31-08-09

In een column uit november 2008 heb ik aandacht besteed aan het eerste deel uit de serie van 3 kloeke boeken die Kasparov momenteel aan zijn eindeloze match met Anatoly Karpov wijdt.
Zoals bekend omvatte die meedogenloze strijd op leven en dood een tijdspanne van circa 20 jaar (van plusminus 1980 tot ongeveer 2000), waarin 5 wereldkampioenschapsmatches, ettelijke toernooipartijen en een groot aantal persoonlijke clashes en vetes tussen de heren werden uitgevochten.
De teller eindigde op 181 partijen en dat is uniek in de schaakgeschiedenis.
Over dat eerste deel was ik “schaaktechnisch gesproken” enthousiast, maar ook signaleerde ik een stevig gebrek aan distantie en objectiviteit in de interpretatie van de sleutelgebeurtenissen door Kasparov Die “selfserving” – invalshoek maakte het boek minder aantrekkelijk als “bron” voor mensen die “de objectieve waarheid” (dat malle hersenspinsel van exact geschoolden) over deze hectische periode uit de recente schaakgeschiedenis willen achterhalen.
Karpov was De Grote Boef, punt uit en daarmee basta.

Recent is onder de titel “Garry Kasparov on Modern Chess Part III: Kasparov vs.Karpov 1986-1987” het tweede deel in de trilogie over de Clash verschenen.
Het behandelt alle partijen in de genoemde periode (51 in totaal), waarbij uiteraard de titelgevechten om de wereldschaakkroon in 1986 (Londen/Leningrad) en 1987 (Sevilla) centraal staan.
Over de match in Londen/Leningrad schreef Kasparov eerder een fabuleus matchboek.

Bij het eerste boek vroeg ik me af wat de meerwaarde van de publicatie was ten opzichte van de stortvloed aan informatie die over de verwikkelingen in en rond de eerste twee matches al bekend was.
De vraag naar de meerwaarde ia ook nu opportuun bij dit tweede deel.

Het antwoord op die vraag is klip en klaar: het is een fenomenaal boek.
Voor de schaker, die alleen belangstelling heeft om de analytische waarheid op het schaakbord, maar ook voor iedereen die wil weten wat schaken op absoluut topniveau betekent en wat dat in schakers aan ellende en psychische verminking kan aanrichten en tenslotte ook voor liefhebbers van “spannende true crime”, spionage.en andere “sordid details”

Om met dat laatste onderwerp te beginnen.
Bekend was natuurlijk al dat Kasparov gedurende de match in 1986 zijn secondanten (met name Vladimirov) verdacht van het lekken van openingsinformatie aan het kamp van Karpov.
Vladimirov werd om die reden buitenspel gezet.
In dit boek wordt gedetailleerd beschreven waarop die verdenking was gebaseerd.
Het komt erop neer dat Karpov tot in de puntjes was geprepareerd op de nieuwe varianten die Kasparov in petto had en dat hij wat betreft openingsvoorbereiding bijna over de gaven van een helderziende bleek te beschikken.
Het ultieme “bewijs” ziet Kasparov in het “onbegrijpelijke” uitstel van de cruciale 21e partij door Karpov die net bezig was aan een “winning streak” van 3 achtereenvolgende winstpartijen…
Op dit moment suprême vroeg Karpov ineens een time-out omdat hij (naar later bleek) problemen met zijn openingsvoorbereiding had , hetgeen natuurlijk niet zo gek is als “je mol in het vijandelijke kamp” (lees: Vladimirov) juist de dag ervoor was ontmaskerd…
Een fascinerende theorie in de wereld van het absolute topschaak, die – zoals uit dit boek blijkt – gedomineerd wordt door paranoia, verdachtmaking en modder..
Geslachtofferd werd later ook de secondant Josip Dorfman: hij financierde volgens Kasparov een groeiende gokverslaving met het doorverkopen van de openingsideeën van zijn baas aan een vage KGB-er die vermoedelijk in opdracht van het Karpov -kamp een visje had uitgeworpen…
Het boek staat vol van dit soort smakelijke verhalen, die zich afspelen op het grensvlak van Wahrheit und Verdichtung (en – niet te vergeten – paranoia! ). …
Dat topschaak niet goed is voor je mentale evenwicht en niet bijdraagt aan de vorming van een gezond zelf- en wereldbeeld lijkt me met dit meesterwerk van Kasparov overigens wel definitief bewezen. De ongelofelijke spanningen, conflicten en divergerende belangen zijn er gewoon te groot voor. En dan het schaaktechnisch deel.
Dat is zonder enige twijfel van het allerhoogste niveau en buitengewoon imponerend.
Wederom heeft Kasparov oude varianten afgestoft, uitgebreid en extreem grondig geactualiseerd, met als gevolg dat er een totaal nieuw boek over de match uit 1986 is ontstaan.
De match uit 1987 heeft hij niet eerder van dergelijk diep inkervend commentaar voorzien. Iedereen die het Klassieke Damegambiet, het Grunfeld-Indisch of de beroemde Zaitsev-variant van het Spaans op zijn repertoire moet de aantekeningen over deze openingen lezen.
Pièce de résistance in de collectie is de behandeling van de beroemde 16e matchpartij uit 1986 welke in deze nieuwe editie maar liefst 25 (!!) bladzijden superbe aantekeningen in beslag neemt.
Wat Kasparov daar laat zien grenst aan pure magie en maakt definitief duidelijk waarom hij de grootste schaker uit de schaakgeschiedenis wordt genoemd.

“Is Kasparov voldoende objectief in dit tweede deel”? vroeg ik me af toen ik al dit geweld tot me had genomen.
Steeds meer werd me echter duidelijk dat dat een volkomen verkeerde vraag is. Bij mensen van zijn kaliber praat je niet in termen van objectiviteit of subjectiviteit. Je vraagt tenslotte aan een orkaan ook niet of hij vooringenomen is of aan vooroordelen leidt.
Je laat het natuurgeweld over je heen denderen en hebt diepe bewondering voor de oerkracht ervan….. Om die reden kan ook de vraag naar de door alle camera’s in televisiebeelden vereeuwigde beroemd/beruchte lach-grimas van Kasparov na het knullige kwaliteitsverlies van Karpov in Sevilla (!) (“hij zit Karpov gewoon uit te lachen!”) als volkomen irrelevant ter zijde worden geschoven

Scroll naar boven