Afspiegeling

Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat werd er een schoolreisje georganiseerd naar Lunteren of een andere plaats van soortgelijke oubolligheid. In de avonduren zag ik twee klasgenootjes een geblokt bord nemen en een doos met schaakstukken over het bord uitstorten. Rap zetten zij de stukken in slagorde en ze begonnen te spelen. Het was mijn eerste contact met het schaakspel. Ik wist dat het spel bestond, maar thuis hadden ze verzuimd me de regels bij te brengen. Ik was blanco. Zesdeklassertjes zijn over het algemeen beweeglijk, maar deze twee jongens zaten gedurende een flinke tijd muisstil te schaken. Ik keek toe en werd geboeid door wat ik zag, maar….ik begreep er niets van.
Toen ik thuiskwam vertelde ik wat ik gezien had. Schaakattributen werden aangeschaft en een leeftijdgenootje leerde mij de regels. Veel gelegenheid tot spelen en oefenen had ik niet; mijn veel oudere broer en mij oudere zus hadden geen tijd en/of geen zin. In de tweede klas van de middelbare school deed ik voor het eerst mee aan een schooltoernooitje. Er deden zo’n twintig jongens mee en ik eindigde op de voor-voorlaatste plaats, willig slachtoffer van herdersmat en andere ongein.
Maar het vuurtje dat zwakjes was ontstoken begon uiteindelijk goed te branden. Later speelde ik eenmaal in de week met een klasgenoot en weer jaren later volgde de stap naar de schaakclub. Ik nam eindelijk deel aan het schaakleven. Maar waarom eigenlijk?

In mijn schooltijd reeds had ik grote belangstelling voor geschiedenis, maar niet voor zoiets subtiels als sociale geschiedenis. Neen, geschiedenis was voor mij “histoire de bataille”, de aaneenrijging van veld- en zeeslagen. Deze fascinatie voor het grofstoffelijke oorlogsgeweld is tot op de dag van vandaag gebleven. Niet voor het anonieme geweld waarbij een granaat schade aanricht op tientallen, honderdtallen kilometers afstand van de plaats waar hij wordt afgeschoten. Neen, mijn fascinatie betreft de strijd van legers op oogafstand en minder, waarbij zwaard of bajonet van de een het lijf van de ander lek prikt of deerniswekkend verminkt, waarbij overwinnaar en overwonnene direct worden geconfronteerd met resultaat en reactie. Het weeë gevoel in de maagstreek voor de slag begint. De atmosfeer van adrenaline, zweet, angst, lijden. Het doodslaan van de gewonden na de slag, de barbaarse medische ingrepen van de chirurgijns.
Ik herinner me uit mijn middelbare schooltijd dat de Romeinse geschiedschrijver Livius in zijn boek “Ab urbe condita” (1) beschrijft hoe na de slag bij het Trasumeense meer (217 v. C.) zwaargewonde Romeinse soldaten zand over hun eigen hoofd ophoopten om het stervensproces te versnellen. Er is geen plaats voor romantisering van het oorlogsbedrijf, dat spreekt. Maar de fascinatie blijft. En over enkele maanden trek ik met een zevental anderen naar plaatsen geschikt voor de strijd. De spanning loopt op vlak voor de wedstrijd. We zien “de vijand” in de ogen en ervaren direct resultaat van en reactie op onze handelingen. Sommige zullen lijden, anderen zullen doen lijden. En wij zijn elkanders chirurgijns, inclusief de barbaarse mentale ingrepen uitgevoerd tijdens het verorberen van een rijsttafel.

(1)”Vanaf de stichting van de Stad”, dat wil zeggen van Rome

Scroll naar boven