Tussenstop IJsland

In januari 1974, toen ik van Bolivia naar Nederland terugreisde, maakte mijn vliegtuig een tussenstop op het vliegveld Kevlavik bij Reykyavik, de hoofdstad van IJsland. Ik werd er overal aan het wereldkampioenschap schaken van Bobby Fischer tegen Boris Spassky van 1972 herinnerd. In mijn herinnering lagen alle winkeltjes vol met Bobby & Boris souvenirs met prijskaartjes die er niet om logen. Zeker niet voor iemand die gewend was in Boliviaanse pesos te denken. Ik had me echter niet af moeten laten schrikken en er gewoon eentje moeten kopen. Er zaten mooie tussen, zoals de ‘laatstedagenvelop’ die hieronder te zien is.

Hoewel de match van de eeuw vooral bekend werd vanwege Fischer was het louter aan Spassky te danken dat deze doorging. Hij wilde beslist spelen en laten zien dat hij, de tiende wereldkampioen, de sterkste was. Spassky wist dat Fischer in de kandidatenmatches Mark Taimanov (6-0), Bent Larsen (6-0) en Tigran Petrosjan (6.5-2.5) verpletterd had. Zijn eigen score tegen Fischer was echter positief (+3 =2 -0) hetgeen hem moed gegeven zal hebben. Hij was niet bang voor Fischer en verwachtte een interessante match.

Op het vliegveld van Moskou werd Spassky uitgeleide gedaan door onder andere de minister van sport Sergey Pavlov. Volgens David Edmonds en John Eidinow in Bobby Fischer goes to war (2004) was de sfeer gespannen. Viktor Baturinsky, het hoofd van de centrale schaakclub, bleef thuis. Hij was geen vriend van Spassky en zag de bui al hangen. In The reliable past (2003) schrijft Genna Sosonko dat, toen minister Nikolai Schelokov van Binnenlandse Zaken in 1974 opmerkte dat hij iedereen die in Reykjavik aanwezig geweest was bij terugkeer zou hebben laten arresteren, Baturinsky trots opmerkte: ‘Ik was er niet bij!’.

‘The Russians cheat!’ zei Fischer tegen Dick Cavett tijdens een interview voor zijn match tegen Spassky. Op Cavett´s New York Times blog Was it only a game? van 8 februari 2008 is dit opmerkelijke interview met een relaxte Fischer te zien. Tijdens het kandidatentoernooi op Curaçao in 1962 zouden de Russen tegen hem hebben samengespannen. Jan Timman onderschrijft Fischer´s visie in Curaçao 1962 (2005) voor wat Tigran Petrosjan, Efim Geller en Paul Keres betreft die hun onderlinge partijen snel remise schoven. Petrosjan, die in de vijfentwintigste ronde zijn partij tegen Keres in, volgens zowel Fischer als Timman, gewonnen positie remise gaf leverde het definitieve bewijs. Het toernooi werd door Petrosjan gewonnen. Fischer scoorde drieeneenhalve punt minder en werd vierde. Spassky zal Fischer´s mening over het samenspannen van zijn landgenoten gedeeld hebben. Ook hij vertrouwde vele van zijn collega´s niet. Moskou was een wespennest van rivaliteit, intriges en samenzweringen. Hij trok met zijn team, dat uit Efim Geller, Igor Bondarevsky, Nikolai Krogius en Ivo Nei bestond, in Reykjavik zijn eigen plan.

Fischer´s afwezigheid tijdens de opening. Zijn veel te late komst. Zijn buitenissige eisen: het geld, het licht, de tafel, de toeschouwers, de camera´s, het zwembad, etc.. Het zal Spassky allemaal niet echt verbaasd hebben. Men moest aan al Fischer´s eisen voldoen, zo niet dan kwam hij niet of stapte hij op. Tijdens zijn match tegen Reschevsky in 1961 en het Interzone toernooi van Sousse in 1967 was hij opgestapt en in 1975 kreeg uitdager Anatoli Karpov de titel cadeau omdat Fischer weigerde te spelen. Hoogst irritant was Fischer´s afwezigheid tijdens de loting op Reykjavik waarvoor Spassky excuses eiste en kreeg. Het is opmerkelijk dat ze elkaar ondanks alles mochten. Volgens Spassky was hun relatie altijd goed geweest. Fischer zou dit tegenover Cavett beamen: ´We are truly quite good friends. Really buddy-buddy.’

