Risico’s, wij schakers weten er het nodige van. Een schaker te onzent hoort men menigmaal na een flinke denkpauze verzuchten: “Nou, ik kan het allemaal niet uitrekenen. We zien wel.” Vervolgens legt hij symbolisch zijn bril naast het bord en stort zich, steun zoekend bij zijn Mefistofelische sikje, in het feestgedruis op zijn bord.
Wat is risico eigenlijk? Zonder franje en poespas: risico = kans x effect. Voordat men ergens een chemische fabriek wil neerzetten waar met spannende stofjes wordt gewerkt, onderzoekt men eerst welke calamiteiten er kunnen optreden, met welke kans en welk effect. De risico’s moeten in kaart gebracht en acceptabel zijn. Nee, vergunningen worden inmiddels niet meer lichtvaardig verleend. Daar heeft de vuurwerk-ramp in Enschede wel voor gezorgd…
Onlangs zijn er, kort na elkaar, drie gevallen in het nieuws geweest waarin het begrip risico een centrale rol vervulde. Ik heb het over geplande opslag van kooldioxide in de bodem bij Barendrecht, de gebeurtenissen op Koninginnedag en de Mexicaanse griep.
In Barendrecht wil Shell kooldioxide de grond in pompen. Een en ander gebeurt in het kader van het wereldwijde terugdringen van broeikas-gassen in de atmosfeer. Dat pompen gebeurt natuurlijk niet zomaar eventjes. Er gaat een gedegen, op de locatie toegesneden risico-analyse aan vooraf, monitoring komt nadrukkelijk aan de orde. Maar er is nog een stap, een netelige: de communicatie met de bevolking. Tja, dat laatste is hier duidelijk niet gelukt. Barendrecht is vrij massaal de gordijnen in gegaan, voelt zich door de plannen bedreigd. Nu dat eenmaal speelt kun je acceptatie voor de plannen bij de plaatselijke bevolking wel vergeten. Rationele argumenten komen niet meer aan, wantrouwen heerst. Ik weet niet wat er nou exact fout is gegaan. Daar moet goed naar worden gekeken. Zo’n evaluatie dient namelijk een algemeen belang: hoe kun je in een democratie de bevolking goed en zuiver informeren over risico’s? Heel belangrijk en niet bepaald gemakkelijk.
En dan de gebeurtenissen op Koninginnedag. Het is zeer de vraag of het hier ging om een aanslag op de koninklijke familie. Te knullig. Er ligt hier echter een algemenere kwestie: hoe groot is de kans dat een volksfeest – van welke aard ook – in een nachtmerrie wordt omgetoverd door iemand die de controle over zichzelf verliest? Juni 1988. Toen het Nederlands voetbal-elftal het EK had gewonnen en per boot de hoofdstad veroverde. Toen mijn tv-scherm oranje gekleurd was. Bij die gelegenheid heb ik mijzelf stiekem precies dezelfde vraag gesteld. Ik zag het voor me: een gek met een automatisch wapen, honderden slachtoffers. De gebeurtenissen in Apeldoorn laten zien dat het allemaal niet denkbeeldig is. Maar het journaille zeurde over een aanslag op één enkele familie – die overigens rondom de klok beveiligd wordt. Tunnelvisie?
Maar laat ik positief afsluiten. Wat mij bij de omgang hier te lande met de Mexicaanse griep -het derde item- opviel was dat de “gangbare” experts Ab Osterhaus en Roel Coutinho communicatief echt heel goed zijn. Geen mooipraterij van de heren, maar ook geen paniekzaaierij. En… vooral geen aanvechting om als een kip zonder kop snel “maar iets” te willen doen. Hun heldere uitleg deed weldadig aan. De heren hadden niet op alles een pasklaar antwoord, maar legden dan ook uit waarom niet. Juist in zulke gevallen refereerden ze aan eerdere epidemieën en wat daaruit geleerd was. En helder advies: zus en zo doen heeft geen enkele zin, dit en dat zou je in het kader van besmetting liever moeten vermijden. Beiden waren volstrekt overtuigend, beiden straalden een nuchtere zelfverzekerdheid uit.
Ik stel voor, dat zíj in het vervolg alle communicatie die met risico en publieke perceptie te maken hebben afhandelen. Dan gebeurt het tenminste soeverein.
