Doctor doceert; XLVI. Het Goede Gevoel

Doctor doceert    XLVI. Het Goede Gevoel           door Manuel Nepveu

 

Nu het externe seizoen achter de rug is, is het goed even terug te kijken. Het achttal waarvan ik deel uitmaakte heeft op spetterende wijze het kampioenschap van de HSB behaald en mag dus volgend seizoen “de wijde wereld” in. Wat een succes! Welk een glorie!

Vreemd genoeg misschien kijk ik niet helemaal op deze wijze op het afgelopen seizoen terug. Mijn eigen externe resultaten waren namelijk beneden peil. Ik haalde vijftig procent tegen spelers die ik met een uitzondering allemaal had moeten kunnen hebben. Joost Mostert, Ton de Waal en Jan Blankespoor verkeerden wat dit betreft in eenzelfde situatie en haalden inderdaad het ene na het andere punt binnen. Ik niet. Tegelijkertijd waren mijn vier invalbeurten in het eerste niet helemaal onsuccesvol: twee keer remise, twee keer winst. Vanwaar dit verschil?

 

Wie al onmenselijk lang lid is van deze schaakclub weet dat ik ooit stukjes in deze serie heb gewijd aan het spelen in de KNSB (jaargangen 40-2 en 42-6). Daarin gaf ik aan dat je jezelf voor je op een zaterdag aan de wedstrijd begint in de juiste stemming kunt brengen en …dat je dat dan ook moet doen! Croissantje, krantje, sigaartje, zeg maar. Iedere speler vult dat op zijn eigen manier in. Op de dinsdagavond is er geen voorbereiding die hier op lijkt, althans niet bij mij. Waar ik des zaterdags qua omstandigheden in staat ben mijzelf in een goede stemming te “wiegen”, lukt dat op dinsdagen nooit: er is dan gewoon geen mentale voorbereiding. Vaak gehaast, een dag werken in Utrecht met het reizen dat daar nu eenmaal bij hoort, het geeft niet echt gelegenheid om je te concentreren op wat die avond komen gaat.

Nu zal een lepe valsaard mij misschien voorhouden dat ik het intern niet zo heel beroerd doe. Waarom blijkt ontbrekende mentale voorbereiding op “interne” dinsdagen dan geen opvallend negatieve gevolgen te hebben – althans in mijn geval? Wat is er speciaal aan externe wedstrijden?  Laat ik hierop een zo algemeen mogelijk antwoord trachten te geven.

 

De verschillen tussen interne en externe wedstrijden zijn duidelijk aan te geven.

  • Intern speel je uitsluitend voor jezelf, extern speel je ook voor het team. Dat betekent dat je rekening moet houden met de consequenties die jouw acties op het bord hebben voor “het algemeen belang”. Intern falen in een enkele partij laat zich wel weer repareren in de rest van de competitie, maar extern geknoei werkt veel harder door, voor jou zelf en voor je teamgenoten.
  • Intern spelen telt niet mee voor de rating, extern wel. Niet iedereen is hier volledig ongevoelig voor, zullen we maar zeggen. Een Elo-rating wil wel eens gebruikt worden bij de teamindeling van het volgende seizoen. Daarentegen zullen een paar schlemielige nederlagen in de interne competitie nooit worden gebruikt om iemand “toch maar” in een lager team te zetten. De schlemielige nederlaag intern komt je op gegrijns en leuk bedoelde opmerkingen te staan, dezelfde nederlaag extern telt mee om te bepalen “waar je nu werkelijk staat”.
  • Intern weet je wel ongeveer wie en wat je te wachten staat qua tegenstander, extern is de tegenstander doorgaans een grote onbekende. Zelfs wanneer je de naam van de tegenstander kent en zijn rating ben je vaak niet veel wijzer. Is hij een droge schuiver? Is hij een combinatoir genietje? Wat is zijn openingsrepertoir? Speelt hij linke variantjes uit obscure boekjes? “Kan hij een loper van een paard onderscheiden?”, in de betekenis die Donner ooit aan deze vraag gaf. Dit alles kun je niet standaard afleiden uit de Elo-rating van de tegenstander. Kortom, de tegenstander is in eerste instantie een “zwarte ridder (m/v)”. Wanneer zelfvertrouwen in liters door je aderen kolkt, is dit geen enkele belemmering. Jonkies hebben dit vaak (“Die ouwe l.u.l. schop ik zo van het bord”). Maar de ouden van dagen, gepokt en gemazeld in het harde wedstrijdschaak, met littekens op hun ziel, weten dat het allemaal heel spannend kan worden.
  • Intern weet je van tevoren doorgaans wat er op het spel staat, maar extern kunnen de uiterlijke omstandigheden zich tijdens de partij wijzigen, bijvoorbeeld wanneer het team achter komt te staan en er nog maar weinig partijen bezig zijn. Dat houdt in dat je onder zulke omstandigheden misschien beslissingen zult moeten nemen die jijzelf eigenlijk hoogst onaangenaam vindt, maar die “verplicht” zijn vanuit het teambelang.

