Teamschaken, een discipline apart door Harry Breuker
Een belangrijk onderdeel van ons clubgebeuren is het deelnemen aan de externe competities van HSB en KNSB. Ondergetekende (onder-onderbonder) heeft als teamleider en wedstrijdleider veel ervaringen opgedaan bij deze wedstrijden (de laatste jaren samen met Frans Martens als teamleider bij het eerste) en graag wil ik hierover binnen dit artikel wat overpeinzingen neerpennen.
Opvallend is dat bij de meeste externe wedstrijden (een enkele uitzondering daargelaten) de partijen worden gespeeld zoals men dat individueel intern doet. Iedere speler richt zich op zijn partij en beslist zelf omtrent remise, opgeven of doorspelen. Toch is het teamschaken mijns inziens van een geheel andere discipline. Niet het persoonlijke resultaat maar het teambelang zal immer bovenaan moeten staan. Dat iedere deelnemer voor het deelnemen aan de externe competitie evenveel punten krijgt voor de interne stand (of hij/zij nu wint, verliest of remise speelt) lijkt mij daarom logisch (het verschil tussen groep 1 en 2 even daar gelaten).
Het is bevreemdend dat de spelers zich desondanks deze maatregel blijven richten op hun eigen individuele prestatie en geheel zelfstandig hun beslissingen nemen zonder rekening te houden met het teamresultaat. Dat komt het meeste voor bij het aangaan van remises, maar ook bij het opgeven van de partij. Bij het wel of niet op remise spelen zal men juist rekening moeten houden met de stand van wedstrijd. Voorbeeld: In een dubieuze situatie, waarin remise haalbaar is zal men die moeten nemen,
indien de stand dat toelaat en men geen onnodig risico mag lopen om op achterstand te komen.Is de stand zo dat met remise verlies van de wedstrijd te verwachten is, dan zal men moeten doorspelen. Dat geldt echter ook voor het opgeven van de partij. Doorspelen in een mindere stand, hoe vervelend dat ook is, kan ook succes opleveren. Ook de tegenstander kan een fout maken (Jaap Stam laat ook wel eens een bal van de voet springen), in tijdnood raken etc.
Schakers hebben grote ego’s. Indien een speler zijn partij opgeeft zal hij zelfs alles in de strijd gooien om die opgave te verdedigen, ondanks dat bij nadere analyse er toch nog andere mogelijkheden aanwezig waren. In de interne competitie zijn de consequenties louter voor de individuele speler, maar extern wordt het team gedupeerd. Bij het schaken in teamverband gaat het om teamgeest en mentaliteit. Doorvechten tot het einde. Laat de tegenstander maar bewijzen dat hij/zij gewonnen staat. Sommige spelers hebben dat. Zonder iemand tekort te doen mag Bernard Bannink als voorbeeld gesteld worden.
Mij is ook opgevallen dat men zich op hoger niveau vaak richt naar de tegenpartij. Voor het begin van de wedstrijd duikt men op de ratinglijsten om de kracht van de tegenstander te beoordelen, alsof dat bepalend is voor het verloop van de wedstrijd. Juist de ratingcijfers zijn dan de valkuilen gevuld met onder- of overschatting.
Dan nog iets over de voorbereiding op een externe wedstrijd. Op alle gebieden van sport worden teams begeleid op technisch en mentaal niveau, of wij het nu over voetbal, tennis of zelfs bridge hebben. Bij het schaken komt dat m.i. weinig voor. Begeleiding is er wel voor de individuele speler, maar niet voor het team als geheel. Willem Broekman heeft in het verleden daar eens wat ideeën over geventileerd, maar hij was een roepende in de woestijn. Natuurlijk kun je binnen een amateurvereniging een dergelijke begeleiding niet organiseren voor alle teams, maar voor een eerste en het tweede zou dat toch een optie zijn. Alleen, hoe groot is het draagvlak bij onze spelers. Misschien een uitdaging voor de toekomst. Uiteindelijk ben ik van mening dat wedstrijden gewonnen kunnen worden door inzet, mentaliteit en teamgeest. Teams als het 4e en 5e hebben dat in het verleden bewezen. Wel zullen de spelers dan hun ego’s, ratingberekeningen en individuele verwachtingen bij het begin van de wedstrijd voor het betreden van de speelzaal aan de kapstok moeten hangen.
