Corus-tienkampen 2006: "Het kan verkeren
Corus-tienkampen 2006: "Het kan verkeren!" Jan van den Bergh
Vorig jaar was Corus een kwelling: gedegradeerd uit groep 2 van de tienkampen met 4 punten zonder ook maar één fatsoenlijke partij te hebben gespeeld. Toen ook later in dat jaar het Nova-weekendtoernooi in Haarlem en het ACT-toernooi in Amsterdam (juli 2005) nauwelijks bevredigend waren verlopen begon ik echt te twijfelen: wil ik die zelfkwelling (die schaken ook kan zijn) nog wel, boeit het schaken me nog, ben ik niet te oud, moet ik, nu het vijftigste levensjaar (waarvan bijna 35 achter het schaakbord) met rasse schreden in zicht komt, niet iets anders (een cursus figuurzagen of zo) gaan doen? Ook het stoppen van Garry Kasparov en John Nunn afgelopen jaar ervoer ik om zo te zeggen als “mijn eigen voorland.” Corus 2006 beschouwde ik dan ook als een soort lakmoesproef: er diende dit jaar eindelijk weer een goed toernooi te worden gespeeld.
Over het resultaat mag ik niet klagen: gedeeld 1e in groep 3B, met de pittig ogende score van 7 uit 9
(+6, -1, =2). De redenen voor dit betrekkelijke succes: allereerst de goeie teamgeest in het Promotieteam (bestaande uit Henk, Ruurd, Willem en ondergetekende), dat, ware er een prijs voor het beste team(resultaat), deze maxima cum laude zou hebben binnengehaald (iedereen won bijna met speels gemak zijn groep). Maar ook: een enorme hoeveelheid geluk. Hoewel je dat bij (Fide-)
ratinghouders tussen de 2100 en 1950 vooraf niet zou verwachten bleek het blunderpercentage (zeker in mijn partijen) echt schrikbarend. Een staalkaart van wat mij aan materiaal in de schoot werd geworpen: pionnen (3x), kwaliteiten (2x), lichte stukken (5x), volle torens (2x) en de dame (1x). Ik schat dat al die vrijgevigheid zeker goed was voor minstens anderhalve punt “extra”, al moet gezegd worden dat ik in de betreffende partijen telkens (in tegenstelling tot “bovenbaas” Noordhoek in zijn fameuze cause célèbre) voor de blunders al overwegend stond. Ben Ahlers pleegt in die gevallen te spreken van tegenstanders die al bij voorbaat gaan liggen en hij heeft gelijk, zo werd mij duidelijk.
Ik speelde echter ook enkele heel aardige partijen. Dat was bijv. de partij uit de 1e ronde tegen de Amsterdammer van Tuyl, waarin de witte Petrosjan/Gligoric-bestrijding van het Koningsindisch (met een snel d5 en de modificatie Le3 i.p.v Lg5) als Katrina over de zwarte damevleugel rausde en slechts zwarte (witte) gaten op d5 c.q. f5 en een morsdode “Gufeld-loper” op g7 achterliet. Plezier beleefde ik ook aan mijn gevecht tegen de sympathieke Henk Dissel (Utrecht), al jaren gewaardeerd deelnemer aan Corus. Aangezien die partij ook uit theoretisch oogpunt wellicht wat interessanter is wil ik deze de lezer niet onthouden.
Wit: Jan van den Bergh
Zwart: Henk Dissel
Gespeeld in Groep 3B van de Tienkampen Corus 2006
Tango-Indisch
1. d4 Pf6
2. c4 Pc6!?
Henk Dissel is een notoire specialist in uiterst obscure maar interessante varianten, maar deze opening kwam gelukkig niet onverwacht, want hij had ‘m al eerder gespeeld. Ik had me bij wijze van uitzondering tevoren met “de oude Nunn-bijbel” uit 1999 enigszins in de (in 1999 nog schaarse) theorie verdiept….
Het bleek een schot in de roos.