 

Het is duidelijk dat de genoemde verschillen allemaal een ding verraden: er staat extern gewoon meer op het spel. Voor de meeste spelers heeft dat een grotere spanning tot gevolg. Frank en vrij spelen, fris van de lever risico’s nemen van een standaardniveau waaraan jij gewend bent, het wordt allemaal plotseling wat problematischer.

In dergelijke omstandigheden is het van belang om je toch vooral lekker te voelen als je aan het bord verschijnt. Het Goede Gevoel is van eminent belang.

Dit gevoel ontstaat door concentratie op en toeleven naar de partij en kan vastgehouden, resp. bedorven worden door wat er tijdens de partij om je heen gebeurt. Ook door wat er op het bord gebeurt trouwens, maar dat is niet waar ik het nu over heb.

 

Toen ik bij S.C.Groningen speelde moest mijn team op een gegeven moment aan de wedstrijden deelnemen die recht zouden geven op meedoen in de KNSB. Dat is een kwart eeuw geleden, in de tijd van de dinosaurussen, zeg maar. In een gebouw aan de Zonnelaan moesten we een van deze wedstrijden spelen. Ik stopte tijdens de wedstrijd een goede sigaar in mijn hoofd en ergens in het gebouw bracht een muzikale en ervaren organist een fuga van Bach ten gehore. De partij, zesentwintig zetten, dameoffer, mag inmiddels in het riool verdwenen zijn, ik weet nog steeds dat er in een dondersmooi sfeertje gespeeld werd.

Het Goede Gevoel. “Ragfijne vibraties, vat je makker?” zou de alom bekende schilder Terpen Tijn zeggen.

Tijdens de eindejaarstoernooien in Groningen, toen deze nog in de Martinihal plaatsvonden, namen de organisatoren de moeite om voor het begin van de partij statige muziek te laten klinken. Goud van Oud, Mozart. Het was steeds een majestueus begin en zelfs een doorgewinterde republikein als ik is daar niet gans en al ongevoelig voor. De klanken waren uitermate geschikt om Het Goede Gevoel, dat ik natuurlijk vaak al had, nog te versterken.

Afgelopen jaar waren enige Promotianen in Oberwart. De ellendige Noordhoek verleidde ons

’s ochtends tot totaal onverantwoorde, afmattende wandelingen. Verzonnen vanaf een landkaart en loodrecht op talloze hoogtelijnen, als U begrijpt wat ik bedoel. Daarna werden er collectief lappen vlees naar binnen geslingerd onder het debiteren van vreselijke grappen over U, bijvoorbeeld. Enkele vermetelen dronken zelfs grote glazen pils. Dan ging ieder naar zijn kamer ter geestelijke voorbereiding op de partij. Douche, schone kleren, balkon, sigaar, openingsboekje, nog een sigaar. Daarna reed Broekman ons naar de speelzaal. En onderhand schalde oorlogsmuziek uit de speakers, ja oorlogsmuziek. Ook dat bleek uitstekend te werken. Het Goede Gevoel heeft kennelijk vele gezichten…

 

Maar nu terug naar de miezerige, mensonterende werkelijkheid van het jaar 2004.

