Ik maakte niet zo lang geleden kennis met collega voorzitter van de fameuze Groninger schaakvereniging Staunton. Hij arriveerde bij mijn huis samen met mijn oudste zoon. Ze zijn beiden betrokken bij de SO-ON, een stichting ter bevordering van het schaken. Deze stichting voert werkzaamheden voor de NOSBO, de Noordelijke schaakbond. Toen wij een tijdje spraken vroeg ik mij af hoe het kon zijn dat ik hem niet eerder persoonlijk had ontmoet. Ik zit zelf niet stil in het Noordelijk schaakleven en Jan (zo heet-ie) bleek een indrukwekkend schaakbestuurders heden en verleden mee te dragen. Twintig jaar voorzitter van de Winschoter schaakvereniging van der Linde, enige jaren voorzitter van de NOSBO en KNSB bestuurslid met de portefeuille verenigingsondersteuning. Het verder uitwisselen van onze schaakervaringen leverde een verrassing op: ook Jan is lid geweest van de vereniging Promotie. Kort na mijn vertrek naar het Noorden in december 1978 heeft hij, komende van de vereniging Zuckertort uit Amstelveen, zich als lid gemeld om in 1980 ook richting het Noorden te vertrekken. Ik vroeg hem eens te kijken of hij nog wat had uit zijn Zoetermeer tijd. Dat heeft hij gedaan, maar het viel tegen. Eén notitieboekje, dat was het. Ik mocht het inkijken en kwam wat bekende namen tegen: van den Meeberg, van Lieshout, Maliepaard en Blankespoor. Jan Blankespoor was clubkampioen geworden en de partij werd gespeeld in het kader van de traditie dat de clubkampioen zich moet bewijzen in een simultaan tegen de rest van de club. Jan B. won comfortabel na een Hollandse opening. Verder had hij vooral voor de gemeente Zoetermeer gespeeld in de bedrijven competitie. Anekdotes, bijzondere herinneringen? Nee, eigenlijk niet. Te weinig stof voor een column begon ik te vrezen. En dan schiet mij het volgende voorval te binnen. Zomer 2006 bracht ik een kennis naar de bushalte. Nadat zij was ingestapt zei de chauffeur mij gedag en noemde daarbij mijn naam. Ik kon zijn gezicht niet thuis brengen en voelde me daar even niet gemakkelijk bij. “U kent mijn naam.. Waar moet ik u van kennen?”, vroeg ik. “De naam is Maliepaard”, zei hij. Koortsachtig struinde ik mijn geheugen af, maar geen Maliepaard te bekennen. Hij vond dat wel amusant,en als er geen dienstregeling was geweest had hij me misschien langer laten tobben. “Uit Zoetermeer, van Promotie. Ik herkende jou direct; je bent niets veranderd” zei hij. Na nog enige vriendelijke woorden over en weer noopte de tijdsdruk hem de deuren te sluiten en sindsdien heb ik hem niet meer gezien. Groningen-Veendam vice versa was voor hem kennelijk een invaldienst geweest. Dankzij het notitieboekje schoot mij het verhaal weer te binnen. De interne competitiewedstrijd J. Hollander – C. Maliepaard in 1979 eindigde na 18 zetten in een overwinning voor wit.