Doctor doceert door Manuel Nepveu
LI. Je kunt stikken, nietswaardige wurm!
Er zijn bepaalde schaakthema’s die mij na aan het hart liggen. Net als iedereen geniet ik van een mooie, strak doorgevoerde koningsaanval. Maar een misschien nog wel grotere aantrekkingskracht heeft het thema van de "verstikking"op mij. Luistert!
In Bugojno 1982 speelde Kasparov een geweldige partij tegen oud-wereldkampioen Tigran Petrosian. De partij staat ongetwijfeld in uw elektronische database. Recent speelde ik de bewuste partij nog eens na, met Kasparovs boek "The Test of Time" (Pergamon, 1986) naast me. Ofschoon Kasparov in zijn commentaar het woord "verstikking" niet gebruikt is dit thema weldegelijk aan de orde. Hij, Kasparov, doet zetten waardoor Petrosian zich maar niet kan ontwikkelen zonder grote en op dat niveau onacceptabele positionele concessies te doen. In die zin bevindt Petrosian zich na veertien zetten in een positie van "verstikking", waarin hij wanhopig aan de ketting rukt en vervolgens telkens opzichtiger verstikt raakt. Na zet 24 van zijn tegenstander geeft hij de partij op. Voor eenvoudige stervelingen is misschien niet onmiddellijk duidelijk waarom dat op dat moment al moet, maar op het niveau van de "Olympianen" natuurlijk wel. Het zijn trouwens alleen de laatste tien zetten die door Kasparov van commentaar worden voorzien.
Zo zie je dat het verschijnsel van de verstikking niet alleen optreedt in de zuivere vorm van het "bijna-pat", maar ook als een situatie waarbij een van de spelers wanhopig moet proberen niet in positionele zwaarden te lopen.
Op clubniveau komt het thema van de verstikking niet zo vaak duidelijk naar voren, maar dat is dan omdat wij, simpletons, met groot gemak positionele concessies doen zonder het te beseffen, of in de (vaak gemotiveerde) verwachting dat onze tegenstanders er toch niet echt van gaan profiteren. Des te mooier dus, wanneer dat dan wel een keer aan de orde is. Mij overkwam dat in het toernooi te Groningen van afgelopen jaar. Eerder heb ik al beschreven dat het toernooi geen doorslaand succes was, maar ik heb toen ook gezegd dat ik één enkele partij wel een keer zou publiceren. Tijdens de bewuste partij kon ik op een bepaald moment wel gillen van genot. Maar omdat er dan een rood wagentje met potige broeders gebeld zou zijn, heb ik van dat opzichtige gillen afgezien. Ik straalde slechts.
MN – J.Engelen, Groningen 2006, Mini A, 28-12-2006
Stauntongambiet
1 d4, f5 2 e4, fe4x 3 Pc3, Pf6 4 Lg5, Pc6 5 d5, Pe7 6 Dd4, Pf7 7 Lf6x, ef6x 8 De4x+
In mijn database komt alleen Pe4x voor. Rybka kan niet zeggen dat hij de ene zet nu heel veel beter vindt dan de ander, terwijl Fritz8 de damezet de voorkeur geeft. Maar op algemene gronden is het nemen met het paard volgens mij objectief toch beter. Immers, het witte P wordt gecentraliseerd. Bovendien kan hij niet verdreven worden zonder concessies van Zwart.
8…, De7 9 0-0-0, Pd6 10 De2?!
Maar nu zeggen Rybka en Fritz8 eensgezind luid en duidelijk dat er een betere zetten zijn. Haal de dame weg uit de e-lijn!
10…, De2x 11 Le2x, g6 12 f4, Lh6 13 g3, 0-0 14 Pf3, f5?! 15 Pb5!
Rybka vindt deze zet niet, maar Fritz8 komt er direct mee op de proppen. Het zwarte P staat wel ietwat krom op d6, maar heeft anderzijds wel belangrijke velden onder zijn bereik.
15…, Pb5x 16 Lb5x, a6 17 La4, c5?
Over de laatste zet lopen de meningen van Rybka en Fritz niet uiteen (alhoewel Fritz, zoals gebruikelijk, optimistischer is dan Rybka), maar de situatie voor de pionzet wordt door Fritz als prima voor Wit beoordeeld en Rybka houdt het op een gelijke stand. Ik vond tijdens de partij dat ik prettig stond. ►
De e-lijn kan een prooi voor mij worden en ook paard en loper hebben zo hun mogelijkheden… Maar toen Zwart zijn ongelukkige pionzet deed rekende ik mij al bijna rijk. Mijn tegenstander was na de partij zodanig groggy dat ik maar niet heb aangeboden om samen te analyseren. Waarom speelde hij deze pionzet? Het gevolg van weinig aangename opties? In arren moede? [Terzijde: na deze partij (vierde ronde) zegde Engelen bij de wedstrijdleider af voor de laatste ronde. Net als ooit Eggink en, in toegedekte vorm, Noordhoek heb ik dus iemand naar huis gespeeld…] Terug naar de partij.
18 dc6x e.p., dc6x 19 The1, Lg7 20 Lb3+, Kh8 21 Pe5, Lf6 22 Td6, c5?
Voor de tweede keer speelt Zwart een pion naar c5 en voor de tweede keer is het geen beste. Als je echter kijkt naar de stelling waarin deze zet gebeurt zie je dat Zwart beperkt is in zijn mogelijkheden. Zeker, hij is niet zonder zetten (22…,Tb8), maar Wits spel is vrijer en als Zwart wat wil moeten de damevleugelpionnen, althans sommige, echt naar voren en dat riekt behoorlijk naar verzwakking. Wit kan nu op de c-pion jacht maken, zoals Fritz en Rybka als eerste optie aangeven, maar dat interesseerde me al niet meer. Ik zag namelijk dat ik "echte" verstikkingsverschijnselen kon gaan aanbrengen bij Zwart. Niets mooier dan dat! Kermen en kronkelen zul je, nietswaardige wurm!
23 Ld5, Tb8 24 Tb6!, Ld8 25 Pf7+,Tf7x 26 Te8+, Kg7 27 Td8x, Te7 28 Tg8+, Kh6 29 Tf6, b5 30 Tff8
Hier was 30 Tc6 zelfs nog sterker geweest, maar ik was in mijn berekening gefixeerd op de variant die ook daadwerkelijk op het bord komt en die wint ook. Overigens, het geduldige "gepiel" met de witte torens dient een doel: Le6 te kunnen spelen met materiaalwinst. In de partij gaat Zwart die variant uit de weg om ten prooi te vallen aan een andere.
30…, Tc7 31 Th8, Lb7 32 Tb8x, Ld5x 33 Tbc8 (1-0)
