Een gevecht aan het Eind van de Wereld
MILLENNIUM NOTITIES
Een gevecht aan het Eind van de Wereld. door Manuel Nepveu
De Wereld is zo plat als een pannekoek. Na eeuwenlange research mag dit als een vaststaand feit worden aangenomen. Weliswaar zijn de meetkundige eigenschappen van de Wereld hier en daar opvallend niet-Euclidisch, maar daar zal verder onderzoek in het komende milennium vast wel een goede verklaring voor weten te vinden.
De Wereld is zo plat als een pannekoek en aan het Eind van de Wereld ligt Stein.
Deze plek nu is heel bijzonder. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vroeger op school niet zo best heb opgepast en ik had de vele lessen die ongetwijfeld aan deze plek zijn besteed beter moeten volgen. Ik was vrijwel alles vergeten wat men mij allemaal over Stein heeft verteld. Ik herinner mij wel dat de aardrijkskundeleraar soms op gedempte toon sprak. Nu weet ik dat hij het op die momenten over Stein moet hebben gehad.
Er zijn veel combinaties waarin Stein een glorieuze rol speelt. Zo hebben we EinStein. We hebben gehoord van ene Leonid Stein. We hebben vernomen van ene SteinItz.
Kortom, Stein speelt een belangrijke rol in de Europese cultuurgeschiedenis. Dat komt ervan als je aan het Eind van de Wereld ligt.
Toch is het een plek waar bijna niemand graag wil vertoeven. Onmiddellijk na zijn geboorte bijvoorbeeld –onmiddellijk– vertrokken EinSteins ouders met de jonge Ein naar Ulm. Dat was niet een echt verstandige keuze, maar dat konden ze toen nog niet weten en bovendien was alles beter dan Stein.
Dan is daar het geval Leonid Stein. Die werd op transport gezet naar de voormalige Sovjet-Unie, alwaar hij zich ontwikkelde tot een schaker van formaat. Helaas werd zijn nog jonge leventje beëindigd met of door een operatie. Men zegt dat een eveneens uit Stein afkomstige arts een verkeerd goedje in zijn lijf spoot.
Ook de familie Iets verliet Stein toen daar ook maar enigszins mogelijkheden voor waren. Men ging naar Oostenrijk. De naamsverandering van SteinIets naar SteinItz is dus heel begrijpelijk.
Ik heb betrekkelijk lang stilgestaan bij de betekenis van deze plaats. Daar is een reden voor. Ons Tweede moest de lange reis naar Stein aanvaarden om daar te schaken. Nu weet ik dat de KNSB soms onverantwoordelijk met zijn onderdanen omspringt, maar dat men hele achttallen naar Stein stuurt is kras. Ik vind dat daar eens een brief over geschreven moet worden. Op hoge poten, wat zeg ik, op naaldhakken!
De heenreis verliep zoals heenreizen naar het Eind van de Wereld altijd verlopen: gemor onder de bemanning, sussende woorden van de teamleider ….
Teamleider? Maar die ging helemaal niet mee! Op het station van Zoetermeer, ergens dichtbij het Middelpunt van de Wereld, gaf de Teamleider de kaartjes, wees in zuidoostelijke richting en zei: “Daarheen! Veel plezier!”. En voor iemand wat had kunnen zeggen zat hij op z’n fiets en spurtte weg. Hij wist.
Bijna aan het Eind van de Wereld aangekomen, bij een plaatsje waar reizigers die naar het Eind van de Wereld moeten vaak beginnen te sidderen en dat in het plaatselijke dialect dan ook Sittard wordt genoemd, ontstond het eerste probleem. Hoe kom je van hieruit in Stein? Hoe kom je daar waar je eigenlijk niet wezen wil ?
Er bleek in principe een bus te gaan. Met geld en goede woorden kregen we de eigenaar zover dat hij ons naar Stein bracht. Hij zette ons af in Stein, prevelde iets in een lieflijk klinkend taaltje, wiste zijn voorhoofd af en zette er onmiddellijk de vaart in.
Stein is een plaatsje dat gerund wordt door de plaatselijke kroegbaas, diens zoon en diens kleinzoon. Zij en nog een aantal anderen hebben zich vereend in een club, het Curieus Dubieus Allegaartje.
