Een Benoni uit de jaren ’70

Een Benoni uit de jaren ’70  door Jan van den Berg

 

Zoals veel mensen uit mijn generatie raakte ik in de ban van het schaakspel eind jaren ’60, begin jaren ’70, door het spel van Fischer, Petrosian en hun tijdgenoten zoals Larsen of Polugajevski. Zonder uitzondering intrigerende persoonlijkheden met zeer oorspronkelijke opvattingen die in een tijd zonder computers alles op basis van (eigen) inzicht en/of intuïtie zelf moesten doorgronden en verzinnen. Een gouden tijd voor creativiteit en de ontwikkeling van de openingstheorie, veel van “de huidige standaardkennis” over het schaakspel gaat op deze pioniers terug. Het gaat te ver om te zeggen “dat  de rest in een voetnoot kan”. Daarvoor zijn de creatieve bijdragen van de “generatie Kasparov” en enkelingen uit de “computergeneratie” (Morozevich, Shirov!) ) veel te groot. Voor mij staat echter vast dat die vorige generatie wel aan de wieg staat van het moderne schaakspel zoals “we” (dus ook de simpele liefhebbers en amateurs) dat nu spelen. Wie hun lessen veronachtzaamt is “schaakpedagogisch” gezien het peuterstadium nooit te boven gekomen en bevindt zich qua schaakontwikkeling als het ware op het niveau van de neanderthaler.

 

Dit als inleiding op een partij dat ik afgelopen november voor Promotie 2 speelde tegen Jan Cheung (Messmaker 2  uit Gouda.). Na afloop van die partij werd  ik van diverse kanten “op het schild geheven”. “Knappe partij, goed gespeeld Jan!” en woorden van soortgelijke strekking. Aan mijn verweer dat alles al zo’n beetje bekend was werd slechts door een enkeling aandacht besteed. Toch is dat verweer waar  –  voor de schoonheidsprijs wens ik met dit stukje plagiaat dan ook niet in aanmerking te komen. Omdat de partij echter aardig oogt en op zichzelf wel leerzaam is wil ik hem de lezer niet onthouden.

 

Wit: Jan van den Bergh

Zwart: Jan Cheung

Gespeeld  22 november 2008 in de wedstrijd Messemaker 2 – Promotie 2 (bord 1) te Gouda.

 

1. d2-d4          Pg8-f6

2. c2-c4           e7-e6

3. Pb1-c3        c7-c5

 

Hier dacht zwart betrekkelijk lang over na. Ik vermoed dat 3.Pc3 een beetje een verrassing was (in de 1e ronde tegen Dordrecht speelde ik. 3.Pf3, dat ik ook wel meer speel). Waarschijnlijk moest zwart eens even denken over de consequenties van de extra mogelijkheden voor wit: met e4 en f4 of de gevaarlijke opstelling met Ld3 en Pge2. Die gelden als een betrekkelijk kansrijke bestrijdingswijze van de Benoni.

 

4. d4-d5          e6xd5

5. c4xd5          d7-d6

6. Pg1-f3         g7-g6

7. e2-e4           Lf8-g7

8. Pf3-d2         Pb8-d7

 

Beide partijen kiezen voor de klassieke hoofdvariant van de moderne Benoni. Tegenwoordig geldt dit als solide maar betrekkelijk onschuldig en gaat de aandacht meer uit naar scherpere systemen met 8. h3 of 7. Lf4. Als ik de Benoni te bestrijden krijg kies ik meestal voor de klassieke variant. Ik heb er een goeie score mee. Hij is in de jaren 70 ontwikkeld door (vooral) Gligoric, Petrosian en ook Portisch.

 

9. Lf1-e2         0-0

10. 0-0             Tf8-e8

11. a2-a4         Pd7-e5

12. Dd1-c2      Pf6-h5?!


Dit is het controversiële nieuwe plan dat de grote Fischer “ontkurkte” tegen Spasski in de beroemde 3e matchpartij in 1972. Hij behaalde er een prachtige overwinning mee en medio jaren ’70 vormde het hieruit voortvloeiende stellingsbeeld een ware tabya  voor studie van deze klassieke variant. In de tweede helft van dat decennium werd echter snel duidelijk dat de verzwakking van de koningsvleugel  na 13. Lxh5 wel erg zwaar woog en toen verminderde de populariteit van de zet, om vervangen te worden door 12. … g5!? Tegenwoordig worden beide subystemen weinig meer gespeeld; de voorkeur gaat uit naar systemen met ….. Lg4 of  …. Te8 met Pa6-c7 of zelfs … Pe8 en f5 (Kramnik). Waarschijnlijk een kwestie van smaak en/of ook uitputting van de creatieve mogelijkheden. Met de tekstzet wordt een principiële discussie ingeleid: wat is belangrijker: het loperpaar en de dynamische mogelijkheden (initiatief, ondermijning van het centrum met f5 en open g-lijn) of  de statische zwaktes (dubbele h-pion, veld f5 ernstig verzwakt, verzwakte koningsvleugel).

 

13. Le2 x h5    g6 x h5

14. Ta1-a3      b7-b6

15. Pc3-d1 !    Lc8-a6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dit is de “tabya” in optima forma. Het witte plan (Ta3 gaat naar de koningsvleugel, Pd1 is op weg naar f5 via veld e3) is uitgedokterd  door de heren Gligoric en Petrosian, en de logische zware manoeuvres zijn van Mark Taimanof afkomstig.

