Toffe Tijgers! Door Jan van den Bergh
De Voorzitter had zo’n aardig voorstel: "jij kan voor het jubileumnummer van het clubblad wel een stukje over vijf jaar promotioneel wel en wee in het vaderlandse toernooischaak schrijven ?!". Je doet tenslotte niet voor niks heel vaak mee. Onze Voorzitter is een sympathieke man, hem weigert men zo’n verzoek niet. Dit stukje proza is dan ook het resultaat van zijn vraag: een kleine proeve tot determinering van een zeldzaam species genaamd "de Zoetermeerse Inheemse Toernooitijger."
Dit in tegenstelling tot de Uitheemse variant, waarvoor onze redacteur Buitenland verantwoordelijk is.
Een enkeling (een "Hybride Toernooitijger") kan trouwens onder beide soorten worden gevat, wat toch heel uitzonderlijk is. Helaas is dit beestje – begrijpelijkerwijs – behalve zeldzaam ook wel wat vatbaar voor schizofrenie….
De Inheemse Variant dus.
Wat allereerst opvalt is de betrekkelijk beperkte omvang van de inheemse populatie ("de Harde Kern"); maximaal 5 tot 8 exemplaren hebben de afgelopen vijf jaar met zekere regelmaat de jungle van de Nederlandse toernooien ("weekend"-, "open"- "besloten"-, "rapid"- en wat dies mee zij) onveilig gemaakt. Soms was er wel eens een "vreemd" exemplaar, maar dat was meer een wat verdwaalde circustijger en behoorde niet tot de Harde Kern. Zo af en toe werd ook wel eens een jong vrouwtje gesignaleerd, maar zij behoorde normaliter niet tot de Harde Kern en is inmiddels vertrokken naar uitdagender jachtgebieden in Delft en Utrecht…
Het was (o.a.) in speelsterkte een divers volkje variërend van "de alpha-tijger Ahlers" ("De Keizer van de Jungle") tot "het jonkie van Zetten", met alles wat daar in het alfabet aan (begin-)letters tussen zit. Er was slechts één keihard selectiecriterium: de op transport te stellen troep moest op de een of andere wijze (met zijn tweeën, vijven of tienen en desnoods collectief opgevouwen als "Russische Pop") in de auto van Willem Broekman passen… De grootte van zijn veewagen verschilde met de jaren en soms werden voor het vervoer hulptroepen ingezet, zoals de razende bolide van Circusdirecteur Ruurd Kunnen (excuus Voorzitter, het is maar beeldspraak!), of de solide Tomtomse Japanner of Japanse Tomtommer van Wong Tsai. Een enkele keer bewees ook de "de Oude Schicht" van Manuel ("Ollie") Nepveu zijn diensten, met – vanzelfsprekend! – "De Heer van Stand" zelve soeverein aan het roer, of het niet kapot te krijgen Oude Opeltje van Henk ("Stan") Noordhoek.
Wat gebeurde er tijdens de gang naar de diverse circusarena’s te Wijk aan Zee, Amsterdam Buitenveldert, Leiden, Hilversum, enzovoorts en zo verder? Er werd gekout door de Tijgers. Op dropjes door Willem, op een krentenbol èn klinkklare wartaal door Henk, op/over wis-en natuurkundige vraagstukken en/of zijn "Alma Mater" door Manuel, over de Najdorf door Maarten, over het voeren van een fatsoenlijk juridisch verweer door Ben, over Ruurd’s grote idool en voorbeeld Iljuschimov, over koetjes en kalfjes en ditjes en datjes door allen.
Heilige huisjes werden er vakkundig gesloopt, de te kort beentjes van de verschillende keizertjes van deze wereld genadeloos aangewezen en zo mogelijk afgezaagd… En er werd geluisterd en in het geheugen opgeslagen, door mij….
Spontaan vormden zich tijdens het veevervoer coalities (Iedereen tegen Henk, Manuel tegen de Anderen, de Juristen tegen de Techneuten, De Losers tegen de Winners, Overheid tegen Bedrijfsleven, Loonslaven tegen Vrije Jongens, Quasi-Wetenschappers tegen de Echte Bollebozen, de Voorbankstoelen tegen de Achterbank, de Francofielen tegen de Anglofoben) die dan gedurende een heel toernooi en vaak veel langer in stand bleven…
Discussies op pittig intellectueel niveau (een voorbeeld: Henk reconstrueerde uit het blote hoofd de Tenerife-ramp en berekende de theoretische kans dat zo’n ramp zich zou voordoen alsof het niets is, waarop Willem dan nog een faalcorrrectie van 10 % gedeeld door de pakkans alsmede de rotatie van de aardbol gekwadrateerd met de kracht van de westenwind als variabele in de vergelijking wil opnemen, dat soort discussies ja, ja).
