Eerlijkheid

 

Eerlijkheid  door Manuel Nepveu

ß  Lees eerst het onderstaande  artikel van Hans Meijer ß

 

 

Ik hoop dat U het boeiende stuk van onze Hansepansje over het corrigeren van het toeval hebt gelezen. Goed gelezen. Als redacteur van ons huisblad heb ik dat uiteraard gedaan.

In het stuk is er sprake van het toernooi in Liechtenstein, in 2000. Hansepansje deed daar aan mee, maar ook andere Zoetermeerders waren daar aanwezig, zoals uw scribent. Niets nieuws dus?

Nou, niet helemaal. Toen ik Hans’ bekentenis las dat hij tijdens een partij aldaar een zet had teruggenomen en op die manier het toeval een beetje gecorrigeerd had, dacht ik even dat de alcohol van gisteren nog steeds door mijn bloedvaten circuleerde. Wat!? Had Hans de zaak zitten bedonderen? Voor mij was dit groot nieuws. Toen het voorval zich voordeed, of beter gezegd, bij de gezamenlijke analyse achteraf, heeft Hans hier met geen woord over gerept. Dit was voor mij dus echt nieuws.

De boodschap werd door Hans fraai verpakt en het minste wat je kunt zeggen is dat hij zijn proza er heel persoonlijk mee heeft gemaakt. Nu eens geen opmerkingen over de vermeende valsspelerij van anderen, neen bedrog uit de eerste hand! Door het verhaal lijkt Hans zijn schuinsmarcheerderij te vergoelijken en ik denk dat hij zijn misstap ook alleen maar te berde heeft willen brengen in de context van “iedereen doet het”, die uit het stuk duidelijk spreekt. Je kunt zeker zeggen dat Hansje eerlijk is geweest door zijn biecht en dat hij daarmee iets heeft gedaan dat verreweg de meeste anderen in deze situatie nooit zouden hebben gedaan. Dat hij ten leste een remise accepteerde, waar hij winst vermoedde is een teken van fatsoen, of van een knagend geweten. Het misstaat hem niet.

Hulde dus eigenlijk!

 

Ik kan me de handeling van Hans voorstellen, de intense spijt van een fout en het besef dat die fout toevallig eventjes gecorrigeerd kan worden. Ik ben grappig genoeg ooit getuige geweest van iemand die iets soortgelijks deed als Hans. In het begin van de jaren zeventig speelde ik een match tegen Filip Goldstern, nu een FM, maar toen gewoon een schakertje op mijn voormalige middelbare school. Filip en ik speelde bij hem thuis in Hilversum. Ik ging even naar het toilet en in een spiegel in de gang zag ik net hoe Filip naar de deur keek en op het bord de zet die hij kennelijk al had gedaan terugnam. Ik heb daar niets van gezegd, niet laten blijken dat ik het onreglementaire handelen had gezien. Maar ik heb wel revanche genomen. Nadat ik de eerste twee partijen van de match had verloren en voorvoelde dat ik een eierenrekje zou gaan opbouwen, veinsde ik dat er werkzaamheden waren waardoor ik helaas, helaas de match (zes partijen) niet kon voltooien. Nu waren er toen altijd wel werkzaamheden, zeker voor een ijverige student, maar om nou te zeggen dat die voortzetting van de match in de weg stonden…

Eerlijkheid is een groot goed, maar al in de eerste jaren van onze opvoeding wordt ons allen geleerd dat andere waarden soms belangrijker zijn. Denk eens aan al die waardeloze sokken die je van je oma krijgt en waar je dan ook nog “Dankjewel, Oma.” voor moet zeggen, in plaats van “Kon je niks beters verzinnen, gierig wijf!?”. Een verdere overweging is dat een kreet als “Eerlijk duurt het langst” weliswaar een erkend Nederlands gezegde is, maar dat het waarheidsgehalte ervan in het persoonlijk leven niet altijd opvalt. De verstandige hoerenloper houdt die activiteit maar beter verborgen voor zijn eega, zal ik maar zeggen. Voor een maatschappij als geheel is het genoemde gezegde ongetwijfeld juist, maar op individueel niveau… De durfal die de eerlijkheid aan zijn laars lapt als dat net iets beter uitkomt, kan er meer mee winnen dan de rechtlijnige. Maar hij neemt een risico, want pek en veren, modder en rotte eieren kunnen zijn deel worden en in een perfecte wereld zou dat ook zo moeten zijn. Het is zijn keuze, wat kan ik er meer van zeggen?

