Kunst!

Het Nederlands is moeilijk. Dat zeggen buitenlanders tenminste. Welke buitenlander je ook vraagt, het geweeklaag over de Nederlandse grammatica is universeel. Zoiets schijnbaar simpels als de woordvolgorde, bijvoorbeeld, blijft voor bijna iedere niet-Nederlander van volwassen leeftijd een probleem. Uw neefje van vier, die opgroeit in Eemnes-Binnen, maakt allang geen fouten meer op dat punt. Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden hebben voor uw kleine familielid dan al geen enkel geheim meer, ook al kent hij de concepten niet eens. Alles wat volwassenen hem voorhouden zuigt hij op als een spons en kopieert hij moeiteloos naar zijn harde schijf (die in zijn geval niet zo heel hard is). Deze wonderbaarlijke eigenschap neemt sterk af wanneer de geslachtshormonen de horlepiep gaan dansen. Wie als vijftienjarige nog met Nederlands moet beginnen heeft een probleem. Hebt U TALENT voor Nederlands? Tuurlijk niet. U had met even groot gemak Zweeds, Chinees of Urdu geleerd. Gewoon beginnen voor Uw twaalfde, dat is het recept.

Als je een kind van vier jaar met het schaakspel in aanraking brengt en het een goede leermeester meegeeft gaat er ook van alles helemaal vanzelf. Capablanca leerde als vierjarige schaken. Blunderen was iets dat hij zelden of nooit deed. Het schaken was als een soort moedertaal voor hem. Reshevski heeft dit ooit letterlijk zo geformuleerd en voor hem gold weer precies hetzelfde. En wie, behalve Johan Cruijff, maakt er nou grove grammaticale fouten als hij zijn moedertaal spreekt?
Maar dit werpt een aardige vraag op. In hoeverre hebben van jongs af aan getrainde schakers schaakTALENT? Als het zo is dat je je vierjarige neefje (en misschien zelfs de hond van de buurman) goed kunt leren schaken door ze van jongs af aan materiaal aan te bieden, wat is er dan nog voor TALENT nodig?

Euwe had geen trainer. Hij leerde zichzelf goed schaken. Euwe moet onmiskenbaar TALENT hebben gehad voor het spel. En de nodige werklust, maar dat terzijde. Hij moest wel, want hij had in de schaakwoestijn die Nederland begin vorige eeuw was, geen voorbeelden. Zeker niet voor zijn twaalfde. Toch werd Euwe wereldkampioen.
Jannes van der Wal had schaakTALENT. Hij begon pas echt te schaken na zijn twintigste, redelijk buiten het “kopieer-window” dus. Hij bracht het tot FM. À propos, had hij eigenlijk wel TALENT voor dammen?

Neen, die Polgartjes, die Kamsky’tjes, ik sla ze echt veel en veel minder hoog aan dan de Euwe’s en de van der Wallen. Schaken is de moedertaal van de Polgartjes en de Kamsky’tjes. Elk resultaat onder grootmeester is een afgang. Kunst!

Scroll naar boven