In de aanloop naar de schaakreis in Bolivia besloot ik bij die bekende boekhandel in Den Haag maar weer eens wat lekkers te gaan halen. Boekjes over een enkele variant van een bepaalde opening bekijk ik niet, ik ga voor iets zinvols. Mijn strooptocht eindigde inderdaad met een hit: “The Seven Deadly Chess Sins” van Jonathan Rowson.
In het toernooi van Samaipata, ruim een maand later, behoorde ik tot de prijswinnaars. Bij de prijzentafel viel mijn oog op “Improve your Chess Now” geschreven door Jonathan Tisdall. Bernard Bannink had even eerder aan de prijzentafel gestaan en dit boek misschien over het hoofd gezien, want hij koos een boek met variantjes. Ik sloeg daarentegen genadeloos toe.
Beide boeken zijn geschreven door “een” Jonathan. De psychologie van het schaken krijgt bij beiden ruime aandacht. De eerste Jonathan is filosofisch, de tweede meer schaaktechnisch, maar ook met filosofische trekjes.
Jonathan Tisdall (1958) is een grootmeester die eerst de Amerikaanse nationaliteit had, toen de Ierse en nu de Noorse. Hij is journalist en schaaktrainer. Tisdalls boek is op het eerste gezicht dan ook wat concreter. Van dit geesteskind is het gemakkelijker te zien waarover het gaat. Tot de verbeelding spraken eigenlijk alle hoofdstukken wel. De eerste twee hoofdstukken gaan over zin en onzin van variantenbomen, respectievelijk berekening en visualisatie. “The art of playing bad positions” vond ik qua keuze ronduit origineel, het hoofdstuk “Wisdom and advice” zeer “to the point”. Misschien komt deze waardering voort uit het feit dat ik nog wel eens een slechtere stelling moet verdedigen en me dan soms afvraag wat wijsheid is. Ieder hoofdstuk van het boek eindigt met een samenvatting met daarin kort en bondig de dingen die op je netvlies moeten staan terwijl je schaakt. De trainer komt ook duidelijk naar boven in de twee appendices. De een bevat een ruime collectie matbeelden, de ander een collectie met beelden van tactische thema’s. De appendices sluiten goed aan bij een eerder hoofdstuk “Pattern Training”.
Jonathan Rowson (1977), Schot en grootmeester, was nog maar even in de twintig toen hij zijn boek schreef. Hij heeft filosofie gestudeerd in Oxford. Het is te merken. Er zullen niet veel schrijvers zijn die een boek wensen te beginnen met “Extended Preface: The Map, But Not The Territory”. En ik ken geen andere schaakboeken waarin een paragraaf “Chess Theology” voorkomt en waarin Teresa van Avila wordt geciteerd.
Rowson grijpt terug op de vroeg-Christelijke definitie van de zeven hoofdzonden, te weten: trots, hebzucht, wulpsheid, onmatigheid, afgunst, woede en gemakzucht. Hij definieert in analogie de zeven schaakzonden. De uitwerking van die hoofdzonden is vervolgens verrassend. Als je denkt dat de namen op voorhand genoeg zijn om te weten wat er precies wordt bedoeld, dan heb je het goed mis. Even voor de duidelijkheid: Rowson licht zijn gefilosofeer wel gewoon toe met partijen en partijfragmenten.
In het hoofdstuk “Materialisme”onder een kopje “Early Learning” legt Rowson verrassend en extreem helder uit hoe de aangeleerde waardetabel van de stukken het echte schaken in de weg zit, wat er conceptueel mis mee is. Hier is hij op zijn best. Er is verderop een kopje “Blocks of Wood or Bundles of Energie? The E=mc2 of Chess”. De laatste toevoeging doet geforceerd aan en herbergt een val voor de schrijver zelf. De uitwerking begint zinnig. En ja hoor, dan begint Rowson door te draven en neemt hij de metafoor vele tikjes te serieus. Het pleit weer wel voor hem dat hij dat zelf aan het eind van zijn betoog inziet.
Net als die andere, komt ook deze Jonathan met redelijk wat “wisdom and advice”. En ook deze Jonathan sluit zijn hoofdstukken af met een korte samenvatting. Dat is trouwens een vrijwel noodzakelijke service aan de lezer, om het filosoferen tot harde, bruikbare conclusies te verdichten.
Ik heb minder regels gewijd aan Jonathans boek dan aan Jonathans. Alleen maar omdat Jonathans boek meer standaard is. Heb ik een voorkeur? De enkeling die mij kent zou iets kunnen vermoeden. Hem zal ik waarschijnlijk verrassen met mijn oordeel. Slechts met het mes op de keel, het pistool tegen de slaap, het wurgkoord om de nek zou ik een heel lichte voorkeur uitspreken voor het boek van Jonathan. Daar staat tegenover dat Jonathan een trainer is met een jarenlange ervaring, wat in zijn boek dan weer fraai tot uiting komt. Jonathans boek is dus explicieter, Jonathans boek vaak verrassender. Eigenlijk kan ik niet kiezen.
Daarom een simpel advies. Jij, schaker en zondaar: naar de boekhandel! Koop (hebzucht), verslind (onmatigheid) en versla vervolgens je tegenstanders (trots) via eenvoudige adviezen (gemakzucht)! Zo niet, lijd dan onder andermans succes (afgunst)! Jonathan x 2 kost tenslotte minder dan een wazig avondje pokeren (woede) of een bezoek aan je favoriete heroïne-hoertje (wulpsheid).
