Een eindspelletje
Een eindspelletje Manuel Nepveu
In december van het afgelopen jaar moest er voor de KNSB-beker een kleine reis ondernomen worden naar Groesbeek. Het was op de dag dat een koninklijke flierefluiter, die kort tevoren voor het allerlaatst flier gefloten had, op een eersteklas locatie van een volgens sommigen welverdiende rust mocht genieten. Ik kan me vaag herinneren dat er in de auto op weg naar Groesbeek wat grappen over werden gemaakt. Quasi-ontspannen reed het bekerviertal naar de plaats van bestemming.
Ik hoef U niet te vertellen wat daar is gebeurd. Henk Noordhoek heeft alles in de vorige uitgave van ons huisblad al uit de doeken gedaan. Ik zag hem daar op nog geen twee meter afstand van mij een heroïsche strijd voeren tegen John Fleuren. Ik had er alle vertrouwen in dat hier geen zotte dingen zouden gebeuren en wist dus dat ik moest winnen. Dat is niet gebeurd, maar daar gaat het in dit stuk verder niet over.
John Fleuren kende ik nog wel van tien jaar geleden. In januari 1995 was Promoties eerste tal aangetreden tegen de mannen van Groesbeek. Tegen en in Groesbeek zogezegd. Hartje winter en er lag aanmerkelijk wat sneeuw en “gladderigheid”. Het werd een gedenkwaardige wedstrijd, waarin ons erelid Kalkwijk een hartgrondige aversie tegen het zaterdagschaak heeft opgelopen. Ik kan U dat in geuren en kleuren vertellen, maar niet nu. In deze zelfde wedstrijd zat ik tegenover Fleuren. Ik deed het in de opening niet goed, verloor een pion en probeerde de partij te redden in het eindspel. Die poging is inderdaad geslaagd en wat ik mij er levendig van herinner is dat ik me tijdens de partij helemaal aan vellen heb gerekend. Wat ik me met veel genoegen ook nog herinner is de diepe walging op het gelaat van mijn tegenstander, die met de uitkomst van de partij (terecht) ontevreden was. Het was duidelijk dat hij mijn openingsbehandeling beschouwde als die van een zielige knoeier, ook al heeft hij dat laatste woord toen niet in de mond genomen.
Het eindspelletje is overigens interessant genoeg om nog eens onder Uw aandacht te brengen.
Wit is in deze stelling aan zet. Hij heeft een pluspion, maar er staan wel lopers van ongelijke kleur op het bord. Zijn taak is dus om het eindspel niet in remise te laten verzanden. Fleuren ziet dat hij de beweeglijkheid van de zwarte damevleugel kan inperken door 38 Le4! en die zet speelt hij dan ook. Zwart op zijn beurt voorziet dat Wit met zijn monarch naar de damevleugel wil, wat in combinatie met a4-a5 en eventueel zelfs a5-a6 Zwart voor een te zware taak zou plaatsen. 38…, Lc5 is daarom een niet geheel onlogisch antwoord. Wit van zijn kant wil de verhoudingen op de koningsvleugel eerst duidelijk krijgen met 39 g4, waarop 39…, Ld4 volgde. In verband met het gezegde zijn de volgende zetten begrijpelijk: 40 Ke2, Lc5 41 a5, a6 de laatste zet deed Zwart met pijn in de hartstreek, dat zal U duidelijk zijn. 42 c3, Ld6 43 Ke3, Lc5+ 44 Kf3, La3 Wit besluit de loper van Zwart van mogelijke aanknopingspunten te beroven en speelt daarom 45 f5. Er volgde 45…, g5 46 hg5x+, hg5x
Mijn goede vriend – mijn enige vriend volgens de kenners – Fritz8 geeft hier de voorkeur aan slaan met de koning. Nu lijkt het mij toe dat zijn oordeel niet onjuist is, maar ook de tekstzet is voldoende voor remise. Tijdens de partij leek het compact houden van de stelling mij beter, en …er is nog een reden die later aan de orde komt. Wit gaat nu zijn eigenlijke winstplan volgen. 47 Ke3, Lc5+ 48 Kd3, Ld6 49 Kd4, Le5+ 50 Kc5!
Het is bekend dat de materiele verhoudingen in ongelijke lopereindspelen minder gewicht in de schaal leggen dan positionele kenmerken. Fleurens laatste zet onderstreept dit. 50…, Lc3x 51 Kb6 Ik zag voor Wit nu een aantal mogelijkheden en ik probeerde ze zo goed mogelijk te berekenen. 51…, Ke5 Na lang nadenken gespeeld. De beste: hij elimineert slaan op b7 en wint een tempo danwel noopt Fleuren tot het daadwerkelijk gespeelde 52 f6! Het is precies deze steeds dreigende uitbraak waarom ik op zet 46 met de pion sloeg. Ik had in een bliksemschicht gekeken naar 52 Lc6x!? en mij er toen verder niet al te druk over gemaakt. Thuis vond ik de volgende variant, nog zonder programma om mij eventueel te corrigeren: 52…, bc6x 53 Ka6x, Kf4 54 Kb6, Kg4x 55 f6!, Lf6x 56 Kc5!, Kf5 57 a6, Ke4 58 Kc6x, Ld4 59 b4, g4 60 b5, g3 61 b6, Lb6x 62 Kb6x, g2 63 a7, g1D+ 64 Kb7= Maar dit kun je natuurlijk niet de “beste” winstpoging te noemen. De zet van Fleuren is beter. 52…,Kf6x Slaan op e4 is dodelijk, maar ik heb er voor de zekerheid tijdens de partij toch wat tijd aan besteed. De partij ging verder met 53 Lf5, Ke5 54 Lc8, Kd6 55 Lb7x, Ld4+ 56 Ka6x, Kc7! En het was me duidelijk dat ik het halfje had gered. Er volgde nog 57 b4, Lc3 58 b5, cb5x 59 Ld5, b4 60 Kb5, Kb8 61 a6 en met het gezicht van een oorwurm bood Fleuren remise aan (½-½).
□
