Recept tegen sterke spelers
Recept tegen sterke spelers Harrie Boerkamp
Ik heb die meewarige blikken wel gezien toen ik me plaatste voor de hoogste finalegroep. In de beslissende partij kon mijn tegenstander mat-in-drie uitvoeren. Hij bleef maar piekeren, terwijl ik niet wist waar ik kijken moest. Het gefluister van de toeschouwers was oorverdovend en ik was bang dat mijn zweetdruppels op het matveld zouden vallen. Maar hij zag het niet, trapte nog ergens in en ik was zevende geworden. Met een TPR van 1850 en dankzij veel externe 12 punt-partijen. Gemiddelde rating van mijn zeven tegenstanders 2098.
En ik heb dat gesprek aan de bar tussen Bernard Bannink en Ton de Waal wel gehoord. Ach, die Boerkamp, daar hoef je niets voor te doen. Hij komt vanzelf op je af. Gewoon laten stuklopen, dan de tandjes eruit, en je kan ‘m zo oprapen.
Laat maar kletsen.
Alle houwdegens en kiebitzers opgelet: speel het spel zoals het gespeeld moet worden. Tegen iedereen altijd streven naar ruimte, activiteit en initiatief. Minachting voor het materiaal. Blijvende zwaktes op de koop toe nemen. Beetje provoceren, af en toe bluffen, soms iets geniaals. Vermijd het eindspel. En ik bezweer je: dat soort spel is gewoon te moeilijk, ook voor de grote jongens. Ze krijgen geen controle. Je krijgt altijd je kans.
Ik zal mijn eerste vier partijen uit de finalegroep laten zien. In alle vier had ik het volle punt kunnen scoren (!). Door wat details in de afwerking werd het helaas maar 1,5.
Eerste partij: Zwart tegen Manuel Nepveu. 1993. Sterke strateeg. Voorzichtig. Soms wat rechtlijnig.
Tweede partij: Wit tegen Ron Landsbergen. 2038. Speelt behoorlijk ondernemend. Heeft zijn hoge rating dit jaar waar gemaakt.
Derde partij: Zwart tegen Bernard Bannink. FIDE-meester 2312. Op weg naar zijn zoveelste kampioenschap. In alle aspecten van het spel veel sterker dan ik. Hoe krijgen we die uit balans?
Vierde partij: Wit tegen Ton de Waal. 2155. Rustige, ijzersterke speler. Laat zich gelukkig door mij nog wel eens uit zijn tent lokken.
