Bizarre zetten

BIZARRE ZETTEN

BIZARRE ZETTEN

 

Vrolijk dansen boven ’t ravijn had de koppenmaker van de Volkskrant op 13 december 1997 boven het schaakartikel van Gert Ligterink gezet. In een van de matches om het wereldkampioenschap nieuwe stijl was de strijd hard en bitter. Etienne Bacrot, ’s werelds jongste grootmeester, vocht in die match een bizarre strijd uit met Tamaz Georgadze. Na de zevenentwintigste zet stond tijdens hun eerste partij de volgende stelling op het bord.

WyyyyyyyyX
xAaAaAaGax
xaBaAaBbAx
xBaAfEaAbx
xhCaBaAaAx
xAaCaAaAax
xaAhAhAaAx
xAaAlJhHhx
xiAiAaAmAx
ZwwwwwwwwY

  • Bacrot – T. Georgadze (Groningen, 1997)
  • 27. … Tc4-c5? 28.c3-c4! Tb5-b3 29.Pe2-d4 d5xc4 30.Pd4xb3 Tc5-d5 31.Pb3-d4 Zwart heeft een volle toren in moeten leveren in ruil voor slechts een pion. Dit zou genoeg moeten zijn voor de witte winst zou je zo zeggen. Niet dus. Bij de 86ste zet eindigde deze partij in remise. Het dameeindspel dat toen na vele bizarre zetten op het bord stond viel niet meer voor wit winnen! De dans boven ’t ravijn was voor Bacrot in het ravijn geëindigd.

    Nu is schaken een simpel spel dat volgens strikte regels gespeeld wordt waar we allen van op de hoogte zijn. Hoewel, Henk Noordhoek denkt een aantal malen aangetoond te hebben dat vrijwel niemand echt op de hoogte is van de FIDE regels, maar wij weten natuurlijk wel beter. Verrassingen zijn dus in hogere zin bij voorbaat uitgesloten. Als we achteraf kunnen beredeneren wat er op het bord mis ging kunnen we dat natuurlijk net zo goed vooraf doen. Foutloos schaken ligt ongetwijfeld binnen handbereik. Maar als dat zo is wat ging er dan mis met Bacrot in bovenstaande partij?

    Om eerlijk te zijn ik zou het niet weten. Bacrot is zeker niet te oud. Hij heeft ervaring met matches. Hij stond een toren tegen een pion voor. Groningen is een aangename stad. Tamaz Georgadze kan niet toveren. Het enige dat ik kan verzinnen is dat wij veroordeeld zijn door een speling van de natuur tot het te pas en vooral te onpas doen van bizarre zetten. Ik vermoed dat we in het bezit zijn van een gen dat invloed heeft op de zetten die we bedenken.

    Dat niet alleen Bacrot maar vrijwel iedereen last heeft van dit gen zal duidelijk zijn. Ik geef enkele stellingen die dit verschijnsel klip en klaar illustreren.

    WyyyyyyyyX
    xCdEfAcGax
    xbAaBbBeBx
    xAbAaAdBax
    xaAaAaAaAx
    xAaHjHaAax
    xaAjAaAaAx
    xHhAaKhHhx
    xiAkLmAaIx
    ZwwwwwwwwY

    J.W. Meijer – F. Hoorweg (Zoetermeer, 1990)

    1.d2-d4 Pg8-f6 2.c2-c4 c7-c5 3.Pg1-f3 c5xd4 4.Pf3xd4 g7-g6 5.Pb1-c3 Lf8-g7 6.e2-e4 0-0 7.Lf1-e2 b7-b6? Zie diagram. 8.e4-e5!

    Frits Hoorweg dacht even na en gaf op. Hij verliest, vanwege de dreiging 9.Lf3 teveel van zijn have en goed.

    Het is leuk te weten dat Loek van Wely een gen met een identiek defect heeft als dat van Hoorweg.

    WyyyyyyyyX
    xCdEfAcGax
    xbAaAbBeBx
    xAbAbAdBax
    xaAbAaAkAx
    xAaKhAaAax
    xaAhAhJaAx
    xHhAjAhHhx
    xiAaLmAaIx
    ZwwwwwwwwY

  • Rongguang – L. van Wely (Antwerpen, 1997)
  • 1.d2-d4 Pg8-f6 2.Pg1-f3 g7-g6 3.Lc1-g5 Lf8-g7 4.Pb1-d2 0-0 5.e2-e3 d7-d6 6.Lf1-c4 c7 c5 7.c2-c3 b7-b6? Zie diagram. 8.Lg5xf6 Lg7xf6 9.Lc4-d5! En zwart verloor na nog enkele zetten.

