Lesgeven (+)

Op het vak van lesgeven wordt nogal eens neergekeken. Ik heb van nabij een pijnlijk voorbeeld meegemaakt. Een universitaire medewerker vertelde aan het begin van het eerste jaar dat er bij wiskunde drie richtingen waren: Z, T en O. “Z staat voor zuiver en ‘zwaar’, T voor toegepast en ’te doen’, O voor onderwijs en…. nou ja.” De laatste twee woorden sprak hij schouderophalend en met onmiskenbaar dédain uit. Misschien had hij een woord als ‘onbenullig’ willen gebruiken en dat nog bijtijds vermeden.
Zelf heb ik “voor de zekerheid” de lesbevoegdheid wis- en sterrenkunde gehaald. Uitgerekend hierbij zakte ik voor een tentamen. Toen ik de uitslag vernam schaterde ik het uit. Haaaa! Een acht halen voor kwantummechanica en zakken voor zoiets lulligs als wiskunde-didactiek! Ook ik zag een en ander beslist niet voor vol aan.

Lesgeven. Maar gedurende de verplichte stage kwam ik er op harde wijze achter dat lesgeven inderdaad niet gemakkelijk is. Er is geen reden tot geringschatting. Een klas is een gevarieerde club. Je moet in principe iedereen bedienen: de snellen, het peloton en de achtergebleven gebiedjes. Ook de schaak-lesgevers op onze club hebben hier zonder twijfel voortdurend mee te maken. Je probeert een schaakidee uit te leggen. Als je je teveel op de trage broeders concentreert, gaan de snellen donderjagen. Je moet de zaak goed orkestreren, rekening houden met zowel speertjes als slakken. Verder moet je in staat zijn iets op verschillende manieren uit te leggen en begrijpen waar bij leerling X de hobbel zit. Dat vereist inzicht en diagnostische vaardigheid.
Van lesgeven naar lesgeven+. Een paar jaar later gaf ik op het Kapteyn Lab in Groningen enkele colleges voor studenten en staf. Er was inderdaad sprake van “lesgeven”, ik wist meer van het onderwerp dan het geachte publiek. Maar dat geachte publiek kon intussen wel inhoudelijk weerwerk bieden, het waren geen groentjes. Dit soort van lesgeven noem ik: lesgeven+.
Nadat ik de mathematiek van een vraagstuk uitgebreid had belicht, vroeg een oudere medewerker onverhoeds wat het verkregen resultaat eigenlijk betekende. Ik schrok wakker. Ik was bij de voorbereiding op de manipulatie van vectortjes en integraaltjes geconcentreerd geweest en te weinig op de inhoud. Een beginnersfout van een onderzoeker-in-opleiding. Ik had me zogezegd nauwgezet met de loop van pionnen en stukken beziggehouden, maar onvoldoende met het doel daarvan. Als er iemand iets geleerd heeft die middag, dan was ik het zelf.
Lesgeven+. Begin jaren tachtig hield ik op mijn instituut in Bonn een serie voordrachten over turbulentie. Voor een stevig gehoor dus weer. Ik had me flink voorbereid en de Groningse les ter harte genomen. Toch ging het ook nu een keer mis. Er kwamen vragen uit het (hoog)geleerde publiek. Vragen, die langzaam maar zeker blootlegden dat ikzelf niet ten volle doorzag wat ik opdiste. In beeldspraak: nu was ik echt aan schaken toegekomen. Ik hield me niet alleen met de loop van de stukken bezig, maar hield het doel in de gaten. Echter, mijn analyse van de positie op dat esoterische schaakbord was te oppervlakkig geweest. Voor straf werd ik via een serie “moker”- vragen ragfijn mat gezet. Niet heel leuk, wel leerzaam… Lesgeven+ is iets dat bij de werkzaamheden van elke onderzoeker hoort. Het moet met vallen en opstaan geleerd worden en er wordt beslist niet op neergekeken.

Maar waarom wordt er wel neergekeken op het lesgeven-zonder-plus? Iets uitleggen aan een jonge, qua belangstelling en talent inhomogene groep, vereist bevlogenheid, inzicht, hard werken. Door bijkomende omstandigheden -u begrijpt wel- is het dodelijk vermoeiend en af en toe tot tien kunnen tellen is een noodzakelijke deugd. En het is, in tegenstelling tot de plus-variant, ook nog eens een voltijds-bezigheid. Veel leraren knappen fysiek af met verschijnselen die op oorlogsmoeheid lijken of ontvluchten uiteindelijk het onderwijs.
Het is me opgevallen dat het bepaald niet de minsten uit het academische circuit zijn, die grote waardering voor het lesgeven hebben. Helaas hebben zij heel lang geen gehoor gekregen op het Binnenhof, waar politieke partijen met hulp van u telkens weer controlfreaks en sukkels in het zadel helpen. Die hebben al zeker drie decennia de leraar op allerlei manieren de voet dwars gezet. Door korting op het salaris, door onrijpe onderwijs-vernieuwingen. Met de komst van die bio-wetenschapper in het Kabinet zou dit kunnen veranderen. Ik hoop dat hij werkelijk iets zal kunnen veranderen. Hij begrijpt tenminste hoe belangrijk de leraar is.

Scroll naar boven