Tijgers die zich lieten voeren ("vertel dat verhaal nog eens van die Zwendel, Henk!"), diep inkervende ironie en zeer gezonde zelfspot (Ben na een valse start met 3 nullen: "Ahlers, de kleine Shirov" waarop Ruurd: "v.d.Bergh, de kleine Petrosian zeker!" en ik: "en Kunnen de kleine Bronstein natuurlijk")…. Sommige dingen bleven gelukkig altijd hetzelfde en zullen dat ook blijven , zoals de per vrachtwagen aangevoerde verse voorraad Russen, de kapitale oude Bentley op de oprit in een voortuin in Beverwijk, vlak voordat men "de Weg des Doods" naar ► Wijk aan Zee opdraait, of het van gif vergeven braakliggende lapje "bedrijfsterrein" genaamd "Poort van Velsen." Enfin, je moet het meegemaakt hebben om het te begrijpen en dat was slechts voor de Harde Kern van de Tijgers weggelegd..
Kijken wij naar de individuele resultaten van de verschillende "Harde Kern"- Tijgers dan kunnen ook wetenswaardige zaken worden opgetekend.
Om te beginnen Ben Ahlers (de Tijger "par excellence"). Bijna constant op hoog niveau in diverse A-groepen acterend (in Hoogeveen, in Amsterdam, in Wijk aan Zee, in Leiden ) wist hij tegen (zeer) sterke tegenstand (> 2250) zijn mannetje meer dan te staan en haalde altijd gewoon die plus 2 of plus 3 score op jaarbasis. Heel soms ging het wat minder ("de kleine Shirov"), maar de regelmatige Ahlers-watcher weet dan dat dat slechts de opmaat tot een nieuwe solide succesreeks is en dat zijn wraak het jaar erop verschrikkelijk zal zijn (8 uit 9 of zo). "Ik hoef er niks voor te doen: ze gaan bij voorbaat al liggen" is dan zijn al te bescheiden commentaar. Die verontschuldiging komt te vaak voor om geloofwaardig te zijn: wij weten beter. Het is de eigen kracht die dan de doorslag geeft, zo zit dat en niet anders. Dit element gevoegd bij zijn bizarre waarnemingsvermogen, grote gevoel voor absurde humor en komieke situaties alsmede sociale inborst geven hem met recht aanspraak op de titel van eretijger en keizer van de vaderlandse jungle.
Komen wij bij Willem Broekman. Sinds hij als vutter geacht wordt het rustiger aan te doen is hij actief als een klein baasje: in een gewone baan, met onroerend goed, als bijna vaste chauffeur voor een troepje Tijgers, met de website, voor de jeugd, in Tsjechië (maar dat is redactie Buitenland) en ook nog steeds achter het vaderlandse schaakbord. Laatst vertelde hij me dat hij ’s morgens meestal om een uur of zes al op weg is naar zijn werk "en dat merk ik soms ’s avonds" – dan is hij wel eens "een beetje moe". Dat laatste lijkt me nu niet zo heel vreemd.
Aan schaakkracht heeft hij weinig ingeboet; dubieuze en krakkemikkige stellingen voert hij nog steeds met ijzeren hand tot winst, alsof het normaalste zaak van de wereld is en dat is het – Willem’s eigenzinnige logica en dogmatiek indachtig – eigenlijk ook. Ongevoelig voor de slagen van het noodlot (hij heeft geen last van wat boksers "een glazen kaak" noemen) speelt hij na een nederlaag de volgende dag onbekommerd weer zijn potje en wint dan gewoon weer zo’n mal toreneindspel of zo. Dat hij op hoog niveau nog altijd meetelt bewees hij in Corus 2004 en 2006 toen hij beide keren zijn sterke groep met groot vertoon van kunde en ervaring won.
