La Fère 2009 – verslag door Manuel Nepveu
Vorig jaar had Hans Meijer vier Promotianen naar het verre Bolivia weten te lokken voor een heuse schaakreis. Dit jaar was de reis wat bescheidener, het aantal deelnemers groter. Bannink, Ahlers, Broekman, Noordhoek, Nepveu en Eggink – hier opgevoerd in een aan de FIDE rating gelieerde volgorde – togen naar La Fère. Nou ja, het hotel annex restaurant stond in Viry-Noureuil, een vlek die je in de Bosatlas niet kunt vinden, maar het toernooi was in La Fère. Het hotel in Viry-Nouteuil is van alle gemakken voorzien. Zo is er ten faveure van de gasten een kerk bij het hotel geplaatst die iedere morgen om half acht als wekker dienst doet. Dertig meter verderop staat een gemeentehuis annex school en de omvang van dit gebouw suggereert dat Viry-Noureuil een bloeiende gemeente is met toekomst. Het kost intussen niet veel moeite om vast te stellen dat deze plaats ongeveer zes straten telt- en wellicht enige boerderijen in de buurt. Ook in deze plaats is de verplichte zuil aanwezig waarop de namen staan van de slachtoffers van 1914-18. Soldaten en anderen. Hier in Noord-Frankrijk heeft deze oorlog er flink ingehakt. Aan de voet van de zuil ligt een plastic bloemstuk dat geschonken is door een Engelse familie die hier in die tijd een negentienjarige knul heeft verloren.
Het hotel annex restaurant heeft een baas die voor keukenprinses heeft gestudeerd. Hij kookt voortreffelijk en iedere avond zit het er vol met mensen uit de buurt. Een van de specialiteiten is andouilette. Dit is een worst die na aansnijden sterk geurt. Dat is enigszins neutraal geformuleerd. De inhoud heeft iets met varkensmaag te maken. De Galliërs houden hier dus wel van. De kazen, die een vast onderdeel van de Franse maaltijd vormen, zijn gevarieerd in vorm en kleur en smaak. Sommige houden het midden tussen een vaste substantie en een vloeistof. Maar er zijn grenzen: wij hebben geen kazen kunnen vinden die uit zichzelf de deur uit wandelen. Wanneer jij een ijscoupe aan het verorberen bent en de rest is aan de kaas, dan heb jij mooi pech. La Fère is een plaats waar je weer eens kennis kunt maken met Franse grandeur. Er staat een groot complex dat als artillerie-academie dienst deed in voorbije eeuwen. In Nederland zouden ze daarvoor een goedkoop schooltje neerzetten op een half voetbalveld. In Frankrijk is men stukken minder pietepeuterig -bekrompen. Op het gebouw staat dat de “Prussiens” het in de fik hebben gestoken (geschoten?) in de oorlog van 1870. Ik weet nou niet of dit als publiek verwijt is bedoeld of als zakelijke mededeling van een belangwekkend historisch feit. Het toernooi werd gehouden in de Espace Drouot. Klinkt als een wiskundig object, maar is slechts een verzameling zaaltjes. La Fère lijkt op het eerste gezicht veel groter dan Viry-Nouteuil , maar dat valt tegen. Nog geen drieduizend zielen.
Hoe zit het eigenlijk met de omgeving? In de buurt heb je de plaatsen Laon, Soissons en Chauny. Ook is er een gehucht met de raadselachtige naam Tergnier. Er is een omstreden theorie dat we hier met een van oorsprong Nederlandse kolonie te maken hebben waar men vreselijk veel zout op de piepers deed. Uw scribent doet verder onderzoek.
