Maanden geleden kondigde Harry Breuker het al aan: ‘In oktober ga ik verhuizen, dus de tweede wedstrijd van Promotie 1 moet ik laten schieten, maar jij kunt me prima vervangen als teamleider’. Afgelopen zaterdag was het dan zo ver. Al drie dagen heb ik op voorhand slecht geslapen. Shit, is het nou de Silverdome of is het bestuur er op de valreep toch in geslaagd over te stappen naar het Bridgehome? Niet voor niets hebben we Botwinnik een handje geholpen bij hun promotie naar de KNSB, daar kon de penningmeester nu van profiteren met een goedkopere zaalhuur. Zo zit het toch? Voor de zekerheid heb ik de KNSB-competitiegids op mijn nachtkastje gelegd, na enig bladeren blijkt het toch de Silverdome te zijn. Badend in het zweet word ik wakker. Al half tien! Elf uur afgesproken met Harry bij de Olympus om de schaakspullen op te halen. Mijn lieve echtgenote roept dat het krantendag is vandaag, en of ik de hond ook nog even wil uitlaten, ‘dan doe ik Albert Heijn en het Kruitvat’. Om elf uur arriveer ik gelijktijdig met Harry, die me vandaag nog wel zou helpen om het schaakmateriaal te transporteren naar de Silverdome. Ta-tuut-ta-tuut-ta-tuuuuuut-ta-tuut. Shit, het kastje van het alarm van het clubgebouw krijgen we niet open; ja hoor, je weet wel, zo’n modern ontwerp waarin alle knopjes weggewerkt zijn, zoeken zoeken zoeken. Na wat rukken en trekken gaat het kastje open en weet Harry de code in te voeren. Gelukkig stopt het alarm direct, alleen de mensen van de Voorweg en de nabije Kadoelerbosflat komen kijken wat er aan de hand is, de politie zien we in geen velden of wegen. Klokken, borden, schaakstukken, Fide reglement, notatieformulieren, wedstrijdformulieren, bordnummers, alles wordt ingepakt. Aangekomen bij de Silverdome horen Harry en ik het gelijk: Krrrrr, tik tik tik, krrrrrrrrrrr, in de zaal naast de speelzaal wordt gedoe-het-zelfd door een aantal bouwvakkers, ze verbouwen de vloer en timmeren een aantal stellingkasten in elkaar, duidelijk in hun vrije tijd en ‘het moet vandaag af’, met het goede, lawaaiige vakmateriaal van hun baas, die natuurlijk niets weet van dit klusje. We roepen direct de conciërge, sorry facilitair manager, van de Silverdome erbij en die probeert de timmeraars zover te krijgen dat ze nog voor twaalven alle zaagwerk verricht hebben, over verder hameren wordt niet gerept. De officiële wedstrijdleider van de bond arriveert, een (ex) hoge ome uit de bond. ‘Ik kon het niet vinden, er staat op dit gebouw geen huisnummer, en geen naam, bij de fitness afdeling hadden ze nog nooit van Promotie of van schaken gehoord’. Uitgelegd dat de route beschreven is door een kampioen kaartlezer van Nederland, wat kunnen we meer doen? De tegenpartij komt aan de late kant, want de N206 tussen Leiden en Zoetermeer is afgesloten. ‘Dat hebben we gezegd tegen jullie teamleider, en wij kunnen daar trouwens echt, echt niets aan doen’. De wedstrijdleider vraagt of we in niet een zaaltje verderop terecht kunnen. Na wat heen en weer gepraat met de facilitair manager lukt dat, dus om vijf voor twaalf alle mooi klaar gezette spullen verhuisd naar een volgende zaal, met hulp van enkele spelers, waarvoor dank. Een enkele speler wil meer ruimte voor zijn stoel ´want ik kan mijn achterste niet keren´, waarop ik antwoord dat alleen voetballers als der Bomber, Gerd Muller, hun achterste gebruiken om medespelers af te houden, bij schaken is mij daar niets van bekend en reglementair niet toegestaan, voor zover ik weet. Bij het opzetten van de stukken blijken in een doosje twee witte koningen zonder zwarte te zitten en bij de start van de wedstrijd doet een klok het niet goed . Shit, het speeltempo is door de KNSB begin van het seizoen veranderd, dus even de tijd op alle klokken anders instellen. Pff de wedstrijd is begonnen. De mensen achter de bar van de Silverdome weigeren met consumptiebonnen te werken, daarom niet vergeten daar de volgende keer toch iets aan te proberen doen, om de tegenstander een gevoel van welkom te geven, dat vinden we zelf ook prettig als we in Middelburg of Rotterdam of Venlo moeten spelen. Het eerste uur het cryptogram van de Volkskrant proberen in te vullen, want aan die borden gaat zo´n KNSB-wedstrijd het tergend langzaam van start. Intussen af en toe kijkend naar de pirouettes op het ijs van de jonge Sjoukjes en Joans, en hun bazige moeders ontwijkend die aan de dubbele axels van hun kinderen gezag menen te moeten ontlenen. Bij