Maar of dit een geheel bevredigend einde is van dit stukje mag de lezer zelf uitmaken.

Het toeval corrigeren door Hans Meijer

In zijn in memoriam voor Luděk Pachman in New in Chess (2003-3) heeft Hans Ree het over een relatief onbeduidend German Open waar Pachman na een incident boos vertrok. Nooit meer zou hij er spelen. In Genna Sosonko´s boek ´Smart Chip from St. Petersburg´ (2006) is het een open toernooi in een niet nader geduide plaats waar Pachman opstapte. En Frits Hoorweg, die ik vertelde dat Pachman aan het Liechtenstein Open 2000 in Triesen meegedaan had, schreef in De Promoot (49.4) eveneens over dit incident. Hoezo onbeduidend toernooi? Dit toernooi werd dankzij Pachman wereldnieuws! Alle drie kiezen ze als insteek voor hun verhalen die van de compromisloze ijzervreter. Voor de Praagse lente betrof dat alle vijanden van het  communisme en daarna met name zijn ex-vrienden. En verder natuurlijk iedereen die iets deed wat hem niet zinde. Altijd had hij gelijk en overal eiste hij het op. Tijdens zijn allerlaatste schaaktoernooi maakte hij ruzie over iets triviaals en beende hij woedend weg. Dat wegbenen is hier figuurlijk bedoeld. Als polio slachtoffer liep hij nogal moeizaam. In een open brief liet Pachman de schaakwereld weten wat hem door de Liechtensteiners in Triesen misdaan was (Schachwoche, 30/6/2000). Hij deed dat met veel overtuiging en een onderkoeld gevoel voor humor: ´Doch nach der zweiten Runde wandelte sich gegen 22.00 Uhr der Gasthof Schäfle plötzlich in ein superlautes Musiklokal. Genau unter unserem Zimmer in ersten Stock spielte eine Kapelle – sogar mit Schlagzeug.´. Een gewoon mens had zijn koffers gepakt en was met zijn vrouw naar een ander hotel gegaan, zo niet Luděk Pachman.

 

Ook andere details maakten dit toernooi interessant. De aanwezigheid van zowel Luděk Pachman als Joseph Přibyl, een Tsjechische IM, was zo´n detail. Er is iets raadselachtigs tussen hen. In chessbase.com treffen ze elkaar nimmer achter het schaakbord en op olimpbase.org zitten ze nooit in hetzelfde team. De enige keer dat ze elkaar wel hadden moeten treffen, tijdens het Europese kampioenschap in 1977 in Moskou, toen Pachman voor Duitsland speelde, kwam Přibyl niet opdagen. Het was hem verboden tegen deze landverrader te spelen. In Liechtenstein liet Pachman zijn laatste kans om nog eens tegen Přibyl aan te treden aan zich voorbij gaan. In kreeg die kans wel. In de achtste ronde mocht ik tegen Josef Přibyl aantreden. Het werd een boeiende partij waarin ik mij in een KTP tegen KT eindspel plompverloren mat liet zetten (De Promoot 49.1). Vlak voor mijn vertrek naar Bolivia ontmoette ik Josef Přibyl nog een keer. Tijdens het Smíchovský soudek 2006 snelschaaktoernooi in Praag werd ik door Willem Broekman op de tweede bordspeler van het Holdia DP Praha team geattendeerd. Volgens Willem was het Přibyl. Ik twijfelde. De man die mij in Triesen geplet had was een stuk zwaarder geweest. Bernard Bannink en Henk Noordhoek deelden Willem´s mening. Willem ging het hem vragen. Het was inderdaad Přibyl. Hij vertelde ons dat hij in Praag zijn eigen schaakacademie heeft (chessacademy.cz) en op het internet zag ik dat David Navara, de nummer veertien van de wereld, bij Přibyl (en Pachman) in de leer geweest is.

 

Een ander opvallend detail was de deelname aan het Liechtenstein Open van twee Nederlandse schaaknomaden die het tot IGM zouden schoppen. In Triesen was ik niet onder de indruk van het afwachtende schaak van IM Karel van der Weide (Elo 2452) die zevende werd. FM Yge Visser (Elo 2406) overtuigde mij met zijn aanvallende schaak wel. Hij werd negende.

