Spreek eens met Uw stukken

Promotie in de pers

Schaakartikelen uit het schaakblad van de vereniging PROMOTIE uit Zoetermeer

Spreek eens met uw stukken door Willem Broekman

Dit artikel is het gevolg van het lezen van een tweetal boeken:

1. The Seven Deadly Chess Sins, door Jonathan Rowson;

2. The Search for Mona Lisa, door Eduard Gufeld

Op de een of andere manier komt het spreken met de stukken in deze boeken aan de orde. In zijn boek benoemt Rowson 7 dodelijke zonden. Op de eerste plaats staat denken: “Thinking is a very messy process, and it leads to all sorts of errors”. In dit hoofdstuk heeft hij het over intuïtie. Hij vraag zich af: “hoe kan je leren ergens een ‘neus’ voor te krijgen. En hij stelt: “neem het idee van ‘spreken met je stukken’ serieus”. Ik begrijp Rowson. We bekijken een partij altijd vanuit het perspectief van de speler. De speler die meerdere zetten afweegt, compromissen sluit, zetten overziet, bekijkt wat sterke en zwakke velden zijn, enzovoort. Uiteindelijk doet hij een keuze, waarbij ook stellingsgevoel belangrijk is. Rowson stelt dat je een zet ook vanuit het perspectief van een stuk kunt bezien. Hij zegt: ” vraag eens aan een stuk waar het heen wil”.

Ik begrijp ook wel dat je zelf het antwoord moet geven. Het geeft echter een bijzonder inzicht in een stelling wanneer je dit doet. Torentje op h8, welk leven ga jij leiden? Naar welk veld wil je toe? Vanuit de toren bezien zijn er geen compromissen. Hij streeft naar zijn beste plaats, want daar staat hij op een open lijn, daar bedreigt hij een stuk, of wat dan ook. Op een dergelijke manier een rondje langs je stukken te maken geeft een ander inzicht dan wanneer de stelling als geheel wordt beoordeeld, wat uiteraard ook moet gebeuren.

Gufeld heeft het niet over bovengenoemde methodiek maar gebruikt hem wel in zijn boek. Gufeld is van geboorte een Konings-Indisch speler. Hij heeft in zijn tijd vele vernieuwingen in het Konings-Indisch aangebracht. Zijn boek is zeer lezenswaard. Het bestaat uit korte stukken, anekdotes, verhaaltjes, altijd in relatie met schaken. Hij zoekt duidelijk de kunst in het schaakspel, maar ook in het leven, hetgeen de titel verklaart. Het is absoluut een aanbeveling voor spelers die wat meer achtergrond van het spel willen begrijpen. Het leest als een roman. In een van zijn hoofdstukken geeft hij commentaar op het Sämisch.

WyyyyyyyyX
xCdEfGaAcx
xbBbAbBeBx
xAaAbAdBax
xaAaAaAaAx
xAaHhHaAax
xaAjAaAaAx
xHhAaAhHhx
xiAkLmKjIx
ZwwwwwwwwY

Hij stelt dat, net zoals veel verschijnselen uit de twintiger jaren, de Sämisch overleefd is en dat men in de toekomst zeker wat meewaardig zal lachen over het feit dat wij dit hebben gespeeld. Nogal negatief dus, en dat trek ik mij aan omdat ik het zelf speel. Het aardige van het stukje is de afmaker.

“Als je na mijn verhaal nog niet overtuigd bent van het feit dat je geen f2-f3 moet spelen in het Konings-Indisch, dan moet je maar eens aan het paard (op g1) vragen wat hij van deze zet vindt”. Door dit te zeggen wordt absoluut een sterk beeld van de problematiek en de stelling geschetst

Ik hoor het paard al brommen: dat veld f3 was van mij. Wat doet die kerel nou? Zet hij zo’n lullig pionnetje in de weg. Moet ik nu naar h3 toe? Ik heet toch geen Bernard. En wat denk je wel van mijn collega hiernaast. Als ik niet naar f3 mag en h3 nou ook niet zo handig is, dan blijft alleen e2 over. Heb je al eens met de loper (op f1) gesproken? Ga ik voor zijn neus staan. Ziet hij gelijk niets meer. Leuk voor hem.

Het is duidelijk, de discussies met de stukken zijn legio, ze zijn heel vermakelijk, geven direct aan wat er loos is met de stelling, het geeft een extra dimensie. Kortom: “spreek eens met uw stukken”.

Willem Broekman

.

Scroll naar boven