Konings-Indisch: Sämisch door Willem Broekman
|
XABCDEFGHY Stelling 1 |
Zo’n beetje mijn leven lang speel ik al deze opening. Met vallen en opstaan. Tijd om er wat meer over te vertellen. Destijds wat ik zeer onder de indruk van de opstelling. Zie stelling 1. Wit verstevigt met f3 zijn centrum, dat schier onaantastbaar lijkt. Wit gaat lang rocheren en staat dan klaar voor de koningsstorm met g4 en h4. Ook hiervoor is pion f3 een grote ondersteuning. Ik heb met f3 tot nu toe 127 partijen gespeeld en 83,5 punt gescoord, 65,7%. Mijn eerste partij ging als volgt: Broekman,W – Lodder Rotterdam, 1970 1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.f3 0-0 6.Le3 e5 7.d5 a5 8.Dd2 Ld7 9.0-0-0 b6 10.Ld3 Pa6 11.h4 Pc5 12.Lb1 Db8 13.h5 Kh8 14.h6 Pg8 15.hxg7+ Kxg7 16.Lh6+ Pxh6 17.Dxh6+ 1-0 (Tsja, toen waren de tegenstanders nog niet zo sterk) |
|
|
XABCDEFGHY
XABCDEFGHY Stelling 3
|
Broekman,W – Hagoort Zoetermeer, 1973 Stelling links na 11… e6 In deze partij blijkt de beoogde opzet van wit.
Er komt een moment dat je tegen zwartspelers komt te spelen die de opening wat beter kennen en de witte aanval weten te pareren. Als wit niet kan doorslaan in de aanval gaat het initiatief over naar zwart op de damevleugel. Het blokkadeprincipe gaat als volgt. Zodra wit g4 of h4 speelt antwoordt zwart me h5. Na slaan op h5 neemt zwart terug met het paard. Doorschuiven van de g-pion leidt tot een vastgelopen stelling zonder breekmogelijkheden.
Zie stelling 3, Broekman – Barreveld Zoetermeer 1977 na 9…h5. Ik ben toen gaan afzien van de opmars op de koningsvleugel. Ik ging kort rocheren. Zwart kan dan alleen tegenspel krijgen via f7-f5. Ik ruil op f5 en bezorg mezelf sterke velden in het centrum met f3-f4.
|
|
|
Zie stelling 4. Na f4 moet zwart kleur bekennen. e5-e4 levert wel een vrijpion op, maar wit krijgt de sterke velden op d4 en e3 en kan breken met g2-g3. Als wit niet op f5 met een pion slaat dan ontstaat er een sterk veld op e4. Als dit soort mogelijkheden zich voordoen, dan staat wit goed.
Stelling 4 |
XABCDEFGHY |
|
►
|
XABCDEFGHY Stelling 5 |
Een partijvoorbeeld. Broekman-Kalkwijk, Zoetermeer 1994. Stelling 5 na 21.f4. Ik kwam in een periode terecht waar zwart de opbouw deed met Tb8, a6, c6 en b5. Al deze zetten of een aantal.
|
|
|
Een bekend beeld is weergegeven in stelling 6. Broekman-Ameling, Zoetermeer 1997 Wit heeft net 14. b4 gespeeld. 14… cxb4 gaat niet zo goed ivm 15. Pa4 b5 16.Dxb4
|
XABCDEFGHY Stelling 6 |
|
|
XABCDEFGHY Stelling 7 |
Deze opzet werd later weerlegd in stelling 7 Zwart slaat niet op b3 maar offert een pion met c5. 11…c5 12. dxc6 bxc6 13. Pxd4 exd4 14. Lxd4 Te8 met de dreiging e5. Zwart kreeg toentertijd goed spel. Inmiddels zijn er nieuwe varianten en lijkt een en ander toch speelbaar voor wit. Ik ben toen een tijdje Tb1 gaan spelen op de zet Tb8. Na b5 kan wit neutraliseren met b4. De zwarte pion b5 is daarna in de tocht. Op dit moment ben ik van mening dat dit goed is voor wit.
|
|
|
XABCDEFGHY Stelling 8 |
In stelling 8 wordt Tb1 gecombineerd met de opstelling tegen e5 en f5. Broekman – v Nies, Zoetermeer 2003 na 19.Te1
Nogmaals de Tb1 verdediging in stelling 9. Broekman-Walner, Kierkz, 1995 na 11.b4. 11….Ld7 is hier absoluut nodig. Na 12. d5, Pe5 13.Pd4 staat wit niet onaardig.
|
XABCDEFGHY Stelling 9 |
Inmiddels ben ik weer wat verder met de persoonlijke ontwikkeling in deze opening. De Tb1 variant speel ik soms nog tegen Tb8. Op e5 van zwart reageer ik echter niet meer met doorschuiven of ik moet heel duidelijk terechtkomen in een voordelige variant van de hiervoor geschetste mogelijkheden. Ik laat de pion op d4 staan en verdedig hem. Het enige spel dat zwart hiertegen kan stellen is slaan op d4 en een
|
XABCDEFGHY Stelling 10
XABCDEFGHY Stelling 11
XABCDEFGHY Stelling 12 |
paard posteren op bijvoorbeeld e5. Zwart heeft geen verdere breekmogelijkheden op korte termijn. Wit maakt het spel. Een berucht voorbeeld in stelling 10. Broekman-Herzog, Velden 1996. Stelling na 13….Tfc8. Zoek maar eens een fatsoenlijk plan voor zwart. De batterij op de d-lijn verlamt de zwarte stelling totaal. Elke pionopmars van zwart leidt tot een verzwakking. Terwijl wit nog een plan heeft Paard op d5. Na ruil op d5 ontstaat er een zwakte op e7. Ook h3 gevolgd door f4 is mogelijk.
|
