De ziekte van Noordhoek door Jan van den Bergh
Het is al meermalen opgetekend: Henk Noordhoek is een opmerkelijk oorspronkelijke man met eigenzinnige en merkwaardige voorkeuren en karaktertrekken. Eén ervan is de ziekelijke en onbedwingbare hebbelijkheid zich vast te klampen aan slechts een enkele opening: Grunfeld-Indisch tegen 1.d4 en de Aljechin tegen 1.e4. Hij beseft drommels goed dat beide systemen grote risico’s kennen, wellicht niet correct zijn, maar hij blijft ze desondanks trouw, zelfs tot de dood erop volgt (1-0). En “die dood” volgt dan ook met enige regelmaat……
Het gevolg van zo’n ramp lijkt bovendien slechts te zijn dat Henk zich nog fanatieker (“ik moet nog wat gaten dichten!”) in “zijn” opening vastbijt… Dat komt uiteraard meer voor (niet iedereen is op openingsgebied een “versatiele omnivoor”) , maar binnen dit beperkte scala kiest Henk steevast ook nog eens de meest obscure zijpaden: alleen de vaagste bijvarianten van de minst gespeelde subsystemen zijn goed genoeg voor zijn merkwaardig eclectisch functionerende geest… Dus niet “de Aljechin”, maar “het aller-Aljechinst in het kwadraat” als het ware…. Ik speel graag tegen hem…
Zijn “ziekte” lijkt echter besmettelijk, zo moet ik helaas vaststellen. Sinds een maand of vijf (na een periode van mindere resultaten en bijpassende teleurstellende ratingontwikkeling) heb ook ik de symptomen van de Ziekte van Noordhoek onder de leden. De huisarts tast in het duister over de aard van de kwaal (is het iets viraals, psycho-somatisch?) maar de geestelijke symptomen zijn inmiddels bekend en geduid. Die zijn: een merkwaardige voorkeur voor vreemde en weinig gespeelde semi-correcte opstellingen, wandelen langs de afgrond (figuurlijk dan: in “de echte wereld” heb ik op een roltrap al bijna knikkende knieën van de hoogtevrees), en de hang naar het onbekende. Dit alles met het doel de eigen creativiteit te stimuleren en het plezier in het spel daarmee terug te krijgen. Of het lukt weet ik niet, maar ik ben redelijk tevreden met mijn vorderingen en ik heb ook nog wat “op het vuur staan” voor toekomstige tegenstrevers.
Het zal de lezer dan ook niet verbazen dat ik me tot de Aljechin heb bekeerd. In één van mijn vorige schaaklevens (bij de Schaakvereniging Bloemendaal) heb ik wel iets van een “knipperlicht-relatie” met deze opening gehad, maar veel meer dan nauwelijks serieus te nemen “losse scharrel” of “one night stand” is het eigenlijk nooit geweest. Tot dit seizoen. Inmiddels heb ik de opening nu zo’n zeven of acht keer met zwart op het bord gehad en sta ermee op “plus vier”. Misschien zit er een serieuze liefde in…
Eén van de aardigste partijen met de Aljechin was de strijd tegen de Utrechtenaar Marcel Wilschut, in de 2e ronde van de KNSB-competitie. Die partij gaat als volgt.
Marcel Wilschut – Jan van den Bergh
Gespeeld op 1 november 2008 tijdens de wedstrijd Promotie 2 – Utrecht 3
1. e2-e4 Pg8-f6
2. e4-e5 Pf6-d5
3. c2-c4 Pd5-b6
4. c4-c5 …..
Dit “Jachtspel” is op het lagere KNSB- en hogere onderbondsniveau betrekkelijk populair. Toevallig had ik enkele dagen eerder tegen Harrie Boerkamp het ook op het bord gehad en na een zeer interessante partijopzet gewonnen door een stelselmatige sloop van het witte centrum “over de flanken”. Omdat ik echter niet helemaal tevreden was over het verloop van die partij, had ik nog eens naar alternatieven gekeken…
4. … Pb6-d5
5. Lf1-c4 e7-e6
6. Pb1-c3 c7-c6!?
Een zeer duistere zijvariant. Dat zwarte gat op d6 ziet er natuurlijk niet uit, maar het is lastig er zonder op verwikkelingen in te gaan van te profiteren. Zwarts plan is simpel: het breken van de blokkade over de zwarte velden met de pionzetten b6 en f6. Het systeem wordt heel weinig gespeeld, maar het geldt theoretisch als goed speelbaar voor zwart. Gebruikelijker is 6. … Pxc3 7. dxc3 Pc6 8. Lf4 Lxc5. 9. Dg4 met “Boerkamp-compensatie”. In die partij tegen Harrie speelde ik echter 7. … Dh4 8. De2 b6?! Het werd toen allemaal wel erg vaag.
