Oude brompot

Tijdens een autorit naar De Lier, alwaar Promotie I een zware wedstrijd wachtte, leidde een discussie met de andere inzittenden mijzelf tot de vaststelling dat ik me eigenlijk steeds meer aan dingen ga ergeren. Dat is misschien enigszins vreemd. Veel lieden worden in de loop der jaren milder, maken zich steeds minder druk. Bij mij werkt dat zo niet.
Ik ben weliswaar nog niet eens midden vijftig, maar mijn dochter zegt mij onomwonden dat zij ons (“pap”en “mam”) oud vind. Ik leg mij daarbij neer. Kinderen en grijsaards spreken de waarheid. Dochterlief houdt mij een spiegel voor. Bovendien ontving ik onlangs een e-mail dat ik aan een seniorenkampioenschap schaken mocht meedoen. Neen, ontkennen “dat het al aardig opschiet” heeft geen zin.
Goed, er is dus onomstotelijk vastgesteld dat ik een “jongere oudere” ben, om een uitdrukking van Koot en Bie te perverteren. Maar ik word niet milder en niet bedaagder, eerder het tegenovergestelde: ik word met het jaar allergischer voor bizarre, pijnlijke, laffe acties uit heden en verleden. Vroeger leek ik het niet te merken, of vond ik het wel best. Nu erger ik me eraan. Een kleine collectie?

De Goudstikker-collectie wordt teruggegeven aan de erven Goudstikker. Proces na proces is gevoerd. De rechter vond steeds dat de collectie gewoon moest blijven waar hij was, namelijk in handen van de Staat der Nederlanden. Welnu, wat doe je als staatssecretaris als je de collectie toch reuzegraag kwijt wilt en de rechter steeds maar niet meewerkt? Je stelt een “ethische commissie” in. Dan weet je het wel. Die commissie begrijpt wat er van haar wordt verwacht en geeft dienovereenkomstig advies. De erven Goudstikker, een paar Amerikaanse veelvraten, krijgen een schilderijencollectie in de schoot geworpen van onschatbare waarde en dat niet alleen financieel. “Het maakt de Nederlandse claim op de Koenig-collectie, die in Russische handen is, sterker”, kraait een debiel uit de ambtenarenkaste. Alsof de Russen onder de indruk zijn van deze daad van ethisch hoogstaande waanzin…

Over ethisch hoogstaande waanzin gesproken. Nederland heeft een AIVD, een soort geheime dienst. De taak van een geheime dienst is te waken over de veiligheid van de staat. Daar hoort natuurlijk bij dat personen die een serieuze, juridisch niet te pareren bedreiging vormen, via een chirurgische ingreep worden verwijderd, e.e.a. ter beoordeling van een niet al te uitgebreide commissie. Maar niet in Nederland. Ik heb niet de geringste twijfel dat zoiets wel bij geheime diensten van de grotere landen gebeurt. Een enkele keer komt dat zelfs heel duidelijk aan de oppervlakte, namelijk wanneer de chirurgische ingreep niet vlekkeloos wordt uitgevoerd (Franse Geheime Dienst, midden jaren tachtig, opblaaswerkzaamheden ergens in de Stille Zuidzee).
Het is typisch Nederlands om bij zulke activiteiten grote bedenkingen bij te hebben. Ik heb wel eens een balletje opgegooid bij collegae aan de lunchtafel. Deels zijn de gehoorde bedenkingen principieel en respectabel, maar vaker is men gewoon laf. Men betaalt liever miljoenen om een Ayaan Hirshi Ali en een Wilders rondom de klok te beschermen dan dat men de kennelijk zeer serieus te nemen bedreigingen elimineert door de bedreigers te laten verdwijnen. Of is het zo, dat men bij de AIVD niet eens kan vaststellen om wie het gaat? Moeten ze misschien eens in de leer gaan bij de jongens van de Mossad.

Ethisch zijn wij dus altijd hoogstaand. Hoe zat dat eigenlijk ook al weer met Srebrenica? Ik meen me vaag te herinneren dat de Nederlanders toen vooral beducht waren voor de eigen veiligheid. Dat we toen een paar mensen aan hun lot hebben overgelaten. En beelden van een opgewekte conversatie tussen een schaapachtige overste en een pittige generaal, was dat nou alleen maar een hallucinatie?

Tenslotte nog even een gevoelige. Reilen en zeilen rond het Koninklijk Huis vormen een bron van irritatie, een heuse belediging voor iedere Nederlander zonder oranjekleurige ontlasting. De huidige Oranjes hebben weinig van doen met de geweldenaren die de Nederlanden als eenheid op poten hebben gezet (Willem de Zwijger en zijn zonen Maurits en Frederik Hendrik). Die tak is namelijk in 1702 uitgestorven. De huidige familie stamt van de onbeduidende Friese tak. Veel vertegenwoordigers daarvan waren aan de dommige kant.
Laten we alleen eens kijken naar de wederwaardigheden tijdens de regeringsperiode van Juul, het absolute genie van de familie. Hoe bestaat het dat zij kon weigeren om een handtekening onder een doodvonnis te zetten zonder dat het gevolgen voor haar zelf had! Schijterigheid bij de ministers. Natuurlijk. De “Drie van Breda” zijn het gevolg van deze domme actie geweest. Hoe bestaat het dat de vaderlandse pers in de jaren vijftig aan vrijwillige zelfcensuur deed door niet te melden dat er iets helemaal fout zat in paleis en bovenkamer van de majesteit! Hoe bestaat het dat diezelfde Juul later een gerechtelijk onderzoek naar haar eega frustreerde en dat een socialistische premier dat slikte!

Jèèèch! Het is al buitengewoon slecht voor mijn bloeddruk om dit allemaal op te schrijven. Ja, de tendens is duidelijk ingezet: ik word een oude brompot. Voor U een excuus om vooral geen acht te slaan op wat ik zeg.
Ach wat! Laat ik maar weer snel achter het schaakbord kruipen…

Scroll naar boven