Bestaat Promotie

CHESS ARTICLES

Bestaat Promotie ?

‘Nepveu bijna bovenaan’ had mijn vrouw in de krant gelezen, zei ze. Ja hoor, dacht ik, dat zal ze wel weer verkeerd gelezen hebben. Er zijn zo van die zekerheden in je leven die je vastigheid bieden, en dat is er een van. Ze zal wel weer ‘Nemesj bijna bovenaan’ gelezen hebben in een stuk over de beklimming van de Mount Everest, of ‘Nerveus weer bovenaan’ in een stuk over de belangrijkste kwalen die psychologen bij hun patiënten vinden. Ik maakte me niet druk. Als oud-lid van Promotie wist ik toch zeker wel dat dat niet kon. Maar ze hield vol, het was echt waar. ‘Nepveu bijna bovenaan’. De schat.

Het deed me wel aan vroeger denken. Die goede, oude tijd, waarin Broekman jaren achtereen kampioen werd, of Blankespoor, of Kalkwijk. Ahlers, natuurlijk! Cayaux! In die jaren was een zekere Manuel Nepveu een topper in de tweede groep. Alles stond vast, je wist waar je aan toe was. Met de komst van Bannink verdwenen die zekerheden en daarmee die goede oude tijden, maar alla, dat was een veelbelovend jeugdtalentje dat snel naar een andere vereniging zou gaan. Maar hij bleef en werd vaker kampioen. Dat was het moment dat ik ben afgehaakt. Maar zo nu en dan volg ik de vereniging nog wel. Soms hoor ik wel eens wat, en een enkele keer kom ik nog wel eens langs, hoewel de laatste twee keren me slecht bevielen.

De eerste keer (zo’n zeven jaar geleden, denk ik) kreeg ik van mijn vrouw te horen dat Henk Noordhoek kansen zou maken op het kampioenschap. Nadat ik was uitgelachen (de schat heeft nou eenmaal geen verstand van schaken) las ik tot mijn verbijstering in de krant dat Noordhoek bijna kampioen was. ‘Die berichtgeving in het Streekblad ook altijd!’, had ik gedacht, maar uit nieuwsgierigheid was ik toch naar de jaarvergadering gegaan. En ja hoor, Noordhoek werd uitgebreid gefêteerd met zijn kampioenschap. ‘Bestaat Promotie?’ dacht ik toen voor het eerst. Later bedacht ik dat ze me gewoon voor het lapje hebben gehouden. Leuk toneelstukje, dat kampioenschap. Broekman was natuurlijk de echte kampioen. Met die gedachte kon ik verder leven.

Een paar jaar later was ik toevallig weer in de buurt en ik ging onaangekondigd naar binnen. Het was weer ouderwets gezellig, maar ik kreeg een klap toen ik de stand zag. Na tien ronden stond Eggink bovenaan. Volgens Meijer zou hij binnenkort in het eerste gaan spelen ook! Nadat ik was bijgebracht friste ik mijn geheugen nog eens op. Die Eggink, dat was in mijn tijd toch een middenmoter in de tweede groep met vage openings-ideëen? Bovenaan? Hij? Dat kon niet. Waarschijnlijk heb ik alles gedroomd, want toen ik drie weken later weer kwam stond hij gewoon weer twintigste. Weer een toneelstukje? Bestond Promotie eigenlijk nog wel?

Door al die oude herinneringen was ik toch een beetje uit het veld geslagen door de opmerkingen van mij vrouw. Er zou daar bij Promotie toch niet weer iets geks aan de hand zijn? Nepveu bovenaan, een fatsoenlijke vereniging zou hier toch tegen optreden? Een paar weken daarna zei mijn vrouw dat ze die middag een vriendin van de vrouw van een neef van de buurvrouw van Nepveu had gesproken, en dat die had gezegd dat het echt waar was, dat Nepveu nu tweede stond bij Promotie, en dat hij bijna eerste stond, en dat hij heel trots was, en dat Eggink en Sewkarannogwat ook heel hoog stonden op de ranglijst. Ze zouden toch niet? Maar het bestuur dan? Zouden die daar niets aan kunnen doen?

Gewapend met een heleboel achterdocht ging ik op een dinsdagavond naar Promotie om poolshoogte te nemen. Ik heb het geweten. Bij binnenkomst pakte ik een blaadje van de stapel. “De Promoot”. Dat heette vroeger toch gewoon “Weekbulletin”? Al die nieuwlichterij ook. En ja hoor. Bannink bovenaan, Nepveu tweede, Eggink en Sewkaransingh zes en zeven. En tot mijn schrik Broekman ook nog op een degradatieplaats! Wat een ellende. Wie heeft dat competitiesysteem in hemelsnaam bedacht? Hoe kan in een bonafide systeem Nepveu bovenaan komen? En Eggink? Sewkaransingh, ach, dat is natuurlijk weer zo’n jeugdtalentje die het een jaartje leuk doet, maar waar je verder nooit meer wat van hoort. En Broekman op een degradatieplaats? En ik las ook nog dat ‘Doctor Manuel’ schaakles gaf. De arme drommels…. “Bier, bier” schreeuwde ik, en gelukkig kon daarin worden voorzien. En wat ik toen zag: alsof ik het zelf had bedacht, geschreven en geregisseerd. Heerlijk, heerlijk.

Wat wilde het geval. Bannink had afgezegd, want hij wilde gaan bridgen. Nooit een echte schaker geweest, die jongen, maar alla. Door een fout bij de wedstrijdleider (Trommel) was dat echter niet doorgekomen en op de indeling van die week stond de partij Bannink – Nepveu. Bij afwezigheid van Bannink zou Nepveu dus een reglementair punt krijgen, en koploper worden. En Trommel was niet te vermurwen. ‘Punt is punt’, zei hij. Maar toen dit bekend werd ontstond er ergernis onder de schakers, en paniek in de bestuursgelederen. Dit kon toch niet. Dit ging te ver. Het bestuur zette de wedstrijdleider onder zeer zware druk, en om te voorkomen dat hij gelyncht zou worden zegde hij toe dat hij zou proberen Bannink op te sporen. Na een telefonade van een dik kwartier langs allerlei rokerige cafés werd Bannink opgespoord. Hij zat net het slem van zijn leven te spelen (7 sans die er niet in zat, maar er wel uit dreigde te komen) en vond het dus zeer vervelend dat Trommel belde, en hij werd dan ook erg kwaad. Maar toen hij hoorde waar het over ging gooide hij de kaarten er bij neer en snelde zich naar de vereniging. Daar aangekomen (hij was nog net op tijd) veegde hij in luttele zetten Nepveu van het bord. De vereniging was gered. Bannink, het slem van je leven zal je wel nooit meer spelen, maar, namens heel Promotie, bedankt!

Maar dat was natuurlijk allemaal een toneelstukje, voor mij. Bedankt! Promotie bestaat natuurlijk niet echt.
Edgar H. Kriggen. (Uit Promotie nr 45-3)
P.S. Het laatste bewijs dat ik nog nodig had om me ervan te overtuigen dat Promotie echt niet bestaat hoorde ik vorige week. Noordhoek zou knock-out-kampioen zijn geworden. Hahahahahahahahahahaha!
(Uit Promotie nr 45-3)

Scroll naar boven