Misfits
Misfits door Manuel Nepveu
"In psychiatrische ziekenhuizen zitten opvallend veel schakers". Aan het woord was Anna. Ik kende Anna al jaren: ze was de vriendin van een van mijn schaakvrienden. Tussen het geroezemoes van het schakersfeestje door probeerde zij een conversatie aan te zwengelen. Anna wist waar ze het over had. Zij werkte in een tbs-kliniek en liep klaarblijkelijk nog wel eens een oververhit geraakte schaker tegen het lijf. Anna had een niet erg alledaags verleden. Direct na de middelbare school ging ze naar Utrecht waar ze biologie ging studeren. Toen ze de studie had afgerond leek het haar toch eigenlijk maar niets om als plantkundige haar professionele leven achter het microscoop te moeten slijten. Ze ging direct maar door met een tweede studie: bestuurskunde. Ook deze studie rondde ze in ijltempo af en zij had in een mum een baan bij de rijksoverheid te pakken. Daar had ze het na zo’n drie jaar wel gezien. Preciezer gezegd, ze had haar buik vol van dat ambtenarenwereldje waar de puntige elleboog een even formidabel als onmisbaar wapen scheen te zijn. En toen begon ze welgemoed aan haar derde opleiding in successie: HBO V met een specialisatie voor psychiatrische patiënten. Anna werkte inmiddels al jaren in de tbs-kliniek. En tot haar tevredenheid.
Hoe zij Allard heeft leren kennen weet ik niet. Ze kent hem niet uit de kliniek, dat weet ik wel zeker. Maar verder … Ik weet eigenlijk niet meer van Anna dan ik zojuist heb opgeschreven. Als ik op bezoek ga bij Allard is ze er meestal, maar verder dan wat sociaal gebabbel komt het niet en die babbel duurt nooit langer dan een minuut of drie, twee, een. Ik kom voor Allard, niet voor haar. Maar goed, ik weet dus niet hoe zij Allard heeft leren kennen.
Zo’n tien jaar geleden kwam Allard in de Randstad wonen. Maar hij kwam niet alleen. Allard bleek getrouwd te zijn. Dat kwam hard aan. Allard getrouwd?! Ik wist van niets, zijn andere schaakvrienden wisten van niets. Zijn moeder wist hoogstwaarschijnlijk ook van niets. Allard was met zijn aanstaande naar het stadhuis getogen en was daar snel getrouwd. Het kwam op mij over als een formaliteit. Tijdens een cafébezoek, een paar maanden later, werd hij spraakzaam. Hij kende zijn wettige echtgenote van fietsvakanties. Allard was een echte fietsfanaat, zijn Ineke eveneens. Zij woonde op zichzelf met een riante bijstandsuitkering en ze wilde wel met Allard mee naar de Randstad. Maar ja … die riante uitkering hè. Maar snel een huwelijk gesloten dus. Ineke had Indisch bloed. Ze was mooi. Niet zomaar mooi, maar bloed- en bloedmooi. Ik kon waarachtig niet begrijpen wat zij in Allard zag. Allard is niet knap, niet rijk en niet gemakkelijk in de omgang. Driemaal niet. Het was me duidelijk dat hun huwelijk niet zo veel met liefde te maken had. Ik kon het uiteraard niet vragen, maar het zou me niet hebben verbaasd, wanneer ze als broer en zus samenleefden. Allard had op mij toch al nooit een temperamentvolle indruk gemaakt. Nooit had hij met een pils in de hand lopen snoeven over zijn veroveringen. Allard leek er op voorhand van uit te gaan dat dit huwelijk een tijdelijke aangelegenheid was. Dat was ook zo. Toen ik enkele jaren later weer eens op bezoek kwam werd het huis bewoond door Allard, alleen door Allard. Ineke woonde in de buurt en ontving alimentatie. Ze kookte nog wel eens voor hem.
Twee jaar later had hij weer een huisgenote. Dat was Anna.
"In psychiatrische ziekenhuizen zitten opvallend veel schakers". Aan het woord was Anna.
