Messemaker
Messemaker.
Om kwart voor twaalf verzamelde zich een zooitje ongeregeld voor het gebouw waar de Promotianen elkaar feestelijk plegen af te slachten op dins- en andere dagen. Het was 8 maart, Knsb-zaterdag. Een uitwedstrijd stond op het programma tegen een van de oudste clubs van Nederland. Om precies te zijn, de veldtocht zou gaan tegen de Goudse schaakclub Messemaker. Het zou een mooie middag worden, want deze club was de rode-lantaarn drager in de poule waarin Promotie 1 speelt. Over de wedstrijd maakten wij ons dan ook geen van allen grote zorgen. Er was wel een beetje met de bordvolgorde gespeeld, teneinde Noordhoek en -gebruikelijk edoch irritant noodzakelijk- Verwiel wit te geven, maar dat mocht natuurlijk niet uitmaken.
Over onze tegenstanders is trouwens wel wat aardigs te vertellen. Schaakclub Messemaker bestaat precies 150 jaar. De club was, aanvankelijk uiteraard onder andere naam, opgericht door de Goudse neringdoende Messemaker, die in de Nederlandse schaakhistorie bescheiden bekendheid kreeg door enige malen kampioen van de schaakbond te worden, kort nadat deze in 1873 was opgericht. Bovendien schijnt hij ook nog met Anderssen geschaakt te hebben toen die in juli 1861 Nederland bezocht, maar het bewijs daarvan heb ik in het Anderssen-boek van von Gottschall -dat alle bekende partijen van de Duitse Altmeister bevat- niet kunnen vinden. Of dit nu betekent dat de partijen zo’n bedenkelijk niveau hadden dat von Gottschall ze stiekem toch maar niet heeft opgenomen weet ik niet. Hoe dan ook, ik heb de partijen niet gevonden.
De club moet minstens één maal in zijn lange historie op sterven na dood geweest zijn. Thans echter leeft Messemaker en het speellokaal is heel toepasselijk gevestigd in een bejaardentehuis.
Nu vond teamleider Hoorweg het wel een leuk idee om de jubilerende club een cadeautje aan te bieden. Natuurlijk wás dat ook een leuk idee: eerst met vriendelijke woorden taart uitdelen en dan deze Goudse provinciaaltjes een niet alledaags pak slaag geven! Prachtig!
Het ging echter iets anders.
Na ruim twee uur spelen bleek nog niets van de superioriteit die wij op papier duidelijk bezaten. Ik maakte me geen zorgen. Zelf stond ik niet onprettig. Ik zat voor mijn doen aan een schandelijk laag bord en een blik op de ratinglijst leerde me dat mijn tegenstander een rating had waarmee je ook in de laagste klasse van de Knsb-competitie geen hoge ogen gooit. De beslissende fout zou wel komen. En hij kwám ook!
J. Evengroen (1868) -MN (2037)
1 e4, e6 2 d4, d5 3 Pd2, Pf6 4 e5, Pfd7 5 Ld3, c5 6 c3, Pc6 7 Pe2, cd4x 8 cd4x, Db6 9 Pf3, f6 10 ef6x, Pf6x 11 0-0, Ld6
Het is niet ongebruikelijk dat mijn tegenstanders het voorgaande snel op het bord brengen. Hier in de buurt gaat men meestal pas echt nadenken. Er komt nu een laveerfase waarin beide spelers op gepaste wijze hun tijd gebruiken. Ik had dan ook alle tijd mijn tegenstander te observeren, wanneer ik niet aan de bak moest. Ik kreeg steeds meer het vermoeden dat ik hem eerder had gezien. Maar waar ? Ik wist het niet. Na de partij zou ik dat wel uitvissen. Ik zag naar welke velden hij langere tijd keek. Dat geeft soms wel eens aardige informatie.
12 a3, Ld7 13 Te1, 0-0 14 Pc3, Tae8 15 Le3, a6 16 b4, Dd8 17 Ta2, Kh8 !?