In Laon staat een kathedraal die er wezen mag. Van verre al zie je hem op een fikse molshoop liggen. Ik weet werkelijk niet hoe die kingsize molshoop geologisch tot stand is gekomen. Of zou hij kunstmatig zijn, aangelegd door ingehuurde Friezen? Om de kathedraal te bereiken moet er worden geklommen. Nou ja, er is een kabelbaantje, maar met Henk in de buurt kan hier geen gebruik van worden gemaakt op straffe van jaren aanhoudende schimpscheuten. Hoe dan ook, de beloning van het klimmen is de aanblik van een bouwwerk waar je “u” tegen mag zeggen. Het glas-in-lood raam is van grote schoonheid. In het geornamenteerde stenen doopvont van duizend jaar oud -achteloos ergens in een zijbeuk neergepoot- kun je hele baby’s verdrinken. Dat zal echter niet de bedoeling geweest zijn. Ook in Soissons staan twee kathedralen. Eentje daarvan is nu een museum, de ander schijnt ooit nogal geleden te hebben onder de schoonmaakwoede van een stelletje opgeschoten Hugenoten. Ik heb die informatie met intense binnenpret tot me genomen. Soissons is verder helemaal niks. In het enige internetcafé blijkt trouwens maar een apparaat te werken. Chauny is ook niks, maar je kunt er in elk geval heel goed salades eten en croque monsieur. Dat laatste is een dure omschrijving voor wat ieder normaal mens tosti noemt. Ook het witbier is er voortreffelijk, maar dat komt dan ook uit België. Tijdens een autorit werd ik blij verrast. Ik zag vanuit mijn rechter ooghoek een bord Crécy-sur-Serre voorbijflitsen. Ik klaarwakker. Hadden hier niet de Engelsen in augustus 1346 de Franse ridders een ongelofelijk pak op hun donder gegeven met behulp van de onvolprezen longbow-men? Ik gilde opgewonden tegen chauffeur Willem dat hij moest stoppen. Dat deed hij niet en Gerhard spoorde mij vervolgens begripvol aan uit de rijdende auto te springen. Ik heb me ingehouden. Maar goed ook, want bij nader onderzoek bleek dat het Crécy van het “riddertje raggen” bij de kust ligt. ►
Genoeg cultuur of wat daar voor door moet gaan. Op naar de hoofdzaak. Hoe ging het toernooi? Gebeurde er nog wat spannends? Om het in ieder geval spannend te maken stelden wij ons een doel: gemiddeld moest er 5½ uit 9 worden gehaald. Het leek haalbaar, maar in de eerste ronden viel het tegen. Dat had met de manier van indelen te maken. In de laatste ronden werd een inhaalslag gemaakt, maar het lukte uiteindelijk niet. Aan Ben met 6 uit 9 heeft het niet gelegen en aan Bernard en Henk met 5½ uit 9 ook niet. Maar Willem en ik haalden slechts 5 uit 9 en Gerhard bleef steken op 4½ uit 9.
Er was een paar keer sprake van (poging tot) broedermoord. Bernard kondigde aan dat hij ervoor ging zitten tegen Ben, maar de vrede werd uiteindelijk toch -wat vroeg?- getekend en daar bleek Ben na analyse achteraf heel blij mee te zijn. Als Bernard doorgespeeld had… Ikzelf kreeg in de derde ronde de altijd gevaarlijke Gerhard te bestrijden. Dat was bepaald niet voor het eerst. In Dresden hadden we in de vorige eeuw al tegen elkaar gespeeld en in Andorra 2002 ook. Daar ging het tot mijn ontzetting zelfs helemaal fout voor mij. Nu, zeven jaar later, ging ik er dus maar eens goed voor zitten. Ik won en wel omdat Gerhard wat al te gemakkelijk dacht over zijn stellingsnadeel.