Dit was een mogelijk begin voor een gesprek, maar het feestgedruis maakte het er niet eenvoudiger op om een inhoudelijke discussie te beginnen. En bovendien hoefde ik niet zo nodig. Ik kapte meteen af. "Vast wel, misschien kom ik ook eens kijken". Ik keek om me heen in een poging iemand te vinden naar wie ik kon vluchten. Daar was Kees. Met hem had ik heel veel gespeeld. Kees was minder gesloten dan Allard. Ik wist meer van Kees. Hij had aan het eind van de jaren zestig de gang naar de universiteit gemaakt om de wereld te verbeteren. Hij zou socioloog worden. Rood als een kroot. Maar toen hij zijn scriptie moest gaan schrijven ging er wat mis. Misschien was hij wakker geworden en was het inzicht gerijpt dat de wereld niet te verbeteren is, misschien had hij gewoon geen zin meer. Zijn doctoraalbul heeft hij nooit in ontvangst mogen nemen. Geen probleem wat hem betreft. Hij had ondertussen Greetje leren kennen, ook een PvdA-stemmer, maar een stuk harder. Greetje was een no-nonsense type. Greetje studeerde af als arts. Toen Kees en Greetje de boot namen voor een vakantie in Schotland werd Greetje misselijk, terwijl ze zeker wist dat zij geen last had van zeeziekte. Twee maanden later trouwden ze, en nog een aantal maanden later kwam hun eerste kind. En een jaar later kwam er nog een. Kees werd huisman en Greetje zorgde in loondienst voor het gezinsinkomen. Zij verhuisden een aantal keren en ik heb hen samen met Allard op al hun adressen bezocht. Greetje zorgde voor de maaltijden, zette ons aan licht huishoudelijk werk en in ruil daarvoor mochten we schaken. Het was er toch wel gezellig.
Het zal al wel dik tien jaar geleden zijn dat ik een telefoontje kreeg van Kees. Er waren problemen in het huwelijk. Die problemen leken in eerste instantie overkomelijk, maar Greetje had haar kop in de wind gegooid. Toen ik de eerstvolgende keer naar Kees afreisde moest ik hem op een nieuw adres bezoeken. In zijn eentje zat hij te griepen en het was duidelijk dat hij het niet gemakkelijk had. We schaakten in dat weekend tot diep in de nacht, terwijl mevrouw Coltrane uit de luidsprekers brulde "I want to go, like Eliah I want to go." Kees, van gereformeerden huize, refereerde mij ter lering aan het bijpassende bijbelboek.
Kees kreeg later zijn avontuurtjes. Hij is daar altijd heel open over geweest. Toen hij samen met clubgenoten als invité een toernooi bezocht in een van de Baltische republieken was het bijvoorbeeld goed raak. Hij en zijn clubmaats waren samen in een goedkoop onderkomen gehuisvest. Een Baltische deelneemster van veertig zag het helemaal zitten. Maar dan ook helemaal. Gedurende de nachtelijke uren liet ze zich door Kees verwennen en als Kees even lag bij te komen, moesten de toevallig op de slaapzaal aanwezige kornuiten aan de bak.
Bij terugkeer heeft Kees zich toch maar even laten testen.
Kees woont trouwens al weer jaren samen. Hij schaakt sterker dan ooit.
"Vind je dat je er thuis hoort dan?" grapte Anna. Allemachtig, ze wilde hier echt op doorgaan. Kees stond te luisteren naar een of andere tante die ik niet kende. Ik kon niet gaan storen.
Ik begreep dat ik nu echt vaart moest maken. In een hoek stonden Michiel en Jaap met elkaar te kletsen. Daar moest ik naar toe. Redding! Jaap maakte een vrolijke indruk. Vrolijkheid uit een potje, waarschijnlijk. Jaap had een heel eigen voorgeschiedenis. Hij was net als ik in Het Gooi op school gegaan en hij deed zijn eindexamen een jaar later. Na de zomervakantie zou hij biologie gaan studeren. Maar van die studie is het nooit gekomen. Tijdens een van zijn wandelingen op de Hilversumse hei gaf hij zomaar zonder reden een passerende fietser een flinke dreun. Zinloos geweld, maar dan een tikkeltje anders. Zijn ouders moeten zich een hoedje geschrokken zijn toen de politie kwam voorrijden. Eerst kwam er een psycholoog bij, vervolgens een psychiater. Eerst werd Jaap zelf van top tot teen onderzocht, vervolgens ging het hele gezin op de schop. Jaap verbleef al die tijd in een bekende inrichting. Na een jaar kwam hij weer thuis. Hij moest medicijnen slikken die hem een goede bui bezorgden en alcohol was taboe. Dat was een dikke straf voor hem. Zijn ouders moesten regelmatig op zaterdag weg en ik, nauwelijks droog achter de oren, functioneerde dan als oppas.
