Is de verdere verlossing nabij?

Op 1 juli dit jaar is in Engeland het rookverbod in openbare gelegenheden ingegaan.. Net op tijd, voordat ik mijn eerste oversteek van dit jaar maakte. Vele eetgelegenheden waren al rookvrij of hadden aparte rookvrije ruimten. Maar dit jaar hoefden dus alleen nog maar op de prijslijst aan de pui te letten. Hoe anders is het in Nederland. Daar liet men het reguleren eerst aan de branche zelf over! We praten dan over een branche die altijd in de topgroep zit als het gaat om het niet naleven van regels. Zwarte, grijze, illegale en onderbetaalde werknemers in overvloed; witwassen, omzetten niet opgeven, hygiëne en milieuregels aan de laars lappen, plofconstructies met achterlaten van onbetaalde crediteuren.. Alles wat een samenleving ondermijnt gebeurt er en nog eens niet zo zuinig ook. En dan verwachten dat men dan zelf zal zorgen voor rookvrije ruimten! Wat een naïviteit! Tafeltjes met een “niet roken’ bordje heb ik wel aangetroffen, maar als elders flink wordt gepaft, helpt dat bordje niet. Rookwolken gaan immers met de trek van de lucht mee en dat kan ook in mijn richting zijn. Ik wijk bij voorkeur uit naar de voortreffelijke restaurants van een grote warenhuisketen; het eten wordt voor mijn ogen bereid en er zijn geen laaghangende rookwolken uit de belendende rookruimten te bespeuren. Nederland volgt, zo meen ik gelezen te hebben, volgend jaar met een verbod. Natuurlijk is er wel commotie, maar niemand kan uitleggen waarom het in Ierland, Spanje en noem maar op, niet tot omzetdaling heeft geleid en dat zulks in Nederland wel zal gebeuren. Reageert de Nederlander dan anders dan zijn mede Europeanen? Natuurlijk niet! Ik ben wel benieuwd of er nog vertragingstactieken worden gevonden. Want daar is commercieel Nederland goed in
In de schaakwereld zijn wij volledig gewend aan de rookvrije speelruimte. Let wel: speelruimte. Als ik moet spelen of vergaderen in het denksportcentrum Jannes van der Wal in de stad Groningen, kan ik niet anders dan mij ijlings door de kantine te begeven, die meestal blauw ziet. Een benauwdheidaanval kan ik door het ontwikkelen van een hoge passeersnelheid wel vermijden, een avondje keelpijn echter niet. Het is ooit anders geweest. Ruim twintig jaar geleden ben ik noodgedwongen gestopt met schaken door mijn toenemende allergische reacties op tabaksrook. Halfzachte maatregelen als “niet roken” tot negen uur, bestonden in die tijd. Alsof een kortere blootstelling het probleem zou oplossen. Vijftien jaar nauwelijks geschaakt en het gekke was: ik bleek ook zonder schaken te kunnen leven. Schaken is dus geen verslaving, anders dan roken. Er zijn geen afkickverschijnselen en niet schaken heeft zelfs een goede invloed op de nachtrust. Waarom speel ik dan weer, zij het niet regelmatig? Ik denk dat het de magie van het schaken is. Iets wat voetballen en wielrennen ook hebben, althans in mijn beleving. Of komt die magie voort uit het feit dat het juist die drie sporten waren die mij in mijn prille jeugd het meest boeiden? En dat anderen mensen die magie misschien niet voelen? Collega-columnisten, hoe denken jullie daar over?
Roken en schaken, in de jaren zestig een normale combinatie. Bij DD in de van Speijkstraat was op zaterdagmiddag op zijn vaste plek altijd Jacq Levie te vinden. Hij leek op het mannetje uit de “Vicar of Dibley”, met de vaste tekstlijn: no, no, no, yes yes, yes.,
Bros haar, bij moeilijke stellingen langdurig op het hoofd krabben, hoesten en overal as morsend. Zo herinner ik hem. Altijd een dikke sigaar in de mond. Hij overleed, vele jaren geleden in het harnas. Aan het schaakbord met een sigaar!

Scroll naar boven