Virtueel geluk

Het dagblad van het Noorden heeft op bladzijde 2 een rubriek genaamd ‘profiel’. Op maandag 24 december was Eckhart Wintzen degene wiens profiel werd beschreven.
Wintzen is multi-miljonair, een status die hij heeft bereikt door verkoop van zijn automatiseringsbedrijf BSO. Aanleiding voor het artikel zal ongetwijfeld geweest zijn de uitgave van een door hem geschreven boekje, genaamd ‘Eckhart’s notes’, waarin hij zijn managementfilosofie uit de doeken doet. In het interview vertelt Wintzen dat hij zijn bedrijf heeft laten groeien door splitsing. Hij hield een bovengrens aan van 60 medewerkers. Groeide zijn bedrijf, dan splitste hij de boel op. Door deze celdeling werd het uiteindelijk een conglomeraat van bedrijven met in totaal 6000 werknemers. En dat heeft hij voor veel geld van de hand gedaan. Het stuk werd voor mij interessant toen ik las dat hij zich ergert aan de fuseringsgolf. En met hem erger ik mij ook ontzettend aan dienstverlenende bedrijven die klantgerichtheid en service met de mond belijden, maar in de praktijk call-centers inschakelen om hun medewerkers telefonisch onbereikbaar te houden en beveiligde zones inclusief bewakingspersoneel er op na houden om hun medewerkers fysiek onbereikbaar te laten zijn.
Via de constatering dat de wereld niet onbeperkt kan doorgaan met het produceren van een immense afvalberg komt hij op een onverwachte oplossing: ‘De mensen zullen hun geluk in de toekomst vooral virtueel moeten bereiken en niet door goederen consumptie’.
Zo iets als boekenkastbehang. Ik heb nog moeite mij daar een complete voorstelling van te maken, maar dat zal wel veranderen als ik de website second life heb bezocht. .
Een week eerder sprak Wintzen op de oudjaarbijeenkomst van de V.O.C., de Veendamse ondernemers vereniging. Toen ging het vooral over marketing en innovatie. Voorbeelden om gratis een enorme media aandacht te genereren uit het repertoire van Richard Branson en van hemzelf werden gevolgd door een betoog met als pointe dat innovatie niet in het laboratorium plaatsvindt, maar in de kantine of bij de koffiemachine. Gewoon wat nerds in dienst nemen en daar mee praten, dat komen de innovatieve ideeën vanzelf.
Wilde ik dat nog wel geloven, bij zijn tweede advies twijfelde ik echter. Vroeger kregen wij op school het advies voor het maken van een proefwerk “schrijf je eerste gedachte op, ga niet wikken en wegen, maak het werk af en kijk het, als je tijd over hebt, na. Corrigeer dan pas twijfelpunten.” En wat krijgen wij te horen van Wintzen: “Gooi bij het zoeken naar oplossingen de eerste gedachte direct weg”. Beide adviezen, wat nerds in dienst nemen en de eerste gedachte weggooien, werden aan het slot nog expliciet herhaald. Ik had het dus goed gehoord. Hij zei er echter nog iets bij, waar ik nu nog over aan het tobben ben. Hij zei namelijk letterlijk: “doe net als schakers en gooi de eerste oplossing die in je opkomt weg”. Oei, dat doe ik zelf namelijk niet. Zou ik sterker spelen als ik zijn advies zou opvolgen? Al mijn verloren partijen van de afgelopen jaren (sommige had ik nog maar net emotioneel verwerkt) spookten door mijn hoofd. Heb ik teveel mijn eerste opwellingen gevolgd? Wat zou er van mij geworden zijn als ik zijn betoog eerder had gehoord?. Een paar dagen later verprutste ik mijn gewonnen stelling omdat ik een virtueel mat op f7 zag. Na afloop vroeg mijn tegenstander “waarom deed u geen Pe5?”. Dan ga ik mat op f7 zei ik. Mijn jonge tegenstander keek mij extra vriendelijk aan en zei bijna verontschuldigend “een paard op e5 dekt f7 toch”? Ik had mijn eerste gedachte dus toch moeten verwerpen!

Scroll naar boven