artikelen vanm sv Promotie
Promotie 4 – DSC 5 door de teamleider
Op dinsdag 9 maart trad Promotie 4 in klasse 2D aan voor haar ‘kampioenswedstrijd’ tegen DSC 5. Stand aan kop: 1. DCS 5, 10 p, 29 bp; 2. Promotie 4, 10 mp, 27½ bp. Er moest dus gewonnen worden. En onder de deskundige leiding (alleen die opstelling op bord 7 en 8?!) van wedstrijdleider John Tan werd er om kwart voor acht afgetrapt.
Na een uur wedstrijd was de conclusie dat we het duidelijk niet van het openingsvoordeel zouden moeten hebben. Maar op alle borden was er spel en het kon nog alle kanten op. Daarbij was het eerste punt al snel voor de onzen. Ruurd Kunnen heeft zwart op bord 7.
Zie diagram (ontstaan na een dichtgeschoven, Pd5 Lxd5 cxd5, Svesnikov) en de tegenstander denkt de aanval te hebben, doch komt bedrogen uit. 1. … Dxb2 2. Txf7 Pg5(!) 3. Tf1 (ook Tf2 werkt na Pxe4 niet echt) Dxe2 3. Te1 Dd2 en na nog wat gespartel tegen 9 uur 0-1.
Maar DSC 5 scoorde weer tegen op bord 8 waar Jaap van de Berg in een open stelling nogal verdrukt stond, Lf5xh3 mistte, toch nog tegenspel vond, maar dan weer verzuimt om goed naar veld h3 te kijken. Na het gemiste Dxh3 is het met torenverlies over en uit. 1-1.
Mijn prognose is op dat moment 3¾ – 4¼; niet genoeg en er moet gewonnen worden. De tijdnood komt ondertussen op, de spanning stijgt, de toeschouwers verzamelen zich rond de borden; het moet nu gaan gebeuren. (Hoewel een enkele angsthaas onder de toeschouwers oppert dat ‘het’ bij 4-4 ook nog kan.)
In die periode is aanvankelijk de partij van Jeroen Snijdewint (bord 6) de enige logische; weliswaar is hij een deel van zijn voordeel kwijt, de dubbele zwarte e-pion van zijn tegenstander is opgelost, edoch hij heeft ruimtevoordeel en vooral 15 minuten meer. Dit vertaalt zich in ongenuanceerd aanvalspel van zwart, dat opgevangen wordt middels de oprukkende c-pion; c6 – c7 en einde. Echter gelijktijdig gaan er ook een aantal zaken helemaal fout op de topborden. Eerst Hans van de Wijk (bord 2) die eerder een kwaliteit had moeten geven, weer leefde, remise lijkt te kunnen maken, maar met inmiddels 3 om 2 minuten gruwelijk mis grijpt, een toren inboet en onmiddellijk kan opgeven. En daarna ook nog Jan Veldhuizen (bord 1), die de tegenstander toch achter z’n koningspionnen ziet komen, waarna het ook onmiddellijk mat blijkt te lopen. Gelukkig is Niels Veldhuizen (bord 4) inmiddels een fraaie partij aan het winnen. Na een speculatief paardoffer op h7 en nog een 2e stukoffer annex torenoffer op de damevleugel slaat de witte aanval dan toch door. Het gevoel was dat de tegenstander middels het teruggeven van een toren de f-lijn had moeten plomberen (hetgeen in de analyses achteraf ook blijkt.) Nu hij dit niet doet is het achter elkaar helemaal uit. Tussenstand 3-3.
Jan Busman wint ondertussen z’n eindspel met Toren + Loper + pionnen tegen Toren + veel (meer) pionnen. Na een remise-aanbod van de tegenstander stelt hij mij de originele (doch niet toegestane) vraag of hij mag doorspelen. Na herhalen van de vraag geef ik hier toestemming voor, waarna hij redelijk snel wint, als de tegenstander de g-pion geeft en die van Jan naar g2 laat doorlopen. Tussenstand 4-3 (wedstrijdleider John Tan wordt overigens verzocht deze alinea niet te lezen).
En dan blijft Rudy Matai (bord 3) over om de wedstrijd binnen te brengen. Weliswaar staat hij verloren, heeft pionnen minder en een loper tegen een lastig paard, maar makkelijk te winnen is het nog niet voor de tegenstander. En Rudy is gewoon de handigere vluggeraar. Als het paard in een penning geraakt kantelt de partij; het paard gaat verloren en de tegenstander gaat door de vlag. Eindstand 5-3!! Het is gelukt!!! Maar Promotie 4 is er nog niet; op dinsdag 6 april volgt de alles beslissende uitwedstrijd tegen Corbulo 1. 4-4 in Leidschendam betekent het kampioenschap en promotie naar de 1e klasse. Maar ook voor Corbulo is deze wedstrijd van groot belang; zij dienen te winnen om degradatie te ontlopen. Pikant detail: bij de tegenstander in het team ook een Busman, zoon van….
de teamleider
Naschrift van de auteur:
Bij mijn vorige schaakvereniging (de Ooievaar) heb ik zeker zo’n 6-7 jaar externe HSB-wedstrijden geleid. De bijbehorende verslagen schreef ik onder het pseudoniem “de wedstrijdleider”, waarbij eenieder ook zo wel wist wie de auteur was. Bovenstaande pseudoniem is een variatie hierop. (Het doet me overigens ook denken aan de vereniging waar ik daarvoor lid was (SC Groningen). Daar had men in het clubblad een rubriek onder de naam “Doctor doceert”. En ook daar wist ieder clublid ook zo wel wie de schrijver van die rubriek was. (naam bij redactie bekend)
Naschrift van (een deel van) de reactie:
Dat zal toch niet dezelfde doctor zijn als de onze? Hoewel, Groningen zei U………?