7. d2-d4 b7-b6
8. Lc4xd5?
Dit kan de oplossing niet zijn. De witte loper van zwart wordt nu zeer sterk. “Normaal” is hier 8. cxb6 axb6 9.Pge2 La6 10. Lxa6 Pxa6. Zwart komt dan zeer solide te staan met zijn knollen op d5 en c7. Hij kan echter moeilijk zelf actief worden.
8. … c6xd5
9. b2-b4 ?! a7-a5
10. Pc3-b5?! Lc8-a6!
De witte manoeuvres maken een merkwaardige indruk. Kennelijk wil hij de zwarte stelling “vastpinnen” om dan in alle rust van zijn ruimtevoordeel te profiteren. Daar heeft hij echter geen tijd voor.
11. Pb5-d6 Lf8xd6
12. c5xd6 Dd8-h4!
|
|
Nu is een heel zeldzame pionnenstructuur in het centrum ontstaan: de zgn. “double diamond”. Het centrum is daarbij wederzijds hermetisch geblokkeerd, zodat partijen elkaar “over de flanken” te lijf zullen moeten gaan. Snelheid is daarin van vitaal belang. De tekstzet is daarom veel sterker dan 12. … 0-0. Na deze zet is wit plotseling in grote moeilijkheden door de mogelijkheid … De4. Wit heeft een gevaarlijke ontwikkelingsachterstand en zeer zwakke witte velden.
13. Lc1-e3 a5xb4
Ik denk achteraf dat 13. … De4! (14.Df3, Dd3! of ..Dxf3 en axb4; 14. Pf3, axb4 ) nog veel sterker was. Wit komt niet los en kan slechts afwachten waar zwart de genadeklap uitdeelt. |
14. Pg1-e2 Pb8-c6
15. 0-0 0-0
Wit is er met wat kunst- en vliegwerk in geslaagd te rokeren en “leeft” dus nog. Compensatie voor de verloren pion heeft hij echter niet.
16. f2-f4 La6-c4
17. Tf1-f3 b4-b3 ?!
Zwart wil zo snel mogelijk duidelijkheid op de damevleugel. De vraag is echter of dat het beste is. Een rustige verdere belegering met torenverdubbeling op de a-lijn komt echter zeer in aanmerking. Wit heeft bij correct spel geen reële kansen op de koningsvleugel.
18. Pe2-c3! Dh4-g4
18. … bxa2 19. Th3, Dd8 20.Dh5! geeft wit plotseling een gevaarlijke aanval. Met de tekstzet “pent” zwart de witte toren op f3. Daarna kan hij de koningsvleugel min of meer stabiliseren.
19. Dd1-e1 f7-f5
20. a2xb3 Lc4xb3
21. Ta1-b1 Pc6-a5
22. Tf3-g3 Dg4-h5
23. Tg3-h3 Dh5-f7
24. Pc3-b5 Lb3-c4
25. Pb5-c7 Ta8-b8
26. Tb1-b2 Pa5-c6
Zwart heeft de vorige fase niet zo goed heeft gespeeld, maar wit heeft verzuimd daarvan te profiteren. Wit zat al in tijdnood. Het zwarte probleem was dat hij een dreigende witte koningsaanval moest ontkrachten en tegelijkertijd niet samenwerkende stukken op de damevleugel in de gaten moest houden. Door de merkwaardige centrum-constellatie, die het bord als het ware in twee helften verdeelt, was dat niet eenvoudig te combineren. Na de tekstzet is in ieder geval het laatste probleem (matig samenwerkende stukken) opgelost. Wit pleegt nu harakiri op zijn koningsstelling.
27. De1-h4 h7-h6
28. g2-g4 f5xg4!
29. Th3-g3
|
|
29. … Pc6xd4!
Hierna is wit kansloos, omdat zwart na 30. Lxd4 Dxf4 (met de dreiging Df1, Dc1 en Dxd4) zijn materiaal met rente terugwint. Zwart staat op winst. De rest behoeft geen commentaar.
30. Dh4xg4 Pd4-f5 31. Le3-c1?! Pf5xg3 32. hxg3 Tb8-b7 33. Dg4-h4 Tb7-a7 34. Lc1-e3 Ta7-a1+ 35. Kg1-f2 Df7-f5 |
Wit gaf op (0-1). Hij wordt snel mat gezet.


