Dresden

DRESDEN 1998

 

DRESDEN 1998. door Manuel Nepveu

De bovenstaande titel deugt niet, dat is duidelijk.

Wie op school goed heeft opgelet weet dat het is: Dresden 1945.

Het was Carnavalsavond. Er zal niet veel te vieren zijn geweest in de onderscheidene landen van Europa, maar het wás Carnavalsavond.

Bommenwerpers van Geallieerde snit vlogen over het Rijk van de Duivel. Vanuit grofweg westelijke richting vlogen zij naar het oosten. Ditmaal wierpen zij de gebruikelijke feestverlichting niet af boven Keulen, Hamburg en het Ruhrgebied. Kilometers hoog vlogen zij ditmaal over deze steden, met een donker, monotoon geluid. De Duitse bevolking wist uit lange ervaring hoe er op dit geluid gereageerd moest worden, maar de bewoners van de steden in het Ruhrgebied gingen ditmaal voor nop de schuilkelders in. Dit keer waren zij nu eens niet aan de beurt.

Dresden wordt in 1216 voor de eerste maal in officiele stukken genoemd. Als August de Sterke koning der Saksen wordt in 1694, begint een periode van grote bloei voor de stad, een bloei die vooral bouwkundig zichtbaar wordt. Zwinger, Frauenkirche, Matthäuskirche, de Brühlse Terrassen, en de Hofkirche onstaan alle in de eerste helft van de achttiende eeuw. In de negentiende eeuw komen het Hoftheater, de Gemäldegalerie en “Das blaue Wunder”, een monumentale ijzeren brug over de Elbe, er nog eens bij. Dresden wordt trots omschreven als “Florence aan de Elbe”.

Het is Carnavalsavond en er bevinden zich 1,1 miljoen mensen binnen Dresden. Dat zijn oorspronkelijke inwoners en lieden uit het oosten, die voor de oprukkende Russen uit gevlucht zijn. Het Derde Rijk gaat geen Duizend jaren duren.

Ook krijgsgevangenen bevinden zich hier. Mijn latere schoonvader bijvoorbeeld, geïnterneerd in Hohenstein, enkele tientallen kilometers ten oosten van Dresden, bevindt zich in de stad. Hij moet als Manusje van Alles in een ziekenhuis werken.

Even na 22.00 uur vallen de eerste bommen op de stad. Vele honderden ijzeren vogels laten hun explosieve drollen gedurende een half uur vallen. Het centrum van de stad is het doelwit.

Op dit moment is het uiterst onzeker of mijn schoonvader wel mijn schoonvader zal worden.

Na deze eerste aanval volgt in dezelfde nacht nog een tweede en binnen twaalf uur een derde. Achtentwintig vierkante kilometer Dresden is dan een rokende en stinkende puinhoop geworden.

De schattingen over het dodenaantal lopen uiteen, zijn politiek beladen en dus onbetrouwbaar. Het is waarachtig niet ondenkbaar dat Hirosjima in de eerste dagen na De Bom minder doden telde dan Dresden.

Mijn schoonvader is mijn schoonvader geworden. Ik heb één enkele maal, schroomvallig, met hem over het bombardement gesproken. Dat gesprek duurde slechts enkele minuten.

————————————————

 

Hoezo dan de titel “Dresden 1998” ?

Sinds de negentiger jaren van de vorige eeuw werd er elk jaar een schaaktoernooi in Dresden gehouden, de oorlogsjaren niet meegerekend.

Nu was het moment gekomen dat zes Promotianen het negen-rondige “Dresdner Open” gingen bezoeken. Zes Promotianen en een ex-Promotiaan. Of toch ….. zeven Promotianen ?

Medio juli togen zij naar Dresden. Willem Broekman, Bernhard Bannink, Henk Noordhoek, Henk Luitjes, Gerhard Eggink, Frits Hoorweg en ondergetekende.

Frits Hoorweg ? Maar was die niet overgelopen naar DD ? Was die niet in dienst van de vijand ? Spoelde men bij Promotie de mond niet wanneer men zijn naam per ongeluk noemde ? Wilde men die er wel bij hebben ?

Ja lezer, ja. En dat schreeuwt natuurlijk om een verklaring.

Zijn opmerkelijke verhuizing naar des Graven Hage had hem eigenlijk automatisch in de armen van het eerbiedwaardige DD gedreven en hij was voor hun tweede achttal uitgekomen en met hen gedegradeerd. Maar in zijn hart was het knagen hoorbaar. Via via hadden sommige Promotianen dit vernomen.

Hadden de Goden er misschien voor gezorgd dat de wedstrijd DD 2 – Promotie 1 was geëindigd in 31/2-41/2 in plaats van het meer voor de hand liggende 41/2-31/2 ? Waren het misschien de Goden geweest, die de oude Mulder met blindheid geslagen toen hij tegen de verschrikkelijke Ahlers remise op een voor DD hoogst ongelukkig moment uit de weg ging ?

