Onverenigbare presidentschappen

Op het FIDE-congres in 2006 worden weer verkiezingen voor het presidentschap gehouden. De huidige president Kirsan Iljoemshinov wil herkozen worden. Deze week heeft hij zijn kandidatuur toegelicht in een brief aan alle nationale bonden en de leden van het dagelijks bestuur van de FIDE. Deze brief is gepubliceerd op de website van de FIDE.

Zoals je moet doen in dergelijke brieven, geeft Iljoemshinov een opsomming van zijn goede werken. Er zijn bezuinigingen doorgevoerd op het FIDE-bureau en tegelijkertijd is de productiviteit verhoogd. Het inkomen is gegroeid. Voor de wereldkampioenschappen is een prijzenfonds van 3,5 miljoen dollar geworven en binnenkort komt een prijzenfonds van 1,7 miljoen dollar voor de FIDE-Worldcup beschikbaar. Iljoemshinov belooft op deze weg voort te gaan als hij wordt herkozen. Hij zal zijn best doen het hoogst denkbare niveau van professionaliteit te bereiken om permanente sponsoring door het bedrijfsleven veilig te stellen.

Het zijn mooie woorden en we moeten erkennen dat de FIDE in veel opzichten goed functioneert. Bovendien is het schaken in hoog tempo gemoderniseerd, ook al ging dat soms tegen de wil van gevestigde conservatieve krachten in. Maar moet Iljoemshinov daarom worden herkozen?

Iljoemshinov is behalve president van de FIDE ook president van de autonome Russische republiek Kalmukkië. Over het democratisch gehalte van deze republiek en de criminele praktijken waarmee Iljoemshinov zijn positie in stand houdt, is al veel geschreven, o.a. door Sarah Hurst in haar boek Curse of Kirsan en door Martin van den Heuvel in Schaakmat in Kalmukkië. In beide boeken nemen de moord op Larissa Joedina, redactrice van de oppositionele krant Sovetskaja Kalmykia Segodnja, en de rol van Iljoemshinov daarbij een belangrijke plaats in. Bovendien doen Hurst en Van den Heuvel uit de doeken hoe de president zich de schaarse rijkdommen van zijn land toe-eigent om daarmee prestigieuze schaakprojecten te financieren.
Als president van de FIDE heeft Iljoemshinov eveneens een kwalijk riekende reputatie opgebouwd. Een van zijn meest aanstootgevende beslissingen is geweest om het FIDE-wereldkampioenschap van 2004 in Libië te houden, de door kolonel Ghadaffi geleide voormalige terroristenstaat, waar niet de Verklaring van de Rechten van de Mens, maar de islamitische sharia de basis is van het rechtssysteem. Voor de Israëlische schakers (en de joodse schakers in het algemeen) was het hierdoor onmogelijk dan wel te gevaarlijk aan het toernooi deel te nemen. De manier waarop Iljoemshinov heeft bijgedragen aan de mislukking van het Pact van Praag, de overeenkomst tussen een aantal topspelers en bestuurders om de eenheid in de schaakwereld te herstellen, is een tweede wapenfeit dat we hem moeten blijven nadragen.

Iljoemshinov heeft het FIDE-presidentschap benut om zijn internationale contacten met ongure collega-staatshoofden te versterken. Behalve Ghadaffi kunnen genoemd worden: de ondemocratisch gekozen presidenten Leonid Koetsjma van Oekraïne en Iljam Aleijev van Azerbeidzjan en Aslan Abashidze, voormalig dictatoriaal hoofd van de Georgische provincie Adzjarië, die in opstand kwam tegen de gekozen regering van Michail Saakasjvili.

In zijn brief schrijft Iljoemshinov dat hij de volle steun van de Russische regering heeft gekregen bij zijn beslissing om zich opnieuw kandidaat te stellen. Deze opmerking legt de vinger precies op de zere plek. De kern van het probleem met Iljoemshinov is dat hij twee onverenigbare functies bekleedt. Als president van de FIDE kan hij zich geen stappen veroorloven die in strijd zijn met de buitenlandse politiek van Kalmukkië en van de Russische Federatie, waarvan Kalmukkië deel uitmaakt. Geopolitieke belangen van deze landen kunnen de universele belangen van de schaaksport op den duur beïnvloeden en zelfs overheersen. De internationale contacten waarmee Iljoemshinov de laatste jaren pronkt, zijn in dit verband een veeg teken. De FIDE zou een instrument kunnen worden in de politiek van Kalmukkië en Rusland. De gevolgen daarvan voor de eenheid in de schaakwereld laten zich raden.

De kans is groot dat de boevenstreken van Iljoemshinov inzet van de verkiezingen worden gemaakt. Dat heeft weinig zin, want ongetwijfeld zijn er landen die dit geen boevenstreken maar heldendaden vinden, terwijl andere landen in zijn weldaden voldoende compensatie zien. Iljoemshinov zal zo’n strijd ongetwijfeld winnen, desnoods door stemmen te kopen.

Ik vind dat de KNSB zich actief moet bemoeien met de komende verkiezingsstrijd om te voorkomen dat deze heilloze weg wordt ingeslagen. Er moet een principiële strijd worden aangegaan over de verenigbaarheid van het presidentschap van de FIDE en het presidentschap van een land. Voor het standpunt dat deze functies onverenigbaar zijn, moet met zorgvuldige diplomatie brede steun gevonden kunnen worden, zowel in de internationale schaakwereld als in de sportwereld in het algemeen en wellicht ook daarbuiten. Pas als dat bereikt is, heeft een tegenkandidaat een kans te worden verkozen.

Scroll naar boven