Leen door Manuel Nepveu
“Schaak en mat!” klonk het met onverholen blijdschap door de zaal. Er ontstond spontaan applaus. ”O nee, toch niet.” klonk het tien seconden later.
Deze sequentie van gebeurtenissen vond jaren geleden plaats. Wie het middelpunt van handeling was behoeft geen betoog.
Toen ik in de eerste helft van de jaren tachtig lid werd van deze club was hij er al. Nog niet in een rolstoel, nog niet aan zijn heupen geopereerd, wel al onder de banvloek van de ziekte MS.
Ook toen al hield Leen het midden tussen een kind en een volwassene. Zijn uitspraken wezen nu eens in de ene, dan weer in de andere richting.
Altijd was Leen er. Behalve dan wanneer er medische ingrepen noodzakelijk waren. Ondanks zijn moeizame gezondheid bleef Leen een toonbeeld van opgewektheid. Hij zat dan aan een tafeltje en als hij geen tegenstander had, was het “Potje schaken?”. Ik heb tientallen partijtjes met Leen gespeeld. Met de klok had geen zin, want Leen kon niet tegelijkertijd aan twee dingen denken.
Ik herinner me die keer dat ik mijn hand overspeelde en plotseling mat in drie kon gaan.
“Goed kijken, Leen!” Hij keek goed, worstelde en zag. Intense blijdschap straalde van zijn gezicht en verlichtte de speelzaal.
In de ranglijst stond Leen steevast onderaan, maar toch scheen het hem niet werkelijk te deren.
Hij ging voor het spel en verloor zich erin. De omgeving leek niet te bestaan als hij in de strijd zat. Hij stopte soms zijn vingers in zijn mond als het spannend werd en als hij aan zet was danste zijn hand boven de stukken als een fruitvliegje in de late avondzon.
Dinsdag 17 oktober was zijn laatste schaakavond. Zo rond tienen kwam de taxi, Leen werd gehaald. Wij tweeën waren juist aan het spelen, maar konden de partij niet afmaken. Zijn laatste partij heeft hij dus tegen mij gespeeld en niet verloren.
De Goden van de Olympus hebben Leen eindelijk toegelachen en zij hebben hem gehaald.
Leen van de Meeberg (1948-2006)