Niet alleen Spassky wilde dat de match doorging. Hij trof hierbij FIDE president Euwe en de IJslandse organisatoren aan zijn zijde. De Sovjet autoriteiten waren na alle chicanes van Fischer van mening dat Spassky op moest stappen. De discussie na de tweede partij tussen Spassky in Reykjavik en minister Pavlov in Moskou bestond, volgens Garry Kasparov in My Great Predecessors Part 4 (2006), in essentie uit twee zinnen: ‘Boris Vasiliyevich je moet een ultimatum stellen!’. ‘Sergey Pavlovich, ik zal deze match spelen!’. Negen dagen later dan gepland ging de match van start. Twee dagen later was het weer hommeles.

In het boek De match van de eeuw (1972) van professor Max Euwe en Willem Jan Muhring is het verslag van de tweede partij zeer kort: Uniek in de schaakhistorie: een verliespartij wegens het niet verschijnen van een van de spelers in de tweede partij (13 juli 1972). De witspeler is niet verschenen en derhalve werd de partij (nadat zijn klok één uur had gelopen) voor Fischer reglementair verloren verklaard. Sinds de vijfde partij van de match die Vladimir Kramnik tegen Veselin Topalov in 2006 in Elista speelde is het niet op komen dagen voor een partij niet uniek meer. Wat opvalt is dat in beide matches de schaker die op reglementaire gronden een punt kwijtraakte, in de eerste Fischer en in de tweede Kramnik, uiteindelijk de match won. Kennelijk is deze wijze van opereren zeer effectief om je tegenstander psychologisch te vloeren.

Of de derde partij nog gespeeld zou worden was toen hoogst onzeker. Aan het begin van deze derde partij, toen Spassky, arbiter Lothar Schmid en Fischer zonder publiek in een zijkamertje zaten, en de laatste aanvankelijk weer weigerde te schaken, moet Spassky gedreigd hebben met opstappen. Schmid dwong ze te gaan zitten. Spassky deed een zet, waarop Schmid de klok startte. Fischer deed toen ook een zet en de match was gered. Fischer won met 12.5 – 8.5 (+7 =11 -3) en werd door Euwe tot wereldkampioen gekroond.

Dat Fischer en Spassky vrienden waren bleek in 1992 tijdens het laatste optreden van Fischer op het schaaktoneel toen ze opnieuw een match om het ‘wereldkampioenschap’ in Sveti Stefan in Joegoslavië speelden. Spassky verloor de match (+10 =15 – 5) maar hield er dankzij Fischer veel geld aan over. En toen Fischer vanwege deze door de Amerikaanse regering verboden match op 13 juli 2004 in Japan in de gevangenis belandde bood Spassky een maand later aan zich voor hetzelfde vergrijp ook te laten arresteren met het verzoek om bij Fischer in dezelfde cel geplaatst te worden. Het IJslandse parlement bood uitkomst. Op 21 maart 2005 verleende het Fischer het staatsburgerschap. Enkele dagen later arriveerde hij met een vliegtuig vanuit Japan op IJsland. Het zou voor Fischer zijn laatste tussenstop worden. Na zijn komst beschikte IJsland met zijn 300.000 inwoners (drie keer Zoetermeer!) over 12 grootmeesters.

Op 17 januari 2008 vertrok Bobby Fischer voorgoed uit de schaakwereld. In zijn volgende leven zal hij, hopelijk minder getroubleerd, naar verwachting als IJslandse grootmeester reïncarneren. Ik weet niet in welk land Spassky te gelegener tijd als grootmeester zal terugkeren maar ik denk niet dat het Rusland zal zijn. Na alles wat er indertijd voorgevallen is vermoed ik dat zijn voorkeur naar Frankrijk of IJsland uit zal gaan.

Scroll naar boven