 

Na Triesen ging het crescendo met Visser. In 2000 werd hij tot IM benoemd en vijf jaar later presteerde hij het schier onmogelijke door op 42 jarige leeftijd IGM te worden (thewildknights.nl). Van der Weide behaalde in januari 2005, toen zijn virtuele rating even boven de 2500 uitkwam, de IGM titel en zit nu weer op zijn oude niveau (karelvanderweide.nl).

 

En dan is er nog een detail uit dit toernooi dat tot nu toe onbekend gebleven is. Tot nu toe heb ik het er nooit over willen hebben, maar na het lezen van ‘Het toeval corrigeren’ in het boek ´Ludieke uren´ van Jan Joost Lindner (2005) ben ik van mening veranderd. Wat kan erop tegen zijn als iemand het redeloze toeval corrigeert? Niets toch? Opmerkelijk is dat de titel van het oorspronkelijke artikel van Lindner in de Volkskrant van 31 december 1994 ´De vreugde van het vals spelen´ was. Een titel die kennelijk niet meer voldeed. De reden laat zich raden. In februari 1995 waarschuwde Lindner de leden van DD in hun clubblad voor schakers uit Zoetermeer die er niet tegen opzagen vals te spelen. Vooral ene Falsaris (Henk Noordhoek) moest het ontgelden maar ook ene Hans Meijer werd op de korrel genomen omdat hij het aangedurfd had F. in bescherming te nemen. Vals spelen brengt inderdaad veel vreugde met zich mee moest ik toen vaststellen, behalve bij het slachtoffer. Vandaar de nieuwe titel.

 

In zijn boek komt Lindner terug op deze affaire. Zijn verhaal wijkt nog steeds op essentiële punten af van hetgeen Henk Noordhoek en enkele getuigen mij vertelden (De Promoot, 43.3) maar dat laat ik hier verder maar onbesproken. Waar het mij omgaat is dat ik in ´Ludieke uren´ opgewaardeerd ben tot Zoetermeerse prominent en dat is de reden dat ik Lindner hier graag integraal citeer: ´Op het jaarlijkse, ietwat onbenullige regionale snelschaakkampioenschap voor teams moesten wij, Haagse hoofdklassers, immer in de voorronden tegen zeer zwakke tegenstanders spelen en we wonnen dan steevast met 4-0. Eenmaal werd tot mijn stomme verbazing mijn koning op h1 geslagen door een Zoetermeerse knoeier (in dubbel opzicht). Hij stond in een eindspel huizenhoog verloren, maar meende te kunnen winnen met het verrassende Lc5xh1. Deze diagonaal kent een kleine kromming en de wedstrijdleiding gaf me grif gelijk, mogelijk op grond van mijn stelling en mijn rating of omdat mijn reputatie niet al te beroerd was. Decennia later meende een Zoetermeerse prominent in zijn clubblad het gedrag van zijn jonge clubgenoot te moeten rechtvaardigen. Wat is er nou tegen dat deze het probeerde? Het is toch niet verboden door de reglementen? Hierop heb ik in toornig proza gereageerd, verwijzend naar de moerassige ondergrond van Zoetermeer. Het zou toch droef gesteld zijn met de moraal als alles wat niet in de reglementen verboden is maar uitgeprobeerd mag worden.´

 

Terug naar het laatste detail dat ik toe wilde lichten. In de tweede ronde speelde ik in Triesen tijdens het Liechtenstein Open 2000 de volgende boeiende partij.

 