3. Pc3 e5
Toen ik na afloop van de partij thuis wat dieper in de theorie van de Tango spitte bleek me dat 3. Pf3 e6 4.a3!?, d6 5. Pc3, g6!? op grootmeesterniveau momenteel als hoofdvariant geldt. Er kunnen dan overgangen naar Koningsindisch-achtige stellingen ontstaan. Met name de IGM Bologan heeft het een aantal malen zo gespeeld. Interessante partijen, dat kan ik u verzekeren. Ik koos voor 3.Pc3 omdat “mijn bron” (Nunn) hierna twee kansrijke methoden voor wit aangeeft
4. d5 Pe7
5. h4!? Peg8! ►
Als alternatief geeft Nunn 5.e4(!), Pg6 6.Le3, Lb4 7.f3 enz. en concludeert na nog wat zetten dat wit beter staat. Ik was (en ben) daarvan niet overtuigd en opteerde daarom voor het (nog) minder gespeelde 5.h4, dat het doel heeft de zwarte koningsvleugel zo snel mogelijk onder druk te zetten (c.q. aldaar verzwakkingen uit te lokken) en vooral het paard op e7 in zijn bewegingsvrijheid te belemmeren. (5… Pg6 6.h5! en het paard moet terug). 5… Peg8! is het zeer inventieve en originele tegengif van de Moldaviër Chebanenko. Nunn is van mening dat het allemaal kansrijk voor wit is maar ik betwijfel dat na deze partij.
6. a3!? a6 (!)
Alles onder de noemer: hoe voorkom je bij je tegenstander c.q. waarborg je voor jezelf een goeie ontwikkeling…. Dat is het moderne schaak.
7. e3 Lc5
8. Dc2 d6
9. Ld3 Pe7
10. Pf3 c6 ?!
|
|
Voorzover ik heb kunnen nagaan is dit nieuw. Het idee erachter is heel logisch. Wit zal zeer waarschijnlijk lang rokeren en daarom tracht zwart al bij voorbaat lijnen op de damevleugel te openen. Het verloop van de partij laat echter zien dat wit – ondanks een wat krakkemikkige koningsstelling – extra aanknopingspunten krijgt (met name in het centrum). Ook gaat de zet gepaard met tijdverlies. 10…. Pg4 (!) ziet er echter heel gezond uit. Zwart staat klaar voor 11…f5 en houdt de witte koning nog even vast in het centrum. Volgens mij staat zwart dan goed. Dat zou betekenen dat het plan met 5.h4 betrekkelijk onschuldig is.
|
11. b4 La7
12. dxc6 bxc6
13. Lb2 Pg4
Zwart schakelt alsnog naar het bij zet 10
genoemde plan over. De omstandigheden
zijn echter veranderd. Wit krijgt zware druk
in het centrum (d-lijn, eventuele doorbraken
met c5 of f4) en ook blijkt het lastig te zijn
de zwarte koning een veilig onderkomen
te verschaffen.
14. Ph2 !? Pxh2
15. Txh2 f5
16. 0-0-0 h5 ?!
De tekstzet verzwakt de zwarte koningsstelling bijna onherstelbaar, maar zwart staat hoe dan ook moeilijk. Hij moet ook rekening houden met g4 (vandaar …h5) en er komen lijnen open op de koningsvleugel.
17. c5!
De inleiding tot een weloverwogen en gerichte actie in het centrum, die het doel heeft lijnen te openen en de zwarte stelling op te blazen. Ik besteedde ruim twintig minuten aan het doorrekenen van de complicaties. Ik was er achteraf heel tevreden over.
17. … d5
18. Pa4 Lb8
19. f4 !?
De pointe van de witte aanpak. De lange diagonaal moet open. In de analyse na afloop bleek echter 19.e4(!) ook heel kansrijk. Tijdens de partij had ik daar amper naar gekeken. De tekstzet is meer tweesnijdend.
19. …. exf4
20. Lxg7 Tg8
21. Lf6 !? fxe3
Zwart had hier het betere alternatief: 21. ..f3 !? Het kwaliteitsoffer 21. gxf3, Lxh2 22. Dxh2 ziet er interessant uit, maar ik weet niet zeker of wit daarmee wint. Waarschijnlijk zijn er ook andere mogelijkheden. Kortom: een boeiende stelling voor een uitvoerige analyse! De tekstzet wint weliswaar tijdelijk een pion, maar zwart houdt een onderontwikkelde ruïne over. Ik denk dat wit al nagenoeg op winst staat.
22. Thh1 Tf8
23. Lg5 d4
24. Le2 !
Timman zou dit een “afgemeten riposte” noemen. Zwart gaat kapot in het centrum (Lxe3!) en op de koningsvleugel (Lxh5).
24 …. Le6
25. Lxh5+ Lf7
26. Lf3 Ld5
27. Txd4 Le5
28. Tdd1 a5
Zwart is desperaat op zoek naar tegenkansen,
maar de witte stukken houden zijn stelling in
een verlammende greep.
►
29. b5 !
Ook dat nog. De dekking van de loper op d5 wordt vakkundig ondergraven. Zwart spartelt nog wat tegen met een wanhopig dameoffer.

29. … Lxf3
30. Txd8+ Txd8
31. gxf3 cxb5
32. Lxe3 (!) bxa4
33. Dxa4+ Kf7
34. Dc4+ zwart geeft op

