Het Mysterie van De Ruyter
Het Mysterie van De Ruyter Manuel Nepveu
In het zaterdags bijvoegsel van een bekende landelijke krant hebben met enige regelmaat mysterieuze gebeurtenissen uit een ver of minder ver verleden een bespreking gekregen.
Ik herinner me een bijlage over een toevallig opgedregde auto waarin zich de resten bevonden van een schooljuf. Zij was, vreemd genoeg, nooit als vermist opgegeven. Ik herinner me een bijlage uit 1978 of daaromtrent, geheel gewijd aan de moord in een seinwachterhuisje vijftig jaar daarvoor. Twee zwervers draaiden de bak in, onschuldig, zoals jaren later bleek.
En tenslotte herinner ik me uit de jaren tachtig het krantenbericht over de vondst van drie “geklede skeletten” in het Belgische Passendale. In de eerste wereldoorlog is hier gevochten en dus leek de vondst niet zo heel vreemd. Maar er was wel wat raars met de kostuums. Uiteindelijk bleek het te gaan om drie Engelse soldaten die veel eerder op deze plek waren gesneuveld en wel in de Oostenrijkse Successieoorlog rond 1745.
Het rurale plaatsje De Ruyter, New York, niet ver van Syracuse is ooit, heel even in het nieuws geweest. Dat was in de aprilmaand van 1933. Sheriff Bill Wrath kreeg een oproep om naar een vervallen houtzagerij te komen, waar al tientallen jaren geen activiteiten meer ontplooid werden. Spelende kinderen waren in een gedeelte van de houtzagerij gekomen die kennelijk eerder aan de aandacht van hun kornuitjes ontsnapt was. Zij deden er een ontdekking die hun wel een paar onrustige nachten bezorgd zal hebben. Wrath en zijn assistenten troffen er twee lijken aan. De beide lijken hingen elk in een stoel en op een lage tafel tussen hen in stond een schaakbord. Het had er de schijn van dat de personen waren overleden terwijl ze aan het schaken waren.
Voor Wrath, die voor wat hij op het schaakbord zag wel geen grote belangstelling zal hebben gehad, ging het erom te bepalen wie deze personen waren en of hier sprake was geweest van een misdrijf. Kennelijk hadden de overledenen nog papieren bij zich, want zeer snel werd bekend gemaakt om wie het ging: Andrew Dan Rodilif en Phil Ammats, beiden zonder vaste woon- of verblijfplaats. De patholoog-anatoom van Syracuse, Dr. Norman Obecalp, had de eer om de heren te onderzoeken. Gegeven hun geboortedata kon hij vaststellen dat zij beiden al zeker tien jaar geen schaakstuk meer hadden aangeraakt, maar een duidelijke doodsoorzaak kon hij niet bepalen. Van grof fysiek geweld bleek hem niets.
Verder ontdekte Wrath dat de eigenaar van de houtzagerij een stokoude inwoner was van Schenectady, die al in geen twintig jaar meer had omgekeken naar zijn eigendom. Alles bij elkaar was er voor de sheriff geen reden om dieper in de zaak te duiken. De lijken werden vrijgegeven, maar niemand meldde zich en de staat New York zorgde uiteindelijk voor de begrafenis. De landelijke pers had in de eerste twee weken nog belangstelling gehad, maar daarna was het gebeurd. Geen bloed, geen drama, geen belangstelling.
Je vraagt je als schaker af wat hier gebeurd kan zijn. Laat ik eens iets proberen te verzinnen. Twee zwervers lopen in regenweer door De Ruyter. Ze zien een verlaten, vervallen gebouw, waar ze kunnen schuilen. Ze gaan op onderzoek uit, ze komen in een ruimte waar ze toevallig een schaakbord en schaakstukken aantreffen. Ze vervelen zich vermoedelijk en besluiten de tijd te verdrijven door een potje te schaken. Hopelijk houdt het snel op met regenen. Maar wat gebeurt er dan? Dat er eentje achter het bord dood blijft…, maar twee? Hebben de heren zich dood gezopen? Of zijn ze zich misschien doodgeschrokken van hun eigen fantastische spel? Het klinkt te poëtisch om waar te kunnen zijn. Ik kom er niet uit.
Serieus bedoelde opgave aan U: verzin een min of meer aannemelijk verhaal om deze twee doden “te verklaren”. Voor een goed verhaal kunt U op een al dan niet alcoholische versnapering rekenen…..