Het zat Hoorweg niet lekker. Maar daar ging op zekere dag de telefoon. Wedstrijdleider extern van Promotie aan de lijn, Eggink. De Eggink.

Of hij, Hoorweg, zou willen overwegen een plaats op Promoties Vlaggeschip te aanvaarden, het vlaggeschip dat naar hoger sferen was gepromoveerd. Hoorweg zag nu helder in, dat dit gebaar van verzoening het werk der Goden was en ook dat weigeren niet mogelijk zou zijn zonder groot onheil over zichzelf af te roepen.

Hij werd vervolgens uitgenodigd, nee gesommeerd om mee te gaan naar Dresden. Dat zou een mooie voorbereiding zijn op de Knsb-competitie. Vluchten kon niet meer.

Het toernooi werd gespeeld in meer dan stijlvolle omgeving.

Schloss Albrechtsberg, in het midden van de negentiende eeuw gebouwd voor een Saksische prins die onder zijn stand gehuwd was en van het hof verbannen, was goed onderhouden en weerspiegelde (letterlijk!) de grandeur van een voorbije tijd. Schilderachtig ligt het aan de Elbe en ver uit het centrum van de stad. Dat verklaart dat het op de Carnavalsavond van 1945 niet ten gronde gegaan is. Voorts heeft het feit dat dit slot als Pionierspaleis dienst deed in de DDR-tijd het overal elders in Dresden zichtbare verval buiten de deur gehouden.

Wandelingen in de wijk waar het zevental kwartier had opgeslagen toonden riante villa’s, die grote rijkdom van de bewoners zouden doen vermoeden, maar die decennia-lang niet waren onderhouden. In opvallend veel gebouwen hadden wind en regen vrij spel en niemand scheen daar wat aan te doen of zich daaraan te storen.

In het centrum van de stad had architectonisch de DDR-stijl toegeslagen. Waar ooit Dresden zijn glorie aan bezoekers had getoond stonden nu kolossen die gebouwd waren voor de socialistische, de proletarische mens.

De bewindvoerders in de DDR moeten een lage dunk van dit wezen gehad hebben.

Naast deze historisch leerzame activiteiten was er natuurlijk meer.

Frits Hoorweg kleedde zich in de hete dagen van Dresden op z’n zomers en zette een petje met een klep op, teneinde zijn bepaald niet door haar overwoekerde schedel tegen de Zon te beschermen. Verder jengelde hij in de eerste dagen voortdurend, dat hij naar het nabijgelegen Karl May-museum wilde. Hierdoor kwam hij nadrukkelijk over als iemand die wij van onze moeder op vakantie moesten meenemen. Ik hoop nu maar dat de overige toernooigangers niet dezelfde gedachte in hun schedel hebben voelen opkomen.

Bannink stond op het punt een neefje of nichtje erbij te krijgen. Hij ging in het centrum meteen op zoek naar een klok. Wij vonden dat hij ietwat op de zaken vooruitliep, totdat we begrepen dat hij niet op zoek was naar een schaakklok. Hoe zou het toch komen dat wij hem zo verkeerd hadden begrepen ?

Broekman had in de begindagen veel weg van een motorisch gestoorde. Bij een Griek gooide hij in een kwartier tijd drie glazen aan gruzelementen en hij beschadigde later zijn Tsjechische auto middels een verdekt opgestelde vuilnisbak. Toch kon hem niet worden verweten dat hij veel zoop.

Noordhoek viel op door steevast iets anders te willen dan de rest, zeker op culinair gebied. Toch vertoonde hij ook geciviliseerde trekjes, waardoor Broekman hem op een onbewaakt ogenblik omschreef als de ideale schoonzoon. Het is een gezichtspunt.

Luitjes is Luitjes. Je bestelt gewoon bier en dan heb je absoluut geen last van hem. Een keer klaagde hij erover dat de ronden pas om een uur begonnen, zodat hij nogal lang moest wachten op het Grote Hijsen. Maar hij kan gelukkig goed tegen alcohol.

Eggink keek het allemaal rustig aan en genoot zicht- en hoorbaar van de fraaie stijlbloempjes van Bannink. Tijdens de analyses liet hij zich de kritiek gewillig aanleunen. Volgende keer beter, moet hij gedacht hebben.

En het werkte.

Nepveu vond verscheidene methoden uit om wespen, die in groten getale aanwezig waren, uit te roeien. Hij sloeg dood met de hand, verdronk in de cola, sloot op in bierglazen en vergaste vervolgens met sigarenrook.