de speelzaal komt een dame stampvoetend op hoge hakken langs, ik probeer haar uit te leggen wat kousevoeten zijn, maar vernietigende blikken zijn mijn deel. De wedstrijd vordert. Jan van de Bergh komt me vertellen dat hij een remise-aanbod heeft gekregen en dat hij iets beter staat, wat doen we? Paniek, want Jan beoordeelt de stelling waarschijnlijk veel beter dan ik, ik denk ‘hij is al wat aan de late kant gearriveerd (niets voor Jan) en ziet er wat pips uit, laat hij het maar aannemen’. Ik zeg dus ‘we staan nog gelijk, doe maar wat je zelf het beste vindt’. Hij accepteert remise tegen de man die vorig jaar door Hans Meijer werd opgebracht. Jacques Sibbing komt me melden dat de stelling zo ingewikkeld is geworden dat hij zelf wel ziet of hij remise aanbiedt of aanneemt. ‘Moet een assistent teamleider dat overrulen? denk ik’. Ik besluit dat dat niet gaat bijdragen aan de teamprestatie, vooral omdat de anders zo zelfverzekerde Jacques een zekere nervositeit toont, iets dat ik niet gewend ben bij hem. Kort daarna wordt het remise. Igor Coene weet geen voordeel te behalen en spreekt remise af en Joost Mostert verliest door een onstuitbare aanval van zijn tegenstander. Jan Blankespoor vraagt of hij een remise-aanbod mag aannemen (‘ik sta iets minder’). Blote paniek nu bij mij: we staan achter, ik kan de stelling maar matig beoordelen, al heb ik eerder van verschillende zijden gehoord dat Jan langzaam maar zeker minder is komen te staan, met een acceptatie komen we dichter bij een team-nederlaag. Een blik op de stelling, met open a-lijn voor zijn tegenstander waar hij twee torens heeft neergezet, een zwakke pion op c3 en redelijke speelruimte voor de Oegstgeester, zonder directe dreigingen van daartegenover van Jan, doet me een beetje laf zeggen ‘Jan, beoordeel het zelf maar, doe wat je gevoel je ingeeft’. In de analyses achteraf blijkt dat alle vier de remises een redelijk resultaat zijn, alleen Jan van de Bergh had misschien wat kansen. JAAH, deze jammertoon horen we even later allemaal in de speelzaal, in de mondelinge opgave van zijn partij hoor je de frustratie van Manuel over zijn blunder in gelijke stelling. Sssst, volgt er al gauw weer op als hij ter plekke wil laten zien dat het daarvoor allemaal nog best goed stond. De gezellin van Ben Ahlers arriveert, en ziet hoe iedereen aan hem vol bewondering schouderklopjes uitdeelt wanneer zijn opponent, de ster van Oegstgeest, in verloren stand door zijn vlag gaat. Bernard komt kort daarna op me toe, hij staat de hele middag al matig tot slecht (straalverloren, volgens sommige toeschouwers) met de vraag of hij op het remise aanbod van zijn tegenstander zal ingaan (ík sta bepaald niet lekker’) . Tjezus, denk ik, moet ik daar iets over zeggen? Accepteren betekent teamverlies, door laten spelen betekent voor meer dan 90% zeker een nederlaag voor Bernard, of hooguit alsnog remise. Dan is een half bordpuntje misschien nog wel net zo verstandig voor de eindstand in 2007. De stelling is nog heel ingewikkeld om te beoordelen, met allerlei tactische mogelijkheden . Shit, die verbonden Oegstgeestse vrijpionnen zijn bijna aan de overkant. Doe maar wat je gevoel je ingeeft´ breng ik er piepend uit. Bernard gaat er nog eens goed voor zitten, en neemt na tien minuten nadenken het remise/aanbod aan. Eindstand 3,5 – 4,5. De officiële KNSB-wedstrijdleider wijst me er nog eens fijntjes op dat Promotie ook geacht wordt bij thuiswedstrijden de wedstrijdleider tevoren even op te bellen of alles in orde is. ‘En bel je ook nog even de uitslag door aan Mw. De Lange, anders krijgt Promotie een boete, dat zou toch jammer zijn’. Dat had ik natuurlijk al met Harry afgesproken, maar ik knik deemoedig. Na afloop van de wedstrijd laad ik de schaakspullen in de auto. Deze keer geen gezamenlijke Chinese maaltijd met het team, omdat de wedstrijd -voor het eerst in mijn herinnering- ruim voor etenstijd is afgelopen. Thuisgekomen staat er een heerlijke risotto klaar. Ik bel met Mw. De Lange van de KNSB. Tuut tuut tuut. Tuut tuut tuut. Tuut tuut tuut. Heel schakend Nederland lijkt haar te bellen tussen zeven en half negen, zoals op straffe van een boete door de KNSB is voorgeschreven. Na vier pogingen lukt het me er doorheen te komen. En zit mijn taak er voor deze wedstrijd op. Voldaan. Oh ja, niet vergeten dinsdagavond de schaakspullen weer mee te nemen naar de Olympus. Volgend optreden over vier weken, blij dat Harry er weer bij is.