In de externe onderbondswedstrijden van het afgelopen seizoen heb ik niets meegemaakt dat ook maar in de buurt komt van het oproepen van Het Goede Gevoel.

Nooit lekker uitgerust. Altijd te gehaast. Volle maag. Te dicht op elkaar. Rommelig begin.

Het Goede Gevoel was er nooit, maar dan ook echt nooit! Bij interne wedstrijden kan me dat allemaal niet zoveel schelen. Soms ben ik dan zelf een lawaaischopper die het niet laten kan deze of gene luidkeels verbaal de grond in te stampen als een mooie opmaat voor een avond vol venijn. Maar als er extern gespeeld wordt, als het echt ergens om gaat, eis ik, oude man, Het Goede Gevoel. Dan dus wel!

Maar het is eigenlijk nog vreselijker. Ik zal U een geheimpje verklappen, als U belooft het niet aan de grote klok te hangen.

Ik moest soms zelfs de kwalijke gedachte onderdrukken dat ik met corvee bezig was. Ik zat te spelen tegen duidelijk zwakkere tegenstanders, begreep dat ik moest winnen en nam daarom af en toe onverstandige risico’s. Slechts eenmaal ging het ook echt fout, een aantal keren kwam ik met een blauw oog vrij. Een keer zelfs legde ik mijn zeer sympathieke tegenstander na de partij met engelengeduld uit hoe ik in zijn plaats de partij dwingend naar winst had gevoerd. Je moet die jongelui van veertig een handje helpen, nietwaar?

 

Aan het begin van dit stuk schreef ik dat mijn teamgenoten in de Promotieklasse het dit jaar veel beter hebben gedaan dan ik. Hadden zij tijdens de externe wedstrijden wel Het Goede Gevoel? Is dat dan werkelijk mogelijk onder deze omstandigheden? Mijn antwoord kan kort zijn: ik moet aannemen van wel. Ik vermag niet in te zien dat je een behoorlijke prestatie kunt neerzetten wanneer je jezelf tijdens wedstrijden die er toe doen niet senang voelt.

Het Goede Gevoel heeft kennelijk, zoals hierboven al gesuggereerd, vele gezichten.

 

Zoals al aangegeven, Het Goede Gevoel kan ook tijdens de wedstrijd van je zijde wijken.

Tijdens een wedstrijd, vele jaren geleden, was ik bezig met een moeilijke partij. Dat hoeft geen enkele invloed te hebben op je welbevinden. Tuurlijk niet. Maar tijdens de wedstrijd zag teamleider Hoorweg zich genoopt aan te geven dat we achter stonden en dat het wel fijn zou wezen als mijn goede stelling ook inderdaad gewonnen werd. Ik schoot acuut in de krampen, verloor Het Goede Gevoel en enkele zetten later een stuk. Ik heb wel eens een leukere zaterdagavond gehad. Dat wil overigens helemaal niet zeggen dat Hoorweg een principiële fout begaan had en dat hij zijn mond had moeten houden. Neen, hij kon niet anders gezien de stand. Het gaat tenslotte wel om een teamwedstrijd. Maar deze verbale interventie hield zeer zeker een risico in, zeker bij zo’n teer zieltje als ik. C’est la vie!

Vreemd genoeg, misschien, had ik in de eerste KNSB-wedstrijd van het afgelopen seizoen als een van de weinigen geen last van de kleuterdisco die naast onze zaal aan de gang was. Anderen wel en Hun Goede Gevoel ging er in galop vandoor. Het is misschien wel aardig om de partij te laten zien, waarbij ik vooral kijk vanuit het oogpunt van Het Goede Gevoel.

 

MN – G.Gijsen, Promotie 1- Nieuwendam 1, 27/9/03

Dame-Indisch

1 d4, Pf6 2 c4, e6 3 Pf3, b6 4 g3

In principe had Het Goede Gevoel me hier al kunnen verlaten! De gespeelde zet is een vingerfout, in de zin dat ik het Dame-Indisch altijd anders aanpak in serieuze wedstrijden. Was ik nerveus? Ik was zeker te gehaast, dat wel. Waarom eigenlijk? Ik kan het niet zeggen. Overigens geloof ik niet dat de kindertjesdisco hier al begonnen was, maar ik weet dat niet zeker meer. Gelukkig weet ik nog wel iets van de ontstane positie en er was geen reden tot paniek.