Na tamelijk lang nadenken gespeeld. Grappen over de diagonaal a2-g8 wil ik er voor altijd uit hebben (het doorzetten van e6-e5 ligt in de bedoeling). Een keer eerder heb ik in soortgelijke stelling …,Kh8 gespeeld. Dat was tegen IM V.Moiseev, Berliner Sommer 1994. Dat ging toen niet goed en dat had te maken met de stand van de koning in de hoek en het feit dat ik mijn g-pion later toch moest opspelen. Tijdens de partij realiseerde ik me dit. Een waarschuwing van Caïssa ?
18 Lg5, Dc7 19 Tc2, Db8 20 g3, Da7 21 Le3, Pg4
Over deze zet dacht ik weer lang na. Ik realiseerde me weldegelijk dat mijn koningsvleugel er een weinig bloot bij komt te liggen, maar een loperoffer op h7, gecombineerd met Pg5 en Dg4 had niet het voor wit wenselijke resultaat. Ik had gezien dat ik na een evt. Pg5 op e3 kon/moest nemen…..
22 Pg5, Pe3x??
A tempo gespeeld, op grond van mijn eerdere overwegingen.
23 Dh5!
Mijn tegenstander speelde dit ook vrijwel à tempo. Het duurde nog een seconde voor ik me realiseerde wat ik met mijn vorige zet had toegelaten en wat ik gedurende al die voorgaande tijd over het hoofd gezien had. Hoe is het mogelijk !? Hoe had ik deze voor de handliggende zet kunnen missen !?
23…..,h6 24 Dg6 (1-0)
Aangeslagen pakte ik m’n welbekende, geheel gerafelde en voor het schaken uitermate geschikte ruitjesjasje, voegde Hoorweg toe dat ik in de volgende wedstrijden nu wel twee keer wit wilde hebben -wat natuurlijk nergens op sloeg- en ging de open lucht in voor een kalmerende wandeling. Maar dat viel tegen. Een aantal langsrennende, per definitie irritante peuters begon me aan de kop te zeuren : “Meneer, meneer, wilt U tikkertje met ons spelen ?”. Haarfijn aangevoeld van die monsters !
Ik haastte me terug en zette mij op een bankje voor het speellokaal, alwaar een per ongeluk vrij rondlopend oudje mij ijzersterk mededeelde dat het mooi weer was om buiten te zitten. Ik knikte vriendelijk en keek schielijk een andere kant op. Door mijn hoofd flitste de niet helemaal onprettige gedachte dat zij ongetwijfeld spoedig onder de grond zou liggen. Twee sigaren joeg ik er in het volgende half uur doorheen, als waren het ketters op de brandstapel. Toen ik dan toch een beetje was bijgekomen en schichtig in dat vervloekte bejaardenhuis terugkeerde -zouden de lachsalvo’s onbedaarlijk zijn ?-
was inmiddels de helft van de partijen ten einde: de drie andere waren in remise geëindigd. Verder leerde een korte blik op de borden waar nog werd gespeeld dat een Promotie-overwinning nog steeds niet in de lijn der verwachtingen lag. Verwiels stelling beviel me om te beginnen absoluut niet en aan de overige drie borden zag ik nergens winst. De stelling van Broekman was tweesnijdend. Wie weet.
Ongelukkigerwijze zag ik het goed. Verwiel werd krachtig knock-out getimmerd en de rest berustte al vrij snel in remise. Bij Broekman moest daarvoor trouwens nog even ‘getorenofferd’ worden.
Terug reisde ik met Meijer mee. Zoals bij hem gebruikelijk reden we eerst even de verkeerde kant op en moest ik hem er meer dan eens op wijzen dat hij van rijstrook moest veranderen, maar uiteindelijk kwamen we toch bij de parkeerplaats bij de Leyens. De Chinees zou ons tot troost moeten strekken.
Het idee om de heren van Messemaker op een lekkere taart te trakteren was misschien toch niet zo goed geweest. Een taart met tieten er op had misschien meer succes gehad, zo dacht ik goed hoorbaar. Een argeloos passerend echtpaar keek verschrikt op, hetgeen Sven Bakker ertoe bracht te melden dat hij hier niet bij hoorde. Pas een kwartier later, nadat ik hem de betekenis van het Engelse woord ’tart’ had uitgelegd, begreep Sven wat ik eigenlijk had bedoeld.
De slotconclusie van de dag was in elk geval duidelijk: Promotie 1 moest nóg een jaar in de derde klasse doorbrengen.
MN