Sucher, J. (2210) – Meijer, J (2255) Liechtenstein Open, Triesen, 27.05.2000

1.d4 Pf6 2.Lg5 g6 De Trompovsky aanval. 3.Pc3 d5 4.f3 c5 5.e4 dxe4 6.Lb5 Ld7 7.dxc5 Da5 Achteraf valt er wel wat voor 7…Lg7 8.fxe4 Lxb5 9.Dxd8+ Kxd8 10.Pxb5 Pxe4 11.0-0-0+ Pd7  te zeggen. 8.Dd4 Zie diagram. Een belangrijk moment. Met zijn laatste zet deed mijn tegenstander een stuk in de aanbieding. Hij stond meteen op en verdween met gezwinde spoed naar de bar in een andere hal. Dat had hij na vrijwel iedere zet gedaan. Meestal bleef hij een tijdje weg. Het stukoffer overtuigde mij niet en ik besloot het mij te laten bewijzen. Ik pakte mijn zwarte loper en haalde de witte loper van het bord  8…Lxb5 en drukte mijn klok in. Ik bestudeerde de nieuwe stelling die op het bord stond en zag tot mijn schrik dat mijn achtste zet gelijk stond aan opgeven. Na 9….b4 10.Da6 Lxf6 11.gxf6 12.Pd5 beschikt wit over de niet te pareren dubbele dreiging 13.Pc7 en 13.Pxf6. Ik keek om me heen. Mijn tegenstander was in geen velden of wegen te bekennen. Ik keek naar de schakers die achter de borden naast mij zaten. Zij gingen volledig op in hun partijen en hadden geen idee van de rampspoed die ik over mezelf had afgeroepen. Ik keek nog eens naar het bord en kreeg een briljante ingeving. Als ik nu eens de omgekeerde zet op het bord uitvoerde en de klok van mijn tegenstander indrukte. Wie zou er iets van merken? Als men al keek zou men denken dat ik mijn eigen zet uitvoerde. Ik keek naar de deur en voerde de omgekeerde zet uit en drukte zijn klok in. Niemand die op- of omkeek. Een ongelukkig toeval was op elegante wijze gecorrigeerd. Mijn klok liep weer. Ik bestudeerde de stelling opnieuw.

 

Sucher-Meijer

 

8…Pc6 9.Lxc6 Lxc6 10.b4 Een andere optie is 10.Lxf6 gxf6 11.Dxf6 Tg8.  10…Td8 11.De5 Dxb4 12.Rb1 Ik verwachtte 12.Lxf6 Td5 13.Dxe4 Td1+ 14.Txd1 Lxe4 15.Lxh8 f6 16.Pge2 Lxc2 met onduidelijk spel. 12…Da5 13.Lxf6 Td5 14.Dxd5 Het alternatief was 14.Dxe4 Tf5 15.Dxc6+ bxc6 16.Tb8+ Kd7 17.Lxh8. 14…Lxd5 15.Tb5 Dd8 16.Lxh8 Lc6 17.Tb1 f6 18.h4 Lh6 19.Td1 Da5 20.Pge2 exf3 21.gxf3 Kf7 22.Th3 Kg8 23.Lxf6 exf6 24.f4 Dxc5 25.Td8 Kf7 26.Thd3 f5 27.Tc8 De7 28.Pd5 Dxh4 29.Kd2 Lxd5 30.Txd5 Lxf4 31.Pxf4 Dxf4 32.Kc3 De3 33.Kb2 Db6 34.Kc1 Kf6 35.Td7 h5 36.Tcc7 De3 37.Kb2 Db6 38.Kc1 De3 (39.Kb2)

 

Sucher claimde (onterecht) remise door zetherhaling. Wat moest ik doen? Ik kon uiteraard de arbiter erbij halen. Mijn gedachten gingen terug naar mijn dubbele achtste zet. Ik vermoedde dat de winst na 37….h4 voor het oprapen lag, maar had ik er recht op? Ik stak mijn hand uit. ½-½

 

In het Algemeen Dagblad noteert Tim Krabbe in 2002: “Geen spel zonder vals spel. Tot aan Kasparov toe hebben schakers zetten teruggenomen; expres partijen verloren; complete toernooien verzonnen om ratings op te krikken of titels te verwerven. Halve openingsboeken zijn op handpalmen geschreven; Wc’s als analysekamer gebruikt, winnende zetten voorgezegd. Bij vluggertjes beheerst soms een onduidelijk neergezette toren b- en c-lijn tegelijk, of promoveert een pion in vier stappen vanaf zijn beginveld.”  Hoezo vals spel? Men steekt hier de onberekenbare godin van het toeval de helpende hand toe.

 

Ook Vladimir Kramnik en Veselin Topalov begrepen tijdens hun match om het wereldkampioenschap in Elista dat je het toeval af en toe moet corrigeren. Net als Barry Lyndon, uit Stanley Kubrick’s gelijknamige film, wisten ze maar al te goed dat: “What you call fair play would have been a folly in such a hawk’s nest.”

à  Lees ook het hierbij aansluitende artikel van Manuel Nepveu à


 

 

 

 

 

Scroll naar boven