Gelijk hebben en gelijk krijgen

Als een ding in de afgelopen meimaand weer eens duidelijk is geworden, dan wel dit: er gaapt een afgrond tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Het concrete geval dat mij voor ogen staat, ga ik niet in deze column bespreken, maar U kunt wel raden over welk item ik het heb. Belangrijk is hier slechts de vaststelling dat in de politiek nadrukkelijk geldt dat gelijk krijgen miljoen maal belangrijker is dan gelijk hebben. De problemen die de politiek te behappen krijgt zijn vrijwel altijd complex. Als gevolg daarvan is er altijd wel onzekerheid over de effecten die maatregelen sorteren op middellange en lange termijn. Wel, als dat zo is, kun je natuurlijk altijd opgewekt betogen dat voorgestelde maatregelen die in jouw straatje passen, de “door iedereen” gewenste effecten hebben. Het is bepaald niet nodig dat politici intens deskundig zijn. Zij moeten de handigheid bezitten om goed te kunnen kleppen en niet al te opvallend onzin uit te kramen. Pas veel later, als er alweer een nieuw kabinet in het zadel zit, kan blijken dat degenen die tegen een bepaalde wet waren, degenen zijn geweest die misschien toch gelijk hadden. Maar dan is er al gescoord. Wie maalt er dan nog om gelijk of ongelijk?!

Een ander segment van het publieke domein waarin het verschil tussen gelijk hebben en krijgen van vitaal belang is, is de rechtspraak. Degenen die volgens ons strafrechtssysteem bepalen of een verdachte schuldig is, hebben ongetwijfeld een grote wetskennis, maar geen domeinkennis op het gebied van waarheidsvinding en al helemaal niet op dat van de kansrekening. Dat laatste is ronduit pijnlijk. In een onlangs verschenen boek (“Het onzekere bewijs”, Kluwer 2005) geven verscheidene forensische deskundigen een exposé van de middelen tot waarheidsvinding, mét het gebruik van waarschijnlijkheid en statistiek. Een aantal hunner noemt als belangrijke taak van de expert: aan de rechters uitleggen hoe zij kansuitspraken moeten interpreteren. En nu is mij door verscheidene juristen verzekerd dat het getalsmatige, exacte aspect bij rechtskundigen niet aankomt. Ik vrees dan ook, dat om die reden alleen al meer onschuldigen veroordeeld worden dan ons lief is…

Tja, we leven een in een wereld waarin gelijk hebben en gelijk krijgen twee verschillende zaken zijn. Hoe is dit eigenlijk op het schaakbord? Welnu, daar zijn geen verborgen pionnen en stukken. Daar wordt niet via hand opsteken bepaald dat een plan of zet juist is. De spelers hebben van begin tot eind volledige controle over wat er gebeurt. Ze zijn voor hun handelingen op het bord niet afhankelijk van wat een aantal omstanders hen zouden kunnen opdringen. Het schaakspel is om die reden eerlijker dan het echte, volle leven. Ik kan mij voorstellen dat dit een belangrijke reden is waarom iemand aan het spel verslingerd raakt.
Als je verliest is dat vervelend, maar het is wel volledig je eigen schuld. Op het schaakbord is ieder zijn eigen parlement, zijn eigen rechter.
Die fiere autonome koning op dat bord, dat ben jij!

Scroll naar boven