Het denken van de schaker

Het denken van de schaker door Willem Broekman

 

In de serie ter promotie van de toepassing van  dogma’s in het schaken een nieuwe aflevering. De vraag die we in dit artikel proberen te beantwoorden is hoe we in onze hersenen nu precies met tactiek moeten omgaan.

 

Schaken begint met techniek. Als je leert schaken, dan tel je de ‘houtjes’. Een pion is één punt, paard en loper zijn drie , de toren vijf en de dame negen of tien punten waard. Door zetten te doen, stukken te ruilen probeer je geen punten te verliezen. Kort gezegd: niets weggeven.

Sommigen weten dit tot een grote kunst te verheffen. Zij schoppen het ver op een gemiddelde schaakvereniging. Hun rating kan zelfs stijgen tot boven de 1800. Op onze vereniging zou je het tot het tweede team kunnen brengen.

Je herkent deze schaker onmiddellijk. Er wordt altijd lang nagedacht. Deze schaker rekent namelijk veel. Zij komen vaak in tijdnood. Vluggeren niet al te best.  Zij geven weinig weg en weten dus van tegenstanders te winnen die dat wel doen. Je moet geen foutje tegen hen maken.  Een pion zie je misschien nooit meer terug.

Vaak zie je deze schaker over triviale zetten lang nadenken. Daar zit de crux. Triviaal. Voor hen zijn de zetten niet triviaal. Zij moeten alles uitrekenen.

 

De dogma’s behandelen de tactische kenmerken. Dat werkt anders. Je speelt geen zetten maar speelt op kenmerken. Er hoeft dus minder gerekend te worden. De vraag is hoe dat nou precies gaat.

 

 

 

 

 

Het begint met het links bord hiernaast. De vraag is wat ziet U?  Denk er even over na. Ik kom er later op terug.

 

 

 

 

 

 

Nu de afbeelding rechts. Wat ziet U daar?

Dik kans dat U zegt een bokser te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

http://i20.photobucket.com/albums/b220/MichaP/FLOYDPATTERSON.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o

t

o

b

 

 

Wat ziet U hier links? Waarschijnlijk zegt U: "vier letters".

 

 

Boot

 

Wat ziet U hier links? Dik kans dat U het woord "boot" zegt, en niet "vier letters".

 

 

Door de vier letters in een bepaalde volgorde te zetten ziet U niet 4 letters, maar ziet U het woord ‘boot’.  De letters hebben een betekenis gekregen. Een kenmerk door de volgorde van de letters.

 

Bij het plaatje op de vorige pagina denk ik niet dat u mens gezegd zal hebben.  Het is wel een mens. Het kenmerk bokser overheerst zodanig dat U zult zeggen dat U een bokser ziet, als men U ernaar vraagt.

 

Wat is dat nou. Blijkbaar is er iets ‘gegroeid’ in onze hersenen dat maakt dat wij een bokser zien en dat maakt dat wij het woord ‘boot’ zien. Het is een begrip, dat ergens binnen onze hersenen als één geheel is opgeslagen. Dat is ontstaan tijdens onze vorming. Leren van taal op jonge leeftijd doet ‘hardware’ in de hersenen ontstaan die het woord boot beschrijven. Wij hoeven niet na te denken over de bokser.  We zeggen niet tegen ons zelf: “het is een mens, hij heeft dikke handschoenen aan, hij staat in een vechthouding, dit is een bokser”.  We herkennen het beeld in eens, zonder de details afzonderlijk te zien, die het een bokser maken.

 

Nu naar het voorbeeld van het schaakbord. Wat ziet U? Zegt U een pion, dan hebt U natuurlijk gelijk.Ik zie wat anders. Ik zie een geïsoleerde centrumpion. Het verschil lijkt klein, maar het is hetzelfde verschil als het verschil tussen bokser en mens en het verschil tussen vier letters en boot. Het is een verschil dat in de hersenen in ‘hardware’ aanwezig is.

 

   (*)

Hoe moet je naar de stelling hiernaast kijken. Naar de opvallende kenmerken. Pionnen in het centrum, een achter gebleven pion (e6), een sterk veld (e5), misschien de half open lijn (e1-e5).

De pionnen in het centrum zijn minder vaag dan de rest, het sterke veld licht op!!

Als je op deze manier naar stellingen kijkt, dan kom je ook op de zetten die nodig zijn voor zo’n stelling.

 

Hoe krijg de  ‘hardware’ in de hersenen zodanig geprogrammeerd, dat je op de genoemde manier naar dit soort stellingen gaat kijken?

 

Ten eerste moet U overtuigd zijn van de kracht van  tactische kenmerken. Zie als voorbeeld stelling hiernaast.

Bekend is dat pionnen die naast elkaar staan zeer sterk zijn. De witte stelling is dus sterk verdedigd met een ongeschonden pionnenstelling en een paard dat ter verdediging aanwezig is.  Met een pion op h3 (of g3) is deze stelling veel zwakker.

Dat moet je weten doordat je dat geleerd hebt en doordat je in de praktijk op je donder hebt gehad als je onnodig de pion op h3 hebt gezet.

 

 

Het leren is gewoon wat goede boeken lezen en bestuderen. Het ervaren is veel spelen. Als je het weet, dan brandt pion h3. Als jouw hand dichterbij komt dan voel je de warmte. Je doet het dus gewoon niet of er moet een dringende reden zijn. Je kan het ook aan de h-pion vragen: "waar sta je het beste?". Hij zal zeker antwoorden: "laat mij maar op h2 staan, want daar draag ik het meeste bij aan de verdediging en de kracht van de stelling". Als je dat allemaal weet, waarom zou je dan nog over een zet als h3 nadenken, laat staan aan rekenen!

 

Op dit soort manieren werkt het dus. Je herkent de tactische elementen.  Je weet wat de toegevoegde waarde is aan een stelling. Je kan ze onderling combineren. Weet ze te wegen. Dat rolt er vanzelf een waarschijnlijke zet uit.

 

Het rekenen doe je om te bepalen of er nog verborgen valstrikken zijn aan deze zet. Maar niet te veel, het is tamelijk vermoeiend.

 

(*) Redactionele noot: Willem vergeet wel eens dat dit blad niet in kleur wordt afgedrukt….

Als U het in zwart-wit niet kunt zien: veld e5 licht (blauw) op, en de pionnen op d4, d5 en e6 zijn scherper dan de andere pionnen en stukken!

Overigens staat dit blad binnenkort ook op www.svpromotie.nl, en dan is het wel in kleur!

 

 

 

 

 

Scroll naar boven