Enige tijd geleden ging ik weer eens naar Den Haag met het speciale doel mezelf in een welbekende schaakboekerij vlakbij het centraal station te verwennen. Ons oud-lid Jacques zwaaide er de scepter.
Ik had wel een uitgesproken doel, maar ik keek eerst maar eens met open mind wat de schaakboekerij te bieden had. In de afdeling “oud en afgedankt” was er niets tot mijn gading. Dan maar op mijn op mijn doel af. Of Jacques me misschien kon vertellen wat de laatste aanwinsten waren op het gebied van het Frans? Jacques wees me de juiste plek in de schappen. Nu had ik die ook al gezien, maar ik was niet echt onder de indruk. Vette folianten over de Oude Hoofdvariant, over de Pf6-Tarrasch, over drie varianten uit de Winawer. Neen, dat zocht ik niet. Ik zocht gewoon een recent, mooi boek over het Frans, een goed overzicht. Mijn laatste dateerde al uit eind tachtiger jaren. Natuurlijk had ik het extreem leerzame boek van Uhlmann uit 1991, maar dat was niet een echt overzicht over het hele Frans. Wat was er in de laatste paar jaren nog uitgekomen? Even stilzwijgen. “Schakers willen alleen maar specialistische monografieën”, kwam Jacques.
Als hij gelijk heeft -en ik houd het niet voor uitgesloten- is dit zorgwekkend. Zorgwekkend en geschift. Wie zich toelegt op een enkele variant heeft juist helemaal niks aan vette folianten: ze verouderen met het uur. Sterker, de schrijver en superspecialist zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet het achterste van zijn tong laten zien. Je moet ernstig rekenen met de mogelijkheid dat er in dit soort werken heel wat DESinformatie staat.
Neen, veel slimmer is het om een goede meester een overzicht te laten maken, een compilatie, waarin de algemene RICHTING van de onderzoekingen en de praktijk wordt aangegeven.
Alles wat je aan modevariantjes nodig meent te hebben kun je wel op andere (snelle) wijze verkrijgen. Als je ze al nodig hebt … Beter is het toch om zelf te onderzoeken en te experimenteren. In allerhande varianten van het Frans heb ik zelf wat zitten knutselen. In een van de zomerse toernooien in Dresden kwam een zo’n variant tot stand. Later heb ik hem nog tweemaal in een bekerwedstrijd kunnen gebruiken. Dat waren in totaal drie winstpunten. Eigen makelij!
Maar neen! Het schaakvolk wil kennelijk gevoed worden met hapklare brokken! En wat gebeurt er eigenlijk als de tegenstander afwijkt, al is het maar uit onnozelheid? Dan zijn de vette folianten van beperkt nut. Je moet het toch uiteindelijk zelf doen.
Schaakvolk van Nederland! Koop die misselijke specialistische folianten toch niet! Ga zelf aan het werk en doe niet zo geschift!
