Oliebollenschaak
Oliebollenschaak
Was het oliebollenschaak vorig jaar al bepaald niet oubollig te noemen vanwege de vele schizofrene beproevingen die we moesten doorstaan deze keer was het niet veel anders. Ik probeerde vooraf nog om het oliebollen toernooi vlak voor de 31ste december plaats te laten vinden om zo te verhinderen dat de organisatoren erbij konden zijn maar al mijn moeite was tevergeefs. De overmacht in het bestuur was te groot. Wijs geworden door de ervaringen van vorig jaar vonden de andere bestuursleden dat de bedenkers Rob de Vries en Gerhard Eggink van het oliebollenschaak er deze keer bij moesten zijn.
We schoven een voor een naar binnen en moesten in een kring gaan zitten. Was dit een therapeutische groepssessie? Een scheiding der geesten? In de buitenring de losers en in de binnenring de elite? Neen niets daarvan, er werd gelukkig gemengd. Het had iets te maken met het laatste onderdeel van de avond. Er was wel een nadeel aan verbonden, binnen in de ring was je verstoken van koffie en kon je niet goed naar de WC. De buitenring was dus duidelijk in het voordeel. Als ronde tafelridders hoorden we gedwee de oliebollen therapeuten aan die grinnikend als professionele kwelgeesten ons de regels uitlegden. Dit deden ze met name in de buurt van de bovenbonders, bang als ze natuurlijk waren om gelyncht te worden door wat opgewonden onderbonders. Men riep overal luidkeels om hulp maar de opwinding was zo groot om met het spektakel te beginnen dat Rob de Vries nog wel "Ik kom zo!" riep maar dat in de consternatie vergat en niet deed. We begonnen. En het moet achteraf gezegd worden een en ander wees zichzelf. Fantastisch. De regels werden gaandeweg duidelijk en zelfs de nieuwe barkeeper kon ze begrijpen. Maar zoals met alles "the proof of the pudding lies in the eating".
Er werd gespeelde op basis van drie geheel nieuwe thema’s:
We begonnen met voetbalschaak. Gerhard en Rob waren er in geslaagd enkele geheel nieuwe spelssoorten te verzinnen waarbij het de bedoeling was op het schaakbord een soort “bal” in een soort “doel” te krijgen, dit met schaakzetten gebaseerd op voetbalregels. Hierbij viel te denken aan de aftrap (beginnen in het midden), ingooien (stuk naar de zijkant), wisselspeler (stuk vervangen door een ander stuk), rode kaart (stuk van het bord), etc.. Het voetbalschaak met rode en gele kaarten en bank zitten veroorzaakte bij vele deelnemers rode oortjes. Na het voetballen dacht je dat je het wat rustiger zou krijgen maar dat was een illusie.
We gingen verder met compensatieschaak. Sla een stuk en vraag om een kanskaart! Ik was niet in de war en de kanskaarten ook niet, toch kreeg ik wel tig dezelfde kaartjes, alsof de kopieermachine vast gezeten had. Overigens erg leuk en dan vooral dat op afroep op laten draven van die mannen met kanskaart.
Lest best. Super-doorgeefschaak. Desastreus voor de gemoedelijkheid. Vooral als je bedenkt dat naast mijn tegenstander aan de ene kant ene Leen zat en aan de andere kant ene Meijer. Tjonge. Daar ontstond toch een stuwmeer aan hout bij mijn tegenstander. Ongelofelijk. Het doorgeefwonder Meijer bleef stukken aanreiken. Mijn tegenstander had al snel drie rijen dik stukken rond zijn koning gezet. Hij moet gedacht hebben dat we stratego speelden. De volgende ronde gingen we allebei dezelfde kant op naar rechts doorgeven. Nu zou mijn tegenstander wel het gevoel van een afgeknepen tuinslang krijgen met Leen links van hem. Maar op zijn hulpgeroep gaf Leen alle voorhanden zijnde kleuren door. Daar kon ik niet tegen op. Dat was wat je noemt 5e colonneschaak!
Blijkens deze persoonlijke impressie moet het duo Eggink de Vries nog maar even doorgaan.
Eric Trommel.