Wie de subtiliteiten van de stelling wil doorgronden heeft geen gebrek aan goede hulpmiddelen: Men leze Marin’s “Learn from the Legends” , Kasparov’s “Predecessors III” en/of  de partijverzameling van Taimanof er maar op na. Tot mijn stomme verbazing ware géén van die bronnen bekend bij mijn tegenstrever. Dat is hier echt vragen om moeilijkheden…

 

 16. Pd1-e3 !?

 

Je moet hier gewoon weten dat je de kwaliteit moet offeren. Wit heeft namelijk geen tijd voor 16. Te1?!. Volgens de oude analyses is hij na 16…..f5! 17. exf5, Pc4!!  18. Txe8, Dxe8 in zeer ernstige moeilijkheden. Met de tekstzet, bekend uit een partij van de Tsjech Plachetka, bezet wit onmiddellijk veld f5. 16. Th3 (uit Petrosian_Rashkovsky, USSR  1976) is een interessant alternatief dat op verwisseling van zetten kan neerkomen. Zwart heeft echter de extra mogelijkheid 16. ….., f5 !?  voordat hij op f1 pakt. Wit schijnt dat echter niet te hoeven vrezen, maar ik wilde deze mogelijkheid voorkomen.

 

16. …….         La6xf1

17. Pd2xf1      Dd8-f6?!

 

Dit plan lijkt me op zijn zachts gezegd twijfelachtig, omdat de dame een prettig aanvalsobject voor de witte lichte stukken wordt, waarna zijn aanval snel orkaankracht krijgt. Hoe moet zwart zich dan verdedigen? Sikora koos tegen Plachetka voor een langzame methode met .. Kh8, Tg8-g6, h4 en Lf6 maar werd na een heel moeilijk gevecht uitgeteld, Rashkovsky voor een snel … b5  met Tb8 en Db6, maar werd eveneens (snel) afgedroogd door Petrosian. Na afloop zou één van Cheung’s jonge clubgenoten “die stelling wel even uitschuiven” (“je stond toch een kwal voor?”). Gezamenlijk kwam men met tot het plan … Tc8 en c4+Pd3.  Men heeft nog uren zitten analyseren maar ik heb ze maar laten begaan. Van mijn opvatting dat wit geen gewonnen stelling maar wel een prettig speelbare positie met goede compensatie heeft kan ook dit laatste plan mij niet afbrengen.

 

18. Pe3-f5       h5-h4

19. Ta3-h3      Pe5-g6

20. Pf1-e3

 

Hierna is een stelling ontstaan die erg deed denken aan die partij van Petrosian tegen Rashkovsky .Het grote verschil is dat zwart daar nog een spoor van tegenspel op de damevleugel had. Hier is dat totaal niet aan de

 

orde. Het witte plan speelt bijna vanzelf: ruilen van de loper op g7, gevolgd door Pf5 en Ld2-c3.20. …….          De5?

 

21. f2-f3!

 

Rustig gespeeld. Wit dekt e4, maakt een gaatje voor zijn koning, houdt de stelling vast en dreigt Pg4 of Pc4. Voorbarig is 21. Pxg7, Kxg7  22.Pf5?? Na 22. …..Dxf5! (22. Dc3 De5!) kunnen de stukken weer in het doosje (0-1).

 

21. …….         Lg7-f8

 

De inleiding tot “een inventieve verdediging” (website Messemaker!). Tja, ’t is maar hoe je er tegenaan kijkt… Ted8 lijkt me toch iets “inventiever”, dan kan je dame in ieder geval naar een normaal veld terug (e8). Aan de beoordeling van de stelling (zeer goed tot gewonnen voor wit) verandert het weinig.

 

22. Pe3-g4       De5-h8

23. Lc1-g5!

 

Na deze doodklap kan zwart rustig opgeven. Het zwarte antwoord is gedwongen, omdat de “inventieve dame op h8” dodelijk zuurstofgebrek heeft na 24. Lf6. Dat bovendien Pf6 mat dreigt is slechts toeval.

 

23. …….         Lf8-g7

24. Pf5xg7       Dh8xg7

25. Lg5-f6       Dg7-f8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dit was allemaal gedwongen. Wit heeft hier verschillende mogelijkheden het zwarte vlammetje uit te blazen. 26. Lc3 is daarvoor al ruimschoots voldoende. Ik vond het wat banaal en wilde liever de bewonderde en betreurde Tigran Petrosian hulde brengen. De partij Petrosian – Rashkovsky nog eenmaal indachtig koos ik daarom voor

 

 

26. Dc2-d2!

 

Ook de winnende voortzetting in Petrosian-Rashkovsky.

 

26.  …….        h7-h5

27. Pg4-h6      Kg8-h7

28. Ph6-f5       Te8-e5

29. Dd2-g5

 

Zwart gaf het op (1-0).  Hij wordt genadeloos“ge-ha-lijnd” na Dxh5 en Txh4!

Ook 29…Txf5, 30 exf5 Ph8, 31. Dxh5 Dh6, 32. Dxh6 Kxh6, 33. Txh4 is mat.

 

Misschien begrijpt u nu waarom ik in een eerder artikel mijn grote schatplichtigheid aan het gedachtegoed van deze formidabele schaker heb belicht…

 

 

Scroll naar boven