Een markant exemplaar is natuurlijk ook Henk Noordhoek. Hoewel het te ver gaat om te stellen "dat zijn kaak van kristalglas is", lijkt hij – mede door wat lichamelijk ongemak – wel eens problemen te hebben een minder lopend toernooi goed te verwerken. Het is echter te hopen dat hij wederom in staat zal zijn het beste van zichzelf naar boven te halen. Wat dat beste is: monsterscores en glorieus groepswinnaar zoals bij diverse Corus-edities genoegzaam is gebleken. Zijn grootste wapenfeiten op schaaktechnisch gebied: de Verschrikkelijke Zwendel (zoals een oosterbuur in 2006 moest vaststellen die in een vlaag van perfecte waanzin in de Val trapte en in één zet, dromend van een mooi mat, een toren, een dame en een licht stuk weggaf) en de Moord met Voorbedachte Rade (zoals op Amstelvener Niek Oud in hetzelfde toernooi – dat werd gewonnen – werd begaan). Het behoeft geen betoog dat Henk het hele verdere toernooi en zelfs nu nog (twee jaar na dato!) gedurende heen- en terugreis door de Tijgers werd (en wordt) bejubeld en danig aan de tand werd (wordt) gevoeld om de momenten van Ultieme Vervoering die deze twee wapenfeiten bij hem teweeg hadden gebracht te doen voortduren c.q. herleven… Hemelhoog juichend, Bedroefd tot de Dood …. Want zeg nu zelf: er is niets zo leuk als Henk die over onderwerpen oreert op een wijze die krankzinnigheid naadloos aan (exacte) wetenschap paart….
En dan Manuel Nepveu. Manuel is niet de Maat der Dingen, zoals we lang hebben gedacht, maar wel een echte "Homo Universalis (Minor)", om het in goed neo-Latijnse termen te zeggen. Hij is als het ware ons onze eigen Leonardootje da Vinci in zakformaat (alles is betrekkelijk). Hij weet heel veel van schaken en nog veel meer van exact/wetenschappelijke, historische, opmerkelijke en moordkundige onderwerpen daarbuiten (feiten, dingen, verschijnselen). Dit onderscheidt hem m.i. op gunstige wijze van "de gemiddelde schaker", wiens fauna slechts uit 6 hoofdgroepen bestaat, wiens "kleuren"-spectrum slechts zwart en wit kent, wiens universum uit maximaal 64 velden is opgebouwd en wiens oproepbare parate alfabet resp. cijferreeks slechts de letters a t/m h resp. de nummers 1 t/m 8 omvat. Dat wordt op den duur toch wat beperkt en saai, en saai is wel het allerlaatste waar men bij Manuel aan denkt. Enkele beelden die "denkend aan Ollie" bij mij beklijven: In 2006 deden we mee aan het ACT-toernooi in Amsterdam. Nooit zal ik vergeten hoe Manuel aan het slot van een zéér, zéér lange partij opstond (het was om en nabij de 150ste zet in het zesde speeluur – dus het notatieblaadje was overvol) en demonstratief monter en vitaal (ja, zelfs bijna atletisch!) als nooit te voren in buitengewoon veerkrachtige tred naar de wedstrijdleider "danste" om zijn volgende notatievelletje te gaan ophalen. Hier was de uit de lichaams-taal af te leiden boodschap zelfs voor een absolute mongool duidelijk: "zo oetlul, ik begin pas, nu gaan we voor deze marteling nog eens even echt lekker zitten, al duurt het nog 300 zetten!". Op de volgende zet gaf de tegenstander, die al heel lang totaal verloren stond, verbouwereerd op… Ruurd Kunnen (die ook stond te kijken) en ik keken elkaar aan en we konden ons lachen om dit briljante stukje absurdistisch theater allebei niet inhouden… Dat ik Manuel bij het zelfde toernooi – naar lichaamshouding – heb vergeleken met een mannetjes-gorilla op zoek naar vrouwtjespinda’s is misschien niet zo flatteus (het was het jaar voorafgaande aan de Bokito-flauwekul) maar hij heeft wraak genomen door mijn toen herhaaldelijk mislukkende pogingen tot vergrendeling van een fietsslot zodanig te versjteren dat ik nu bij voorbaat al roep "Wil Het Publiek zich hier niet mee bemoeien!", een verzoek waar "Het Publiek" uiteraard en terecht volkomen maling aan heeft. Maar goed, sinds ik weet dat Manuel in zijn gymnasiale periode de vruchtbare lessen van de bekende classica dr. Simone Mooy-Valk (o.a. vertaalster van de Romeinse keizer/filosoof Marcus Aurelius en van de generaal/historicus Arrianus) heeft genoten kan hij bij mij, zijnde ook gymnasiaal misvormd onder de knoet (of was haar knot?) van de sanskritiste/classica mevrouw dr. Scherpenhuizen-Rom, weinig kwaad meer doen.