Het is er stil op straat. Het is er schoon en de huizen zien er verzorgd uit. Steriel is een woord dat hier niet helemaal misplaatst is.
Na enig zoeken werd de plek gevonden alwaar de match gespeeld zou gaan worden.
Wij, de acht uit Zoetermeer werden ontvangen in een achterafzaaltje waar de hond van de kroegbaas drie dagen in opgesloten was geweest. Toch was de sfeer gemoedelijk. De koffie was zeker niet verkeerd en er hing een schijnbaar luchtige atmosfeer, waar de ene grap met regelmatige tussenpozen werd opgevolgd door de andere.
Mijn oude aardrijkskundeleraar heeft eens gezegd dat dat altijd zo is aan het Eind van de Wereld, daar waar de club van het Curieus Dubieus Allegaartje de boventoon voert.
Maar ik herinner me nu dat hij ook zei dat je verschrikkelijk moest oppassen.
De wedstrijd verliep dus heel gemoedelijk, maar ook heel vreemd, heel heel vreemd. Een Steiner vertelde een goede grap en slaagde erin de algehele hilariteit aan te wakkeren. Blok lachte smakelijk mee, keek vervolgens maar weer eens op z’n bord en …….. verstarde. Zes zetten gespeeld en hij stond straalverloren. Stuk weg. Vervolgens leek daar in Stein alle vechtlust als door een onzichtbare vampier weggezogen uit de spelers. Vijf keer werden geruisloos de stukken in de doos gedaan. Zelfs Boerkamp, de doorgaans zo vechtlustige, produceerde niet meer dan vijftien schamele zetten en daaronder was er niet een te vinden waarin ook maar een milligram venijn stak. Zelfs de Jongh, de doorgaans zo betrouwbare, kon in een beterstaand eindspel alleen maar vervlakkende voortzettingen vinden. Vijf remises. Maar Blok was nog niet klaar. En hij was nog niet jarig. En dat zou hij die dag ook niet meer meemaken, dat jarig-zijn dus.
Ondertussen begon de atmosfeer steeds rumoeriger te worden. Mensen kwamen binnen, lieten de deur van het speelhol openstaan en het geluid van de kroeg kwam ongevraagd het speelhol binnen. Blok gaf op, murw en moe.
Nepveu had in het vroege middenspel z’n concentratie even verloren en een pion verblunderd . Zijn tegenstander was heel olijk en heel onverbiddelijk. Een nul.
Ahlers had het zwaar, maar op het moment dat hij een winnende combinatie zag sloeg hij toe. Keihard sloeg hij toe en toen de winnende combinatie teneinde was had hij een pion meer en ……een stelling minder. Hij kon meteen opgeven.
Het regende buiten. De schakende Steiners verlieten in vurige Italiaanse boliden de plek van hun zege, heel eenvoudig. Maar dat was het niet voor het Zoetermeerse achttal. Voor hen was er een probleem: hoe weg te komen uit Stein?!
Een opgeroepen taxi vertoonde weinig haast, maar uiteindelijk kwam hij dan toch. Waarschijnlijk met een gezonde portie tegenzin. Iedereen werd ingeladen en schielijk gereden naar Sittard, welks naam zo toepasselijk is. De trein weg uit het Eind van de Wereld werd verwelkomd als een houtvlot door drenkelingen. Snel reed de trein. Snel.
In Eindhoven, een plaats die al weer aardig in de buurt ligt van het Middelpunt van de Wereld, werd de trein door de acht verlaten voor een voedzaam maal in …..nee, de stationsrestauratie was gesloten. Dan maar naar het Indonesisch restaurant tegenover.
De Indonesische gerant zag ons, de verwilderden, aan. Kort daarvoor had hij al tien andere schakers moeten verwelkomen. Die waren nu nog steeds aanwezig en hij leek aarzelend te staan tegenover een verdere instroom van deze diersoort. Maar toen iedereen uiteindelijk dan toch was gezeten en hij beleefdheidshalve vroeg waar wij vandaan kwamen gebeurde er wat opvallends. Iemand gaf hem ten antwoord dat wij uit Stein kwamen. Daarop ontwikkelde zich een sardonische grijns op ’s mans gelaat.
” Aha, uit Stein.”
Zelden werd zoveel gezegd met zo weinig woorden.
M.N.
