Famke

‘Hallo, ik ben Famke’. In de deuropening van de speelzaal staat een jonge vrouw, een aantrekkelijke verschijning. Ik sta op van het bord om haar te verwelkomen in de veronderstelling dat zij is gekomen om iets te vragen over onze jeugdafdeling. Het is immers tien voor half acht, het tijdstip dat de eerste ouders hun kinderen komen ophalen. Het is ook het tijdstip waarop de eerste senioren al binnen zijn. Een aantal van hen is al aan het sparren en hun ogen verlaten met grote belangstelling de stellingen. ‘Dit is toch de schaakclub?’ vervolgde zij. ‘Kan ik hier komen spelen?’.Bernard Haitink zet met het concertgebouw orkest in voor het laatste deel van de 8e symfonie van Anton Bruckner, zo ervaar ik dat moment. Een nieuw lid en nog wel een jonge vrouw! Het koper schalt, de pauken resoneren, de snaren vibreren!. Niet alleen haar verschijning doch ook haar persoonlijkheid blijkt ontwapend. Ze heeft een beetje schaken geleerd van haar vader, heeft wat boekjes gekocht en is met zelfstudie begonnen. Ze speelt al wat partijen op internet, maar ze denkt dat het nu tijd is om beter te leren schaken en wedstrijdervaring op te doen. En eigenlijk moet het allemaal snel. Ze wil er veel tijd in steken. Wij bieden in zulke gevallen altijd aan dat men bij de jeugd mee kan lessen, maar dat wijst zij resoluut af. ‘Ik wil direct bij de senioren meedoen en trouwens ik kan met pijn en moeite pas om half acht aanwezig zijn.’ Het is voor mij duidelijk. Hier is een speciale aanpak nodig. De zomervakantie is nabij en mijn vrouw en ik gaan in die periode niet langdurig weg. ‘Wat denk je ervan als ik jou in de zomervakantie schaakles geef?’. Het blijkt een schot in de roos, want ook zij heeft veel dagen beschikbaar. Ze komt trouw elke week met een serie gemaakte stap 3 en later stap 4 opgaven. Aantallen waar geen enkel jeugdlid van ons toe bereid is. En ze komt nog steeds bijna elke vrijdagochtend. Ik heb van haar slechts één tegen prestatie gevraagd: beschikbaar zijn voor publiciteit. ‘Dat blijft toch wel netjes?’zei ze een beetje timide, kennelijk met in haar achterhoofd de gedachte dat ze zou moeten aantreden voor een schaakmeisjes kalender. Nee, hoor, stelde ik haar gerust, het gaat er om dat ik een column over je mag schrijven en dat je meewerkt aan interviews voor de locale pers. Deal! Twee weken geleden is ze geïnterviewd voor het huis-aan-huis blad de Koerier en de column is er nu dus ook. Hoe gaat het nu met de mannen op de club, dat lijkt mij een logische vraag. Zij hebben immers al twintig jaar geen jonge vrouw als lid op de club meegemaakt. Welnu, ze voelen zich allemaal een stuk jonger sedert juni, dat is zeker. Een leuke vrouw op de club doet wonderen in dat opzicht. Daar kan geen arts tegen op. Tot een opleving op het gebied van mode en verzorging heeft het niet geleid. Geen gewaagde aftershaves, modieuze brillen of kapsels en stijlkleding. Niets van dat alles. Een schaker blijft een schaker. Iedereen maakt graag met haar een praatje, maar zodra de klokken ingedrukt zijn geldt ook bij ons het adagium ‘beter één dame op het bord, dan tien in de zaal’..

Scroll naar boven