    Een voorbeeld van een ander genetisch defect.

    WyyyyyyyyX
    xAaAaAdKax
    xaAaAaAaBx
    xAaAaAaAax
    xaAaAgAaAx
    xAbAaBaAhx
    xaAaAaHhAx
    xAaAaAaMax
    xaAaAaAaAx
    ZwwwwwwwwY

    J.W. Meijer – C. Hoogeterp (VHS) (Z’meer, 1992)

    44.fe4? Pe6! en wit gaf op. De zwarte pion op b4 promoveert nu wit geheel eigenhandig zijn loper buitenspel gezet heeft.

    Een bizarre ontwikkeling? Wat moeten we dan wel niet van het volgende partijslot denken.

    WyyyyyyyyX
    xAaAcAaGax
    xbBaCaAbBx
    xAaAaEaAax
    xaAaAhBaAx
    xAfHaAhAax
    xaAaKhAaAx
    xAaLaAmAhx
    xaAaIaAiAx
    ZwwwwwwwwY

    A. van Bergen (DD) – J.W. Meijer (Gv, 1995)

    25.Ld3xf5! Td7-d2 26.Kf2-g3 Td2xc2 27.Lf5xe6 Kg8-f8 28.Td1xd8 Kf8-e7 29.Tg1-d1! Ke7xe6 30.Td1-d6 Ke6-e7 Na 30.Kf5 31.Kf3 volgt mat.

    WyyyyyyyyX
    xAaAiAaAax
    xbBaAgAbBx
    xAaAiAaAax
    xaAaAhAaAx
    xAfHaAhAax
    xaAaAhAmAx
    xAaCaAaAhx
    xaAaAaAaAx
    ZwwwwwwwwY

    Een fraaie remise combinatie dacht ik. Nu verzonk mijn tegenstander echter in diep gepeins. Onnavolgbaar waren zijn hersenspinsels.

    31.f4-f5? De1! 32.Kf4 Dh4 33.Kf3 Tf2 mat.

    Onnavolgbaar? Nog een voorbeeld.

    WyyyyyyyyX
    xAaAaCaGax
    xaAaAaBbAx
    xBfAaAaAbx
    xaAeHaAaAx
    xAaHaAaKax
    xaAaAaAhAx
    xAaLaAhAhx
    xaAiAaAmAx
    ZwwwwwwwwY

    L.G. Verburg (LSG) – J.W. Meijer (Leiden, 1997)

    32.Kg1-g2 Db6-f6 Hoe de stelling te beoordelen? Volgens mijn taxatie heeft zwart dankzij de aanvalskansen die de lopers van ongelijke kleur hem hier bieden voldoende compensatie voor de pion. 33.Tc1-d1 Te8-b8 34.Td1-e1 g7-g6 35.Te1-e2 Df6-a1 Ik zag dat ik nog drie minuten had voor de volgende vijf zetten. 36.Dc2-a2 Da1-d4 37.Da2xa6? Dd4xg4 38.f2-f3 Dg4-d4 39.Da6-c6 39.Kg8-g7 40.Dc6-c7 Waar moet de zwarte toren heen. Ik pakte hem op, zette hem op b1 neer, dacht even na en zette hem weer op b8 terug. Tien seconden later hoorde ik mijn vlag vallen. Waar moet ik hier de vraagtekens plaatsen. Misschien dat Jeroen Piket het weet. Hij gaf ook eens een partij uit handen door met nog genoeg seconden op de digitale klok eveneens geen veertigste zet uit te voeren. Wellicht kan hij dan ook vertellen wat ik tijdens mijn laatste partij had moeten doen.

    J.W. Meijer – M. Pietersma (WSC) (Z’meer, 1997)

    1.d2-d4 d7-d5 2.c2-c4 c7-c6 3.Pg1-f3 Pg8-f6 4.Pb1-c3 d5xc4 5.a2-a4 Volgens de Theorie der Schaakopeningen van dr. Max Euwe wits beste kans op initiatief.. 5.Pf6-d5!? Over bizarre zetten gesproken. Voor mij een volstrekt nieuwe. Euwe zwijgt. Een onbehaaglijk gevoel overviel mij. Ik wist niet goed hoe te reageren en verloor de partij.

    Een dag later heb ik Willem Broekman, onze teamleider, gebeld om hem te vertellen dat ik mij terugtrek in een Tibetaans klooster. Ik ga daar op zoek naar de definitieve waarheid over het schaken. Ik houd jullie op de hoogte!

    Hans Meijer.

    Scroll naar boven