Oeroeg

Er moet meer gelezen worden. Allerhande belanghebbenden doen zo af en toe hun best deze boodschap in de media te brengen. Bij zo’n recente campagne is de klassieker “Oeroeg” van de schrijfster Hella Haasse weer eens onder de aandacht van het publiek gebracht. Het boekje heeft “tig” herdrukken beleefd, maar ik had het eerlijk gezegd nog nooit gelezen.
In het kader van dezelfde campagne werd de gelijknamige speelfilm uit 1993 ’s avonds laat op televisie uitgezonden. Een deel van de gebeurtenissen speelt zich af tijdens de politionele acties (1947-’49) in wat toen Nederlands-Indië heette. Dat is precies de tijd waarin ook het boek “Oeroeg” werd geschreven. In de film wordt een Indonesische verzetsstrijder (een “plopper” in het verfijnde taalgebruik van die dagen) ernstig mishandeld. Hé, maar dat is raar! Volgens mij is eerst sinds de affaire Hueting in 1969 algemeen bekend geworden dat Nederlanders zich tijdens de politionele acties aan oorlogsmisdaden hebben overgegeven. Zou Hella Haasse, die in 1948 gewoon in Nederland woonde, dit dan al hebben geweten en vervolgens in haar boek verwerkt? Ik geloofde er niets van.
De film was om half twee ’s nachts afgelopen, een kwartier later had ik het gelijknamige boekje opgesnord en zat ik te lezen. Drie uur later had ik de honderd en achtentwintig bladzijden verslonden. Mijn ogen waren over de regels gedanst; ik had het boek gewoon niet terzijde kunnen leggen, ondanks het nachtelijk uur. Opmerkelijk, want het boek is niet bepaald een “whodunnit” of een avonturenroman. Pas op bladzij 118 raken de gebeurtenissen in een stroomversnelling en de echte climax vindt plaats in de laatste vier bladzijden. In een ragfijn weefsel had Hella Haasse mij drie uur lang gelijk een sirene wakker en gekluisterd weten te houden.
Het was me na lezing duidelijk dat er helemaal geen film van dit boek gemaakt kon worden. Anders gezegd, de film “Oeroeg” had nooit die titel moeten krijgen en viel hopeloos door de mand. In het boek werden geen “ploppers” mishandeld -kwam deze hele term niet voor- en werd de vader van de ik-persoon niet vermoord. De filmmaker permitteerde zich deze en andere vrijpostigheden, kennelijk om vaart in de film te brengen. Hij construeerde voorts een eindscene waarbij het glazuur van je tanden springt. Eind goed, al goed -een volledig geslaagde verkrachting van het boek.

Deze narigheid bracht mij nog een andere film in herinnering. Ik heb ooit “The Luzhin Defense” gezien, een film gebaseerd op een novelle van Nabokov en geregisseerd door Marleen Gorris. Gorris moge in sommige kringen als een dijk van een regisseuse gelden, hier heeft zij een volstrekt idiote schaakfilm afgeleverd. Dat er tijdens een toernooipartij een illegale matzet wordt uitgevoerd is misschien nog wel het kleinste euvel. Ik hoor Donner vanaf een wolkje daarboven roepen: “Kunnen vrouwen schaakfilms regisseren?” Ik ga die vraag niet beantwoorden, maar mijn ervaring met “Oeroeg” indachtig kan ik wel een nuttige conclusie trekken: misschien moet ik Nabokovs boek gewoon maar eens gaan lezen…

Scroll naar boven