Het werd een leerzame periode, de maand oktober van het jaar des Heere 2009.
Het grote louteren van de financiële wereld bracht een spectaculair stuk, waarin de man die ooit van de armen nam om het aan de rijken te geven en zich zelf op megalomane wijze eeuwig aanzien wilde geven, plotsklaps transformeerde in een hardwerkende, eerlijke plattelandsjongen die door de gevestigde machten werd tegengewerkt. En dan ook nog eens zodanig dat zijn goudeerlijke personeel en zijn inhalige, doch naïeve spaarders er de dupe van werden. Behalve bij zijn aangeslagen personeel, kwam hij nergens weg met deze truc. Tegelijker tijd speelde er nog iets anders. Het TV programma Zembla bracht een documentaire waarin klip en klaar werd gesteld door mensen die er zeker een goede kijk op hebben dat de in Nederland gevestigde Multi-nationals weinig tot niets aan winstbelasting bijdragen aan de schatkist. En dat daarmede op jaarbasis zo’n 16 miljard gemoeid is.
Hoewel het al vele jaren een publiek geheim was, zal dit toch als een schok ervaren zijn door ondernemingen die wel het normale tarief winstbelasting moeten afrekenen. En naar ik aanneem ook voor de particulier die langer zal moeten werken om de AOW op termijn in stand te houden. Wat is nu het verband tussen deze twee gebeurtenissen?
Dat verband zit bij het Ministerie van Financiën. De minister steekt geen hand uit naar de omvallende bank. Daar heeft hij mijns inziens volkomen gelijk in, maar het gaat om zijn retoriek. “Zo veel geld er in pompen met een tot aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het geld verloren gaat, dat kunnen wij de hardwerkende belastingbetaler niet aan doen”. Als vervolgens Zembla het Ministerie om commentaar vraagt, wil men niet meewerken. En daarom doe ik het hier voor hen. De Minister van Financiën zou graag willen verklaren dat wij het de hardwerkende belastingbetaler zeer zeker kunnen aandoen dat hij de 16 miljard die de Multi-nationals niet betalen, zelf moet bijspijkeren. De hardwerkende belastingbetalers zijn immers met velen en die arme Multi-nationals met weinigen, dus natuurlijk moet dat kunnen.
Kennen wij nu de ondergrens en de bovengrens van wat wij de hardwerkende belastingbetaler kunnen aandoen? Gaan we alle grote (staats) zaken voortaan op die manier bekijken? Wat we de hardwerkende belastingbetaler wel of niet kunnen aandoen?
Het toeval wilde dat ik op de avond van Zembla bladerde in een deel van mijn schaakarchief. Ik kwam er twee knipsels tegen die verband houden met de Belastingdienst.
Het eerste was een passage uit een module van een belastingopleiding:
“Sommigen zien de belastingdienst als een tegenspeler in een schaakspel, die met enkele zetten schaakmat moet worden gezet (al of niet op geoorloofde wijze)”
Dat de Multi-nationals de Belastingdienst telkens schaakmat zetten is een voldongen feit. Waar het Nederlandse volk het nog eens over zou moeten hebben is of dat op geoorloofde of ongeoorloofde wijze gebeurt.
De tweede knipsel komt uit het periodiek “Wij van Financiën”.
Het kopje luidt: “Belastingen en Televisie” . De Inspectie der directe belastingen te Rijswijk werkte mee aan een uitzending over het invullen van aangiftebiljetten met de mogelijkheid dat vanuit het publiek vragen te stellen. Deze uitzending vond plaats in 1977 en werd verzorgd door de Regionale omroep Zoetermeer.
Het is de foto die intrigeert. Want met de rug naar het panel zit, buiten het TV beeld, een schaker met drie anderen aan het bord gekluisterd. Is de aangifte Inkomstenbelasting al gesneden koek voor hem? Of is schaken toch interessanter?
