De koning zonder vrienden

Van het NOS-journaal en Studio Sport kun je waarachtig niet beweren dat ze de kijker extreem vaak informeren over de gebeurtenissen in schaakland. Maar toen de bebaarde koning van de vierenzestig velden op vierenzestigjarige leeftijd het verwarde hoofd voorgoed had neergelegd, was het nieuws. Het was op een vrijdag, het weekend stond voor de deur.
De volgende dag haalde ik My 60 Memorable Games weer eens uit de boekenkast. Je zou het een instinctieve reactie kunnen noemen. In het boek staan zestig partijen die Fischer speelde in de periode 1957-67, toen hij voor een deel nog “jeugdspeler” was. Maar alhoewel het boek op naam staat van Bobby Fischer, heeft ook een ander meegewerkt aan de totstandkoming, GM Larry Evans. Het format van het boek is goed gekozen. Bij iedere partij geeft Evans een pakkende introductie, die bovendien zeer to the point is en daarna neemt Fischer het over. Hij bespreekt de partij en schuwt het ruime gebruik van varianten daarbij niet. Ook geeft Fischer zijn observaties tijdens de partij weer. Die blijken soms grote invloed te hebben. In de beroemde ontmoeting met Botwinnik, tijdens de Olympiade van Varna, 1962, komt er een Grünfeld op het bord. Maar de indruk wordt gewekt dat dit van tevoren niet de bedoeling was. Na 3…,d5 schrijft Fischer: “The spur of the moment. I could see by the glint of his eye that he had come well armed for my King’s Indian.” Als die “glint of his eye” niet door Fischer was opgemerkt, was een van de geweldigste veldslagen op de vierenzestig velden er kennelijk op deze manier nooit geweest.
Uit de aard der zaak bevat het boek ook andere beroemde “Fischer”partijen van die periode, zoals het huzarenstuk tegen Robert Byrne (Kampioenschap USA 1963-4), en het door Fischer met zwart verloren koningsgambiet tegen Spassky (Mar del Plata 1960). De laatste partij is een van de drie verliespartijen die Fischer in deze collectie opgenomen heeft. Dat hij die heeft opgenomen siert hem beslist en toont een onbaatzuchtige hang naar objectiviteit. Om maar eens een vergelijking te treffen: in Paul Keres’ “Honderd Partijen”, zul je geen verliespartij van de auteur aantreffen…

Ik werd nieuwsgierig naar die andere auteur, de man die niet op het titelblad staat. Het kostte me weinig moeite om een interview met hem te vinden, gehouden in 2004, toen Fischer zich in Japan bevond in de u ongetwijfeld bekende moeilijke situatie. Ik kan de lezer sterk aanraden het volledige interview te lezen op http://www.chessville.com/Editorials/Interviews/GMLarryEvansInterviewOnBobbyFischer.htm. Opmerkelijk vond ik de passage waarin Evans de hoop uitsprak dat een derde land Fischer zou opnemen, want hij verwachtte in geen enkel opzicht iets goeds van een proces tegen Fischer in diens geboorteland, als hij vanuit Japan zou worden overgebracht. Ik zit te denken. Er zijn vast veel meer lieden die dit bedacht hebben. Is er bij de ontknoping misschien sprake geweest van een opzetje? Hebben de Amerikanen zelf achter de schermen aan IJsland gevraagd om Fischer asiel te verlenen? Het zou me niets verbazen.
Uit het interview blijkt voorts nog eens zonneklaar dat Fischer al vroeg “opmerkelijk” gedrag vertoonde en “opmerkelijke” opvattingen bezat. En ook dat Evans een flinke dosis geduld opgebracht moet hebben met de puber en jongeman Fischer. Uiteindelijk ging het mis tussen de twee. Ik eindig deze column met een betekenisvolle quote.
Parr: Do you still “like” Bobby? If he came tomorrow to your door, seeking succor, would you extend it to him as an old friend? GM Evans: You ask a question to which my answer will make me sound like a hard man. I kind of feel like the Jedediah Leland character in Citizen Kane who said, “Maybe I wasn’t his friend, but if I wasn’t he never had one….”

Scroll naar boven