Ieder van ons heeft wel een paar getitelde spelers mogen bevechten. Voor Bernard is dat een standaardsituatie en hij heeft, gezien zijn tpr, ook gewoon gedaan wat van hem mocht worden verwacht. Ben deed het qua punten nog beter, maar die partij uit de laatste ronde zal hem niet lekker zitten. Meer zeg ik niet. En nou niet allemaal op internet naar die partij gaan zoeken, hè!? Henk bereikte in deze ronde nu juist zijn hoogtepunt: IM Pytel werd met de zwarte stukken keurig op remise gehouden. Heel lang werd onze magere lat gezeten door de moddervette IM, maar zonder positief resultaat. Sterker, ergens halverwege de ronde liet Henk zich ontvallen dat hij het was die gewonnen stond. Ook Gerhard had de laatste ronde mooi kunnen afsluiten, maar hij legde het hoofd kennelijk te vroeg in de schoot. Jammer, want het had zijn toernooi goed kunnen maken. Willem zal met de vijf punten niet heel happy zijn geweest, hij speelde een wat kleurloos toernooi. En eigenlijk was ik met mijn vijf ook niet blij. Ik heb weer eens een keer -in de eerste ronde, tegen de latere toernooiwinnaar- opgegeven in remisestelling. Ik zag de reddende manoeuvre niet, in die zin was er volledig sprake van gerechtigheid. En ik werd traditiegetrouw geteisterd door kleine jongetjes gewapend met afruil-fransozen. Ik beloof u dat ik daar nu toch eens werk van ga maken.
Resten mij nog wat losse opmerkingen.
Dat je in de dorpjes en steden van Noord-Frankrijk nog niet dood en begraven wil liggen. Wat een saaie ellende, wat een haveloze bedoening!
Dat Napoleontische en andere oorlogen in deze streek hun sporen duidelijk hebben nagelaten, met monumenten, standbeelden en vermoedelijke bomkraters tot gevolg.
Dat een van de reisgenoten, die des ochtends vroeg op een bankje stilletjes van een ongezonde gewoonte genoot, elke dag aanspraak had van een langs tippelend besje. Die hem in helder Frans kordaat toevertrouwde dat ze twee flanelletjes aanhad. Honi soit qui mal y pense!
Dat niet-Marokkaanse eetgelegenheden op zondag allemaal dicht zijn. Dat het eten bij een Marokkaan ons allemaal reuze goed beviel… Allemaal? Nou, een iemand niet en met wat mensenkennis kunt u wel een gokje wagen wie dat was.
Dat de vrouw van de eerdergenoemde Pytel liever op tijd verliest dan dat ze een partij fatsoenlijk opgeeft en dat zij met haar eega wedijvert in omvang.
Dat Ben de tweede seniorenprijs won, achter een dunne, depressief ogende Oekraïense meester maar voor de dikke Pytel. We hebben hem uiteraard beschaafd toegejuicht, maar toch vond ik dat hele seniorengedoe een beetje gênant.
En tenslotte: dat de nazaten van de Franse artillerieofficieren in La Fère het toernooi werkelijk bijzonder goed hadden georganiseerd en met oog voor de noden van de jonge kindertjes die in groten getale aanwezig waren. Wie had dat van die bizarre, pens verslindende Galliërs gedacht?
□
Noot van de redactie: Heeft u zich bij het lezen van bovenstaande artikel ook afgevraagd wat een afruil-fransoos dan wel mag zijn? Vroeger had je een woordenboek, tegenwoordig hebben we de internetzoekmachine Google. Google kent maar 2 artikelen met het begrip ‘afruil-fransoos’
1. uit 2004: http://www.zukertortamstelveen.nl/lechec/149%20RK%20De%20nobelprijs%20voor%20de%20vrede.pdf
2. en jawel hoor, het bronartikel uit 1997: http://svpromotie.nl/Artikelen/ARTICLE53.html ;
Een artikel met de naam Tok Tok, Dwarrel Dwarrel, Een impressie van het toernooi te Balatonberény ’97 door
Manuel Nepveu (!)
(En wist u overigens dat de naam Google een spelfout is van ‘Googol’. Googol is in de wiskunde een aanduiding van een getal met de waarde 10100. )