We schaakten. Ik speelde indertijd altijd 1.e4 en hij koos altijd en eeuwig de Siciliaanse Verdediging en vloog mij (op het bord) naar de keel als het maar even kon. Tijdens een zo’n partij keek hij plotseling op en vroeg: "Ze trekken op Zandvoort mensen met paarden uit elkaar, is het niet?".Ik ontkende dat toen, ik weet het zeker, voor honderd procent. Een week later zat hij weer in zijn oude vertrouwde psychiatrisch ziekenhuis. Ik heb Jaap daarna lange tijd niet meer gezien. Rond de Kerst bezocht ik zijn ouders nog wel eens, maar hij was er nooit. Toen ik hem, veel later, op een toernooi tegen het lijf liep bleek hij getrouwd te zijn. Twee kinderen. Hopelijk is het niet erfelijk.
Michiel zou nooit zomaar gaan meppen. Michiel deed het gymnasium en eveneens in Het Gooi. Ik leerde hem daar kennen en wij schaakten iedere week op donderdag, na schooltijd. Michiel viel niet op. Pas na het eindexamen deed hij iets echt opmerkelijks. Waar ook de middelmatigste gymnasiast nog altijd wel rechten gaat studeren, koos Michiel voor een leven in het bankwezen. Vraag me niet waarom. Hij moest cursussen gaan volgen in de avonduren. Het schaken schoot er bij in. Na de eerste cursus, die allesbehalve een sinecure bleek, had Michiel geen zin meer. Zijn werkgever pushte en pushte. Michiel had geen zin, kreeg geen zin
en wilde geen zin krijgen. Zijn werk beviel hem steeds minder en zijn werkgever zou hem zonder enige twijfel gaarne zien vertrekken. Een kleine aanleiding fungeerde als het spreekwoordelijke vonkje bij het idem dito kruitvat. Hij werd soepeltjes op straat gezwiept. Maandenlang kwam hij regelmatig over de vloer. Zou hij niet iets in de schaakwereld kunnen doen? Maar wat dan? Michiel is nu niet direct een meesterschaker. Enige tijd later bleek dat hij zijn ei gelegd had, een verbazingwekkend en origineel ei. Ik had nooit de indruk gekregen dat Michiel over fantastische communicatieve vaardigheden beschikte, eerder het tegendeel. Mijn ogen bolden dan ook uit hun kassen toen hij vertelde dat hij contacten had met de halve Nederlandse schaaktop en met schakers die eens tot de wereldtop hadden behoord. Michiel begon een bureautje dat schaakfestiviteiten organiseerde.
Michiel is een eigenheimer. Ik ken hem "tig" jaren, maar toch weet ik onbehoorlijk weinig van zijn privé leven. Het staat vast dat hij hetero is, maar ik zou er geen flesje pils op durven verwedden dat hij de maagdelijke status achter zich gelaten heeft. En ik kan me niet voorstellen dat hij vlees inkoopt.
"Nooit heeft iemand me gezegd dat ik zo lekker aangepast ben, Anna. Maar als je het niet erg vindt, ik moet even iemand grijpen voor het te laat is." Voordat ik de tien meter had afgelegd die mij van mijn beide Gooise schaakvrienden scheidde, werd ik aangeschoten door een tweetal dat ik in jaren niet had gezien. Ik was verrast. Wat moesten die hier? Gabe en Sjef kende ik uit mijn studietijd en afgezien van een enkel bezoek in de tachtiger jaren had ik niets meer van ze vernomen.
Gabe studeerde ooit wiskunde, specialisatie modeltheorie. Hij was waarachtig wel begaafd, maar hij hield zo van uitslapen dat hij voor zijn laatste paar tentamens drie volle jaren uittrok. Het volstrekt natuurlijke gevolg was dat hij bij de diploma-uitreiking door de studiementor behoorlijk in de zeik werd genomen. Hij had ietwat dom staan grinniken.
Voor zover ik weet vertrok hij pas een jaar later uit de studentenflat, terug naar huis, naar zijn alleenstaande moeder. Ik heb ooit nog eens een niet onverdienstelijk Evansgambietje van hem gewonnen.
