De mooiste vorm van schaken is de schaakmatch. Een match is de zuiverste krachtmeting die het schaakspel kent. Het zijn gevechten van man tegen man (vrouw tegen vrouw), en de uitslag wordt niet beïnvloed door andere spelers, zoals in toernooien. Een echte match gaat ergens om. Het mooiste is het als er een wereldkampioenschap op het spel staat, maar een nationale titel is ook goed. Matches die alleen om de eer of het geld gaan, missen de essentie. De spelers moeten rivalen zijn. Het liefst moeten ze elkaars bloed kunnen drinken, maar dat is helaas niet altijd realiseerbaar. Een echte match is drama. De match der matches is die tussen Macdonnell en Labourdonnais uit 1834. 85 partijen! Eigenlijk waren het zes matches, want elke keer dat Macdonnell verloor (hij verloor ze allemaal), daagde hij Labourdonnais opnieuw uit. Dat was prettig voor de Fransman, want die was beroepsschaker en speelde om het geld. Maar er stond veel meer op het spel, namelijk de nationale eer: was Frankrijk of Engeland het sterkste schaakland? De afloop was een perfect drama. Macdonnell overleed kort na de laatste partij door uitputting. Labourdonnais stierf zes jaar later in bittere armoede. Zij zijn op hetzelfde kerkhof in Londen begraven. Dè match van de 20e eeuw is natuurlijk Spassky-Fischer uit 1972. Het ging om het wereldkampioenschap, maar het was tegelijkertijd een strijd tussen twee politieke systemen, het communisme en het kapitalisme. Voorafgaand aan de match liepen de schaakpolitieke verwikkelingen hoog op en het was aan het onorthodoxe optreden van Euwe en een royale geste van bankdirecteur Jim Slater te danken dat de match doorging. Fischer gaf in de eerste partij een loper weg en kwam niet opdagen voor de tweede partij. De wereld hield zijn adem in, maar daarna kwam alles goed. De spelers waren geen vijanden van elkaar en Fischer won gemakkelijk. Het einde was echter ongekend dramatisch, al bleek dat pas in de loop der jaren. Fischer trok zich terug uit de schaakwereld en werd als ongeslagen wereldkampioen de grootste legende na Morphy. De bekendste matches met een Nederlandse deelnemer waren die tussen Euwe en Aljechin in 1934 en 1935. Werkelijke dramatiek hebben die niet opgeleverd, ondanks het grote enthousiasme dat losbrak toen Euwe won. De nationale euforie had een hoog calvinistisch gehalte. Men was trots op de wereldkampioen, maar minstens zo groot was de tevredenheid over het feit dat een keurig Amsterdams burgermannetje had gewonnen van een flamboyante kosmopoliet. In Nederland komen echte matches niet voor; hier worden tweekampen gespeeld. De tweekamp der tweekampen is Donner-Ree uit 1971. Het ging bijna nergens om. Er stond een kleine geldprijs op het spel, maar geen officieel kampioenschap. De tweekamp moest een polemiek beslechten die was ontstaan toen Donner en Ree gedeeld eerste in het NK waren geworden, en Ree op grond van Sonnenborg Berger tot kampioen was uitgeroepen. Donner, de enige Nederlandse grootmeester na Euwe, kon niet nalaten het bedroevende peil te hekelen van de “Nederlandse hoofdklassers en meesters”, “mensen waar in Nederland vrij hoog van wordt opgegeven, maar die in feite een allertreurigst troepje mensen vormen: al die Rees, die Langewegs, die Kuijpers en die Hartogs en wat er verder dan nog komen mag”. Ree antwoordde dat het onmogelijk was om echt boos te worden “op die dikke met dat ruitjesjasje”, maar hij gaf Donner weinig kans: ” ‘I am the greatest!’ kraait de oude vanuit zijn rolstoel. Wie zo het contact met de werkelijkheid heeft verloren is natuurlijk geen serieuze kandidaat”. Ree won de tweede partij, Donner de zevende en de laatste werd weer door Ree gewonnen. Twee weken geleden hebben Timman en Van Wely twee rapid en twee gewone partijen gespeeld. Men noemde dit een tweekamp. Volkomen ten onrechte. Het ging helemaal nergens om, niet om een titel, niet om de vraag wie de sterkste schaker van Nederland is (dat is Sokolov) , niet om prestige, zelfs niet om een polemiek. De vriendinnen zaten in de zaal zonder elkaar de ogen uit te krabben. Geen drama, geen inhoud. Van Wely zal nooit zo’n prachtige schaker worden als Timman is geweest en Timman zal Van Wely op de nationale ranglijst nooit meer inhalen. Dat stond vooraf vast. Het was een onbetekenend wedstrijdje, alleen goed voor het prijzengeld en de sponsornaam.