Degradatiespoken zijn gevreesde spoken. Als we de geschiedenis van Promotie 1 in de KNSB competitie erop nakijken, zie onderstaande tabel, dan zien we dat dit spook regelmatig bij ons in Zoetermeer op bezoek komt.
Laat ik bij het begin beginnen. In 1987 werd de KNSB competitie met een derde klasse uitgebreid. Promotie slaagde er toen voor het eerst in om landelijk te gaan spelen. Dat was met de hakken over de sloot. De laatste wedstrijd tegen Collectief 1 was erg belangrijk voor zowel Promotie als Collectief. Bij winst zou de winnaar automatisch promoveren en bij gelijk spel zouden beide teams hier voor 99% zeker van zijn. Wat verwacht werd gebeurde: een 5-5 stand. Ik kwam na negen zetten met mijn tegenstander remise overeen.

Vijf jaar later bestond Promotie 40 jaar en dat werd met zes kampioenschappen en twee tweede plaatsen groots gevierd. Het vlaggenschip werd glorieus kampioen van de derde klasse KNSB waarop wedstrijdleider extern Frans Martens een foto met allemaal jeugdig ogende schakers waaronder Bernard Bannink (6 uit 8), Manuel Nepveu (6.5 uit 9), Willem Broekman (6 uit 8), Henk Noordhoek, Frits Hoorweg en Eelco Kuipers (7.5 uit 9) en twee invallers in het clubblad plaatste. Arjen Wassenaar en ik ontbraken op deze fraaie foto.
Het spookbestrijden faalde in 1996 toen we in onze poule laatste werden met het schamele aantal van vier matchpunten naar de derde klasse af konden dalen. De nekslag kwam in de zevende ronde toen Lange Rochade ons op een 7 – 1 nederlaag trakteerde hetgeen een afschuwelijke aftocht uit Alkmaar betekende. Onze ijzeren wedstrijdleider extern Frans Martens sprak de verwachting uit dat we te sterk waren voor de derde klasse en wel weer snel zouden promoveren. Dat klopte. Vreemd eigenlijk dat we ten onder gingen want 1996 was het jaar waarin ik met 2210 mijn absolute top op de KNSB ratinglijst bereikte.
Twee jaar later waaide er een totaal andere wind bij Promotie. De nieuwe wedstrijdleider extern, Gerhard Eggink, onder wiens teamleiderschap Promotie 1 op 25 april promoveerde, wilde niet meer dat zijn spelers elkaar kusten na afloop van het matzetten van de tegenstander. Juichen vond hij goed, een hand geven ook, maar het gelik en gelebber moest afgelopen zijn. Een schouderklopje was voldoende. Een speler die matzet doet waarvoor hij is opgesteld had controlfreak Eggink ook nog gezegd. Bizar, maar hij boekte wel resultaat.
Hoe bestrijd je degradatiespoken? Meestal komt het op details aan. Het komt er op aan om de juiste schakers achter de juiste borden op te stellen die dan op hun beurt op de juiste momenten de juiste stukken naar de juiste velden manoevreren en punten scoren. En je hebt natuurlijk af en toe wat hulp nodig van andere clubs.
Zelfs in het rampjaar 1996 hadden we ons kunnen redden. Een achtste plaats had erin gezeten als Manuel Nepveu tegen Paul Keres zijn a-pion maar in beweging gezet had en Willem Broekman, Frits Hoorweg, Jan Blankespoor en ik tegen Amstelveen onze gewonnen staande partijen gewoon gewonnen hadden.
Het jaar ervoor, in 1995, met Manuel Nepveu als teamleider, zag het er even naar uit dat we het niet zouden redden. Promotie stond voor de laatste ronde op de negende plaats met alleen DD 2 onder ons. Maar zie! Wij wonnen met zes tegen twee van DD 2. De schakers van Weenink sloten hun verloren seizoen met een forse overwinning op Rothmans af en LSG 2 deed zijn plicht tegen ZSC/Saende en dwong hen een gelijkspel af waardoor Promotie op de zevende plaats eindigde.
Bijzonder was ook het absurde jaar 1999. Promotie stond voor de laatste ronde op de laatste plaats met 3 matchpunten en 23.5 bordpunten. Vlak boven ons stonden Veldhoven (4 mp; 25.5 bp), Apeldoorn (5 mp; 23.5 bp) en HSC (5 mp; 24 bp). Er resteerden de wedstrijden HSC tegen Veldhoven, Apeldoorn tegen De Pion Groesbeek en Promotie tegen HSG-2. De match in Helmond van HSC tegen Veldhoven eindigde zoals verwacht in vier tegen vier en De Pion Groesbeek deed zijn plicht tegen Apeldoorn. En wij? Wij wonnen van HSG-2 maar vraag niet hoe. Sjaak Sibbing kreeg na een blunder in gewonnen positie van zijn tegenstander een genadehalfje cadeau en dankzij dit halfje won Promotie deze cruciale wedstrijd met 4.5 tegen 3.5.
In 2006 , het laatste jaar dat ik als technisch directeur van het eerste optrad, was de laatste wedstrijd ook van groot belang. Het eerste stond met zijn rug tegen de muur. Als Middelburg in de laatste ronde van Rotterdam 2 zou winnen dan moesten wij van Oegstgeest’80 winnen om niet te degraderen. Met een tactische opstelling gingen we de strijd aan. Na vier uur spelen vernam ik dat we de wedstrijd inmiddels gewonnen hadden. Manuel Nepveu en Ben Ahlers hadden het volle punt gescoord en de andere vijf, waaronder Joost Mostert aan het eerste bord tegen (IM) Fred Slingerland, hadden de punten gedeeld. Er was echter sprake van een kleine complicatie. Middelburg stond met vijf tegen twee voor tegen Rotterdam 2 met nog een partij te gaan. De winstkansen in die partij lagen bij Middelburg. Als Middelburg zes tegen twee zou scoren en mijn partij tegen Joop Piket zou remise worden dan zou Promotie degraderen. Ik besloot geen risico te nemen en op winst te spelen. Met een kleine combinatie haalde ik het punt binnen en toen deed het er niet meer toe hoe de laatste partij in Middelburg af zou lopen, die stond gewonnen maar ging verloren.

Wat valt er over het optreden van Promotie 1 in de KNSB competitie van 2008-2009 te zeggen? Met drie gewonnen en zes verloren wedstrijden sprokkelde Promotie 1 zes matchpunten bijeen. Slechts eentje te weinig. Behoud had er ingezeten want drie keer, tegen kampioen AAS, tegen nummer twee De Toren Arnhem en tegen Oegstgeest’80, kwam het eerste een halfje tekort voor een matchpunt. Van de acht spelers scoorden er vijf boven par en drie eronder. Op zich een acceptabel resultaat. TPR-KNSB: Erik Hennink (+162), Joost Mostert (+100), Sjaak Sibbing (+58), Bernard Bannink (+14), Ben Ahlers (+2), Maarten van Zetten (-57), Henk Noordhoek (-130) en Willem Broekman (-181). Misschien had Jan van den Bergh het verschil kunnen maken. Of Manuel Nepveu. Het viel me op dat Manuel zich het afgelopen jaar ontwikkeld heeft tot een rots in de branding en dat is net wat het eerste nodig had. Twee keer viel hij in en maakte remise. Als men hem nog drie keer op had gesteld dan zou slechts één extra remise genoeg geweest zijn voor het behoud van het eerste!
