Rijnstraat 125
Rijnstraat 125 Gerhard Eggink
Een paar weken gelden was mijn nicht met haar man bij ons op bezoek. Het was gezellig, maar daar gaat dit stukje niet over. Van haar man kreeg ik een oud schaakspelletje cadeau, dat van zijn vader was geweest die in september 2004 was overleden. Sindsdien is zijn moeder verhuisd, kleiner gaan wonen, en allerlei spullen worden dan verdeeld in de familie. Het schaakspelletje van “Pa Steenbakker”, zoals we hem altijd noemden bij de keren dat we elkaar zagen, een of twee keer per jaar, kwam zodoende aan mij toe.
Het is een oud, vergeeld, houten doosje, het meet 9 bij 15 cm, en onderop staat “made in Czechoslovakia”. Onderop staan een paar inktvlekken. Op het deels gebroken deksel van het doosje staat in grote blokletters “G.Steenbakker, Rijnstraat 125, Haarlem (N)”. Binnenin het doosje (met twee vakken voor de verschillende kleuren) ligt heel wat stof. Het houten spel heeft pionnen van ca. 3 cm hoog. De koning is slechts 6 cm hoog. De lopers zien eruit als grote pionnen. De witte koning staat een beetje scheef en twee paarden staat een beetje wankel, maar het spel is compleet en je kan er mee schaken.
Pas later drong tot me door wat dit kon betekenen. Pa Steenbakker (geboren in 1919) woonde tijdens zijn jeugd op het adres dat op het doosje staat. Hij heeft daar natuurlijk van dichtbij meegemaakt dat Max Euwe wereldkampioen werd in 1935. De match tussen Aljechin en Euwe vond plaats, als een rondtrekkend circus, over 30 partijen in allerlei plaatsen in Nederland. Een van de beroemdste partijen in die beroemde match tegen Aljechin vond plaats in Zandvoort: de “Parel van Zandvoort” heet die partij. De laatste partij vond plaats in Amsterdam. Zandvoort en Amsterdam liggen vlakbij Haarlem en misschien is hij of zijn vader of opa wel naar die partij gaan kijken.
Er gaan allerlei verhalen over de fameuze match Euwe-Aljechin. Zo zou Euwe als enige bereid zijn geweest een match tegen Aljechin te spelen; de andere wereldtoppers hadden geen zin in een nederlagenserie waar ze de jaren ervoor op waren getrakteerd in allerlei grote internationale toernooien. Euwe had die ervaring niet, want die kon niet naar die toernooien toe omdat hij op een school las gaf en buiten de schoolvakanties geen vrij kon krijgen. De match begon uiteindelijk op 3 oktober 1935 in Amsterdam, met nadien lokaties in heel Nederland. Aanvankelijk leek Euwe onder de voet te worden gelopen. Na zeven partijen stond hij al drie punten achter, maar er volgde een opmerkelijk herstel: zeven partijen verder had Euwe de stand gelijk getrokken. Toen Aljechin na 19 partijen opnieuw een comfortabele voorsprong van twee punten had opgebouwd, leek de strijd echter in zijn voordeel beslist. Euwe bleek evenwel over een grote veerkracht te beschikken. Twee achtereenvolgende overwinningen brachten hem nogmaals uit een kansloze positie op gelijke hoogte. De 21e partij, gespeeld te Ermelo, was daarbij bepaald dramatisch: Aljechin verscheen te laat en allerminst nuchter achter het bord. De bewering dat Euwe zijn overwinning hieraan zou hebben te danken, is, gezien het verloop van deze partij en van de rest van de match echter onbillijk. In de 25e partij kwam Euwe, die een gevaarlijke aanval van Aljechin fraai weerlegde, voor het eerst op voorsprong, om hem in de daaropvolgende partij – ‘de parel van Zandvoort’ – met superieur spel de genadeslag toe te brengen. De wereldkampioen kwam weliswaar meteen de volgende partij terug, maar daarna hield Euwe in een zenuwslopende slotfase zijn voorsprong vast en hij behaalde op 15 december 1935 ten overstaan van ruim tweeduizend uitzinnige toeschouwers in het Amsterdamse theater ‘Bellevue’ de wereldtitel. Aljechin vroeg aan Euwe: “Moeten we afbreken of kan ik u nu al feliciteren?”, en nadat zij elkaar de hand hadden geschud brak een daverend applaus en gejuich uit. Nadat het publiek eindelijk tot zwijgen was gebracht sprak Aljechin de woorden: “Es lebe Schachweltmeister Euwe, es lebe Schachliebend Holland”. Historische momenten!
Misschien is Pa Steenbakker wel naar de laatste partij in Amsterdam gegaan. Misschien heeft hij wel meegeapplaudiseerd en meegejuicht. Misschien heeft hij het schaakspel dat ik kreeg wel van zijn vader of opa gekregen naar aanleiding van die match – zoals ik later mijn eerste schaakspel van mijn ouders heb gekregen tijdens de match tussen Spasski en Fischer in 1971. Dat geeft toch een band. Zou Pa Steenbakker ooit met dit spel gespeeld hebben? Het doosje is niet meer heel, maar de stukken zien er niet naar uit dat er veel mee gespeeld is: ze glanzen nog van de vernis die erover zit. Misschien heeft hij er maar een of twee keer mee gespeeld. Niemand heeft Pa Steenbakker in zijn laatste jaren zien schaken. Ik kan me ook niet herinneren dat ik het wel eens met hem over schaken heb gehad. Het was ook geen man om lang achter een bord te zitten nadenken. Waarschijnlijk heeft het spelletje jaren achterin een kast stof liggen vangen, vergeten als een paar oude schoenen. En de wereld ging verder…
Bij ons staat het doosje nu bij de boeken en snuisterijen die ik in de loop der tijden over schaken heb verzameld. Het doosje valt ondanks zijn kleine afmetingen op. En iedere keer dat ik het zie moet ik weer even aan Pa Steenbakker denken. En nu ook aan Max Euwe. Mooi toch, hoe simpele dingen je kunnen blijven ontroeren.
Max Euwe – Alexander Aljechin, 26e matchpartij, Zandvoort, 3 december 1935
Hollandse verdediging
1.d4 e6 2.c4 f5 3.g3 Lb4+ 4.Ld2 Le7 5.Lg2 Pf6 6.Pc3 0-0 7.Pf3 Pe4 8.0-0 b6 9.Dc2 Lb7 10.Pe5 Pxc3 11.Lxc3 Lxg2 12.Kxg2 Dc8 13.d5 d6 14.Pd3 e5 15.Kh1 c6 16.Db3 Kh8 17.f4 e4 18.Pb4 c5 19.Pc2 Pd7 20.Pe3 Lf6 21.Pxf5 Lxc3 22.Pxd6 Db8 23.Pxe4 Lf6 24.Pd2 g5 25.e4 gxf4 26.gxf4 Ld4 27.e5 De8 28.e6 Tg8 29.Pf3 Dg6 30.Tg1 Lxg1 31.Txg1 Df6 (zie diagram) 32.Pg5 (deze stelling stond afgebeeld op de postzegel die in 2001 werd uitgegeven ter gelegen-heid van Euwes honderdste geboortedag) 32…Tg7 33.exd7 Txd7 34.De3 Te7 35.Pe6 Tf8 36.De5 Dxe5 37.fxe5 Tf5 38.Te1 h6 39.Pd8 Tf2 40.e6 Td2 41.Pc6 Te8 42.e7 b5 43.Pd8 Kg7 44.Pb7 Kf6 45.Te6+ Kg5 46.Pd6 Txe7 47.Pe4+ en zwart gaf het op.