4…, Lb7 5 Lg2, Le7 6 0-0, 0-0 7 Pc3, d6 8 Lf4, Pbd7 9 a3, Pe4 10 Dc2, Pc3x 11 Dc3x, Lf6

Ik kan niet precies zeggen wanneer het geluid van de kinderdisco in volle omvang tot ons doordrong, maar het zou hier geweest kunnen zijn. Een speler van Nieuwendam hield demonstratief op met spelen en ik begon te vermoeden dat dit enigszins link zou kunnen worden voor Promotie. Immers, een officieel protest bij de wedstrijdleiding zou mogelijk vervelend voor ons kunnen zijn (“Promotie had kunnen weten dat …”).

Maar Het Goede Gevoel verliet mij niet. Het lawaai stoorde me niet vreselijk en mijn tegenstander verklaarde na de partij er ook geen overwegend bezwaar tegen te hebben gehad om gewoon door te spelen. Wij hadden er immers toch ook last van?

12 Dc2, De7 13 Pg5

Een standaardmanoeuvre waarmee Wit de witte loper van Zwart te pakken krijgt, alsmede de lange diagonaal.

13…, Lg5x 14 Lb7x, Tad8 15 Lg5x, Dg5x 16 b4, f5 17 f4, Df6 18 Tad1, c5 19 dc5x, dc5x

Inmiddels waren er al pogingen gedaan om de luidruchtige buren tot matiging te bewegen. Die pogingen hadden min of meer succes en onze obstinate Nieuwendammer schaakte weer. Het gevaar voor disciplinaire maatregelen leek voorbij. Als dit hele gezeur al een klein plaatsje in mijn achterhoofd had opgeëist, dan was dat plaatsje nu weer vrij voor het herbergen van een schaakvariant. De stelling beviel mij trouwens wel. Wit staat ietsje beter. Het zal niet veel voorstellen, maar Wit kan rustig kijken wat er komen gaat.

20 e4, De7 21 ef5x, Pf6 22 Lf3, cb4x 23 ab4x, ef5x 24 c5, Td1x 25 Td1x, bc5x 26 Dc4+

Fritz geeft aan dat met de pion slaan op c5 nog iets beter is. Ik wilde schaak geven om Zwart te verleiden met zijn koning de hoek in te gaan. Dat geeft allicht aanleiding tot tactische grappen op de onderste rij en die beperken Zwart in zijn handelen, of… hij moet ergens een zet verliezen om de genoemde grappen eruit te halen.

26…, Kh8 27 Dc5x, Dc5x+ 28 bc5x

De vlieger is opgegaan. Wit staat beter. Niet gewonnen, maar gewoon duidelijk beter.

28…, Tc8?

Yes! Ik wist het! Het overkomt me wel vaker dat ik zeker weet dat mijn geachte tegenstander zal mistasten. Als ik me niet vergis keek er hier een Tan of een Tsai over mijn schouder mee. Die zal het ook wel gezien hebben.

29 Lb7!, Tc5x

Deze zet is relatief de beste. Zwart staat verloren: een verder tempoverlies á la 29…, Tb8 kan Zwart zich ook niet meer veroorloven.

30 Td8+, Pg8 31 Ld5, h6?!

Het Goede Gevoel was bij mij aanwezig en bleef dat. Mijn tegenstander hoopte vermoedelijk met zijn a-pion nog onrust te kunnen stoken. Hij had de kwal kunnen offeren met 31…,Td5x, maar het daarna overblijvende eindspel is in dat geval een eitje, uitsluitend vanwege de miserabele positie van Zwarts P en K. Ook nu maakt Wit het snel en doelgericht af.

32 Lg8x, a5 33 Le6+, Kh7 34 Td5, Tc1+ 35 Kg2, a4 36 Lf5x+, Kg8 37 Lg6, Kf8 38 Te5, Tc8 39 Ta5, Tc4 40 Ta7 (1-0)

 

Scroll naar boven