Dat soort lessen verknipt een mens immers voor het leven ("Non scolae, sed vitae!" is de technisch term voor deze gymnasiale aandoening)….
Komen wij bij onze Circusdirecteur: dr. Ruurd Kunnen. Een directeur die als Tijger vermomd in zijn eigen en andermans Circussen speelt is al een zeldzaamheid maar hij heeft er ook nog succes mee. Op de bekende Ruurdiaanse wijze, zonder ophef, zonder loos gebrul, zonder uiterlijk vertoon, maar met ernstig onderkoelde ironische humor speelt hij zijn partijen, meestal gepositioneerd in de kop van het tweede peloton.Hij wint of wordt op zijn minst een goede tweede en heeft daarbij al tijden het eerste peloton behoorlijk in de smiezen…… Dat hij de aansluiting met dat eerste peloton nog niet heeft bewerkstelligd komt slechts door één zwakte: de Laatste Ronde. Als Circusdirecteur schijnt hij te werken aan de afschaffing daarvan…. Als Lodewijk Prins tot IGM "honoris causa" benoemd kan worden heeft Ruurd vanzelfsprekend recht op een Elorating van 2000 "honoris causa"…
En dan moet ik het tenslotte ook nog – nolens volens – kritisch over mezelf hebben Een slecht toernooi heb ik bijna nog nooit gespeeld, een goed toernooi trouwens ook niet. Bijna altijd was er die éne traditionele nul in de derde, vierde of vijfde ronde die mij bij het streven naar – eindelijk, eindelijk! – een rating van 2200 dwars-boomde en mij het gevoel gaf dat "de Drentse Heideplagger" (een creatie van Wim de Bie) bij het aanschouwen van een in bloei staand Drents heideveld zo treffend kan verwoorden: “Heb ik godverdegodver 40 jaar voor Jan Lul lopen plaggen!…. Altijd was er de kortsluiting in het cerebrale circuit (de ene keer veroorzaakt door Nijboer, een andere keer Bosboom, Horvath of het een of andere Chinese of Russische onderkruipsel) dat mij op het ultieme moment de das omdeed. Het is me – schat ik – een keer of acht gebeurd "dus dat scheelt precies 50 ratingpunten". De laatste keer was afgelopen zomer tegen Robin Swinkels. Ik wéét nog dat ik omstanders na afloop van de partij om touw en de locatie van de dichtstbijzijnde geschikte boom heb gevraagd ….. Zelf houd ik het erop dat dit falen komt door de ongelukkige ligging van de speellocatie van het betreffende toernooi: want te dicht bij het bij rampspoed tot zelfmoord uitnodigende spoor (Amsterdam ACT, Hilversum en – o God – ook de Olympus!) resp. de tot zelfverdrinking wenkende Noordzee bij het desolate en lugubere Wijk aan Zee.
Enfin: ik word er duidelijk niet vrolijker op.
Natuurlijk waren er ook nog anderen (zoals Wong Tsai, Igor Coene of Maarten van Zetten) die hun inbreng in ons rondreizende tijgercircus hadden. Behandeling van hun successen en falen moet ik echter – bij gebreke aan voldoende kennis en ruimte – achterwege laten. Ik heb – als gezegd – me beperkt tot aandacht voor de Aller-hardste Kern. Die zal zijn reizen in de vaderlandse schaakjungle ongetwijfeld vervolgen, op naar het volgende lustrum, onder het brullen van dat aloude en illustere strijdlied:
"En datte we Toffe Tijgers zijn dat willen we weheten!….
En daarom komen wij…
En daarom komen wij
En datte we Toffe Tijgers zijn dat willen we weheten.
Daarom komen wij
Overal!…..
Overal?
Overal!
Waar de Dames zijn, waar de Dames zijn?!
Waar de Dames zijn, daar is ons bal"!