Sjef was jaren geleden sterrenkundestudent, een baardige sterrenkundestudent. Tijdens de studie mocht hij mee met een Zoneclipsexpeditie in Afrika. Bij de terugtocht naar de bewoonde wereld was hij boven op een goederentrein dwars door heel Mauretanië gereden. Was Sjef avontuurlijk? Sjef was ruim voor mij aan de studie begonnen, maar nam er zijn gemak van, zo ongeveer zoals Gabe. Toen ik aan mijn postdoc bezig was moest hij zijn doctoraal nog doen. Na zijn studie solliciteerde de armste naar een promotieplaats elders in den lande. Hij scheen het echt niet te begrijpen. De "aanbevelings"brief van zijn hoogleraar heeft hijzelf nooit gezien, ik wel. Honds en pijnlijk. Eerlijk en toch achterbaks.
Gabe, Sjef en ik, hadden ’s avonds vaak zitten schaken in het studenteneethuis. Sjef haastte zich daarbij nooit. Op de schaakclub waarvan hij en Gabe lid waren moet hij veel partijen op tijd hebben verloren. Bij zijn allereerste sollicitatiegesprek voor een baan bleek hij tegen de priemende vragen van de personeelsfunctionaris niet bestand. Bij volgende gesprekken ging het eigenlijk alleen maar beroerder. Hij kreeg hoe langer hoe meer het gevoel niet voor vol aangezien te worden. Uiteindelijk ging hij met een autootje volgestouwd met pc’s het land af, om huisvrouwtjes her en der wegwijs te maken op de computer. Sjef heeft nooit een serieuze baan gehad. Vriendinnen heb ik nooit gezien en op het punt van de scharrels-voor-een-nacht was hij ook niet succesvol.
Gabe met zijn vette haar en Sjef met zijn Limbabwaanse tongval waren nog wel eens bij mij thuis geweest toen ik "uit den vreemde" was teruggekeerd. Na mijn scheiding had Sjef contact opgenomen met mijn ex om samen "wat gezelligs te gaan doen". Haar reactie is toen misschien wat stevig uitgevallen, want zij noch ik hadden sindsdien van hem vernomen.
Ik was dus verrast en ik wilde net een gesprekje aanknopen -alles leek mij beter dan praten met Anna- toen ik nog iemand mijn beeld zag binnenwandelen, de zevende schaker.
Chaim kwam uit een kunstenaarsgeslacht, van moeders kant dan. Moeder had onder haar
meisjesnaam faam verworven als pianiste. In het grote huis aan de rand van Hilversum stonden originele vleugels uit de tijd van de grote Romantici. Wanneer zij een concert gaf in binnen- of buitenland ging de geëigende vleugel mee. Ik schaakte in de academische zomervakanties vaak bij Chaim thuis. Ik hoorde dan hoe moeder beneden les gaf aan aanstaande piano-professionals, een traktatie voor het oor. Chaim was vier jaar jonger dan ik en zoog schaakinformatie vier keer zo snel op. Dertig jaar geleden kon ik van hem winnen, negenentwintig jaar geleden niet meer. Na zijn schooltijd wist hij eigenlijk niet wat hij wilde. Zijn familie kwam op het originele idee om hem een tijdje in een kibboets te laten werken. Dat feest duurde maar drie maanden. Chaim schaakte wel in de kibboets, maar dat vond men daar niet hetzelfde als werken. Zijn studie geschiedenis werd geen succes; hij studeerde bij nader inzien liever Benoni. Chaim is op de een of andere manier in Zwitserland terechtgekomen. Ik meen te weten dat daar een engelachtig wezen bij betrokken is geweest. Hij verdient de kost door schaakles te geven en Engels, in de beste traditie van de schaakprofs uit de achttiende en negentiende eeuw. Van al mijn schakende vrienden en kennissen is hij veruit de sterkste speler, maar alles heeft zijn grenzen: IM is hij niet geworden.
Het werd plotseling lichter in de kamer. Alles en iedereen leek te vervagen, maar de schakers nog het meest. Ik besefte in een flits dat ik vanuit een droom bezig was terug te keren tot de alledaagse realiteit. Maar voor ik veilig en wel was teruggekeerd tikte Anna me nog even op mijn schouder. Het volgende moment staarde ik haar in het gelaat. Ze keek me strak aan en met een hautain lachje gaf ze mij nog een wijze les mee op mijn kortstondige reis richting realiteit: "Toon mij Uw vrienden en ik zal U zeggen wie Gij zijt."
MN
