Een tijdje geleden heb ik u meegevoerd in de wereld van de risico’s, een wereld waarmee u als schaker een frivole affiniteit heeft. Ik wil u daarom deelgenoot maken van iets uit het griezelkabinet der risico’s. Licht van toon, niet helemaal zo licht van ondertoon. Zet u maar schrap.
In het zondagse boekenprogramma van de VPRO werd in mei een interessant boek besproken: “Waterwolven” van sociaal geografe Cordula Rooijendijk. “Waterwolven gaat over dijkenbouwers en droogmakers, de mensen die al eeuwenlang proberen te voorkomen dat Nederland door het water wordt opgeslokt…” zo staat op de achterkant. Het is een leerzaam boek en onderhoudend geschreven. Ik heb nooit geweten dat er zoveel overstromingen zijn geweest die elk voor zich tienduizenden slachtoffers maakten. En dan het beeld van de “heldhaftige” Laaglanders, altoos beducht de boze zee buiten de deur te houden….het boek zorgt hier voor enige nuancering. Het gaat over technisch vernuft, maar ook over het eeuwige gekissebis over de centen. Het gaat over flagrant incompetente dijkgraven en het getalm en getreuzel rond bijna alle grote waterprojecten. Nee, zo eenduidig heroïsch is het vaderlandse “waterverhaal” niet.
Maar de echt giftige aap in dit boek komt uit de mouw in het laatste hoofdstuk. Wanneer de schrijfster beschrijft hoe het gevoel van urgentie m.b.t. dijkonderhoud weg is geëbd, zo’n halve eeuw na 1953. Wanneer zij beschrijft dat er allemaal leuke plannen worden bedacht rondom onze rivierwerken en kustverdediging waarbij de primaire functie daarvan geheel op het tweede plan lijkt te komen. Een tulpvormig eiland voor de Noordzeekust bijvoorbeeld. Ludiek, maar voor de kustverdediging waardeloos. Ecologie en Milieu lijken tegenwoordig minimaal zo belangrijk te zijn als die enige echte opgave: de Nederlandse voeten droog houden.
“Dat heeft te maken met de grotere invloed van gamma’s en alfa’s op de waterbouwkunde. Eeuwenlang waren waterstaatswerken een aangelegenheid van ingenieurs, van bèta’s….Maar de laatste jaren werken er vooral veel gamma’s en alfa’s op de departementen, die het water terug naar de mens willen brengen, natuur willen, en ruimte voor de driehoeksmossel….”, zo staat er in het boek. En verder: “Maar naar technici luistert de overheid tegenwoordig minder. Adviescommissies van technische deskundigen zijn opgeheven, zoals de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen.”
Dit beeld sluit naadloos aan op de ervaring van velen binnen mijn eigen werkkring. De overheid zet deskundigheid op afstand. In de eigen geledingen zitten procesgeoriënteerde doctorandussen en geldtellers. Die bepalen wat er met vakinhoudelijke rapporten van de deskundige buitenstaanders gebeurt. Zonder begrip van feitelijke inhoud of betekenis. Deze ongein is grofweg dertig jaar geleden begonnen. Ik herinner me advertenties in de krant voor een baan bij de overheid. Als eis werd gesteld dat de succesvolle kandidaat een ( = ‘n) doctoraalexamen moest hebben. Feest dus voor theologen, sanskritisten, vrijetijdskundigen en agogen! Maar hoe moeten die in vredesnaam een deskundigenrapport lezen?
Daarnaast is er een tweede probleem. Ik vrees dat je de deprimerende hoeveelheid gamma’s en alfa’s op het Binnenhof van alles op de mouw kunt spelden als het om waterbouw gaat. De uit godvrezend Sliedrecht afkomstige Bas van der Vlies is de enige weg- en waterbouwkundige in de Kamer. Daarnaast zijn er maar twee andere Kamerleden die als bèta serieus genomen kunnen worden. Aldus hebben we een onveilige mix: niet-technische Kamerleden en niet-technische ambtenaren die samen gaan bepalen wat er aan de waterwerken (niet) gebeuren moet. Lang leve de lol, geef de kleuters een pakje lucifers! Lezer, als u niet langer onnodig risico wilt lopen: schop bij de eerstkomende verkiezingen de slappe hap de Tweede Kamer uit! Dan volgt de reiniging van de ambtenarij vanzelf.