De wespen dolven het onderspit, stuk voor stuk. Hij mat zelfs het IQ van een intelligent-ogend exemplaar (“Zou ie erachter komen hoe hij kan ontsnappen ?” Yes!) Tot hij één keer niets kwaads deed en een wesp hem prompt prikte.

De Dresden-gangers hadden ieder hun doelstellingen op schaakgebied.

Bannink, Broekman en Noordhoek -allen Internationale Elohouders- wilden “alleen maar” zo goed mogelijk spelen en af en toe een groot schaker tegenover zich treffen. Aangezien in dit toernooi “Zwitsers op rating” werd ingedeeld, stond vrijwel vast dat zij in een behoorlijk aantal partijen tegen ratinglozen zouden worden ingedeeld. Punten zouden ze wel halen, maar tegen wie ….

Luitjes en Nepveu hadden met dit toernooi de kans een Internationale Elo te verwerven, maar moesten dan wel goed presteren teneinde voldoende Elo-dragers op hun pad te vinden. Eggink keek het allemaal zo eens aan en had zich voorgenomen om niet weer als het lelijke eendje te fungeren, zoals hij dat een jaar eerder had gedaan in Hongarije.

Hoorweg had er niet zo over nagedacht wat hij wilde. Nou ja, goed schaken natuurlijk.

Wat kwam er terecht van deze wensen ?

Bannink vond de Grote Meesters Lalic en Tsjechov op zijn pad. Mogelijk stond hij tegen hen op zeker moment niet slechter. Zeker was dat hij het onderspit delven moest tegen hen. Ik weet niet of hij met de uiteindelijk behaalde 51/2 punt zo happy was.

Hoorweg had geen rating, geen Internationale en geen Duitse en werd als ratingloos knuppeltje ingedeeld, “naar boven” dus. Het knuppeltje paalde menig sterke tegenstander, Fide-meester of anderzins. Verder werd hij ook ingedeeld tegen Noordhoek, die het onvermijdelijke gelaten accepteerde. Met de behaalde 51/2 punt zal Hoorweg niet ontevreden zijn geweest: hij had overtuigend acte de presence gegeven in een sterk veld. Een tpr van ergens tussen de 2250 en 2300 is zijn deel geworden.

Noordhoek werd al vroeg in het toernooi ingedeeld tegen de latere winnaar, de vreselijke Uhlmann. Door Broekman en schrijver dezes lange jaren intensief getraind, dorst hij 1 e4 te spelen tegen ’s werelds grootste kenner van het Frans en inderdaad …… hij kreeg waar hij om vroeg.

Na de partij hebben wij hem met vereende krachten naar de auto moeten dragen, terwijl hij onsamenhangende klanken uitstiet.

In de voorlaatste ronde verbaasde hij vriend en vijand: hij hield -zeer sterk van eigen gelijk overtuigd- een viertoreneindspel met twee minusboeren remise. Niemand van de anderen had nog brood in dit eindspel gezien. Was hij met 41/2 punt tevreden ? Met zijn vertoonde spel was hij dat in elk geval niet.

Broekman was een geval apart. Boven hebben we dat eigenlijk al subtiel aangeduid. Erger was dat hij in de begindagen schaakcommentaar gaf waaruit bleek dat hij behoorlijk schaakblind was. Later ging het iets beter met hem, maar toen had hij al tegen Eggink geremiseerd en tegen Luitjes verloren. Hij haalde 41/2 punt, maar was over het vertoonde spel uiterst ontevreden.

Eggink leek zijn reeds eerder aangestipte rol van lelijk eendje te gaan prolongeren, maar na een score van 11/2 uit 6 pepte hij zich op en behaalde alsnog 41/2 punt. Ik geloof dat hij niet ontevreden was.

Luitjes schaakte met frisse (en gedeeltelijk gespeelde?) onbekommerdheid, versloeg enkele Elo-houders en hield met een paard aan zijn zijde het een en ander tegen dezulken remise. Met 4 punten (3 uit 7 tegen Elo-houders) heeft hij samen met het resultaat van vorig jaar een Internationale Elo bijelkaar gespeeld. Luitjes is tevreden.

Nepveu schaakte eveneens 4 punten en een Internationale Elo bijelkaar. Na vijf ronden had hij Broekman, die toen drie remises had, voor de remise-koning van het toernooi uitgemaakt. Na deze fijne opmerking speelde Broekman geen enkele remise meer; hijzelf daarentegen speelde er in totaal zes! In verdedigend opzicht stond hij z’n mannetje, zullen we maar zeggen. En een paar partijen hadden misschien toch in winst omgezet kunnen worden.

Zowel plaats als uitvoering van het toernooi vielen algemeen in de smaak en er zijn al voorzichtig plannen gesmeed om volgend jaar nog eens een bezoek aan de Elbe te brengen.

MN

Scroll naar boven