zet bij de eerste drie opties en toch is hij de beste, denk ik.

 

15 d6!?, Pd6x 16 Pb5, Pbc8 17 La3, Db6 18 Pd6x, Pd6x 19 Tac1, Tac8 20 Td5, Lh6 21 Tc2, Da5 22 Lc5x, De1+?

Dit is de enige zet die echt met een vraagteken versierd moet worden, al zal ik allerminst beweren dat alle voorgaande zetten van beide partijen steeds de beste zijn geweest.  Beter voor Zwart zou zijn geweest 22…, TxL 23 TxT, DxT 24 Lx f-pion , TxL 25 TxD, TxD 26 gf ,maar ook dan staat Zwart er niet prettig voor en maakt Wit de dienst uit.

 

23 Kh2, Pc4x 24 Lf8x, Pe3 25 fe3x, Le3x


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 


26 Td1

Hier miste ik het schitterende 26 De3x!, De3x 27 Tc8x, Df4+ 28 Kg1!, De3+ 29 Kh1 en Zwart is na zijn volgende schaakje uitgepraat. Het is typisch Bernard om er in verloren stelling alles uit te persen wat erin zit. In het vervolg speel ik degelijk en de mogelijkheid op zet 28 om op c8 te slaan heb ik niet benut. Jammer misschien, maar juist tegen onze BB heb ik op tactisch vlak in het verleden nog weleens een steekje laten vallen, met pijnlijk verlies van halve en hele punten tot gevolg.

 

26 …, Lf4+ 27 Df4x

De enige zet en een uitroepteken zoals Fritz die in de analyse geeft is dus eigenlijk niet op zijn plaats.

 

27…, ef4x 28 Te1x, Tc2x 29 Lh6, f3 30 Td1, Tg2x+ 31 Kh1, f6 32 Td2 en hier zag ik hoe Bernard zich suf zat te peinzen met nog maar een minuut op de klok.  Juist toen hij iets wilde doen viel zijn virtuele vlag. (1-0)

 

Ik heb nu dus 13½ uit 43. Iets in mij zegt dat Bernard die opmerking aan het begin van de avond niet had moeten maken. Ik heb nog eventjes, vlug, naar de deuropening van de zaal gekeken, want ik heb daar ooit, na een aardige prestatie, de warmbloedige Caïssa gezien met haar zweepje, haar gastvrije blouse en haar ordinaire naaldhakken. Ik zag haar nu niet, maar haar besmuikte lach heb ik duidelijk gehoord.

 

Scroll naar boven