De Vedettes van het Eerste |
Maarten van Zetten |
We kennen allemaal de voetbalclub Real Madrid wel. Al een paar jaar heeft Real Madrid de status van vedetteclub. Individueel hebben ze zeker veel talent in huis, maar het probleem is juist dat het géén team is. Hier spelen dingen als sponsoring, aantrekken van bepaalde spelers en tegenvallende prestaties een rol.
De lezer zal zich al afvragen wat Promotie 1 hier mee te maken heeft. Een blik op de ranglijst in 3C leert ons dat het niet zo geweldig gaat met Promotie 1. Een vergelijking met Real Madrid gaat veel te ver, maar een bepaalde redacteur, van wie ik de naam maar met de mantel der liefde zal bedekken, wil altijd artikelen voor het clubblad. Hiermee heb ik dan toch maar weer aan zijn wens voldaan, en deze titel schoot me als eerste te binnen. (red.: Je bent redacteur of je bent het niet – RdV)
Hoe kan een Team met mannen als Bernie, Ben Ahlers, de altijd Solide Broekman en de Vreselijke van den Bergh het zo slecht doen? Je zou bijna denken dat het toch ligt aan het feit dat we de 3e klasse niet zo serieus nemen, of zijn we als team gewoon zoveel slechter geworden?
Het begon dit seizoen echt vreselijk. Na een ontspannen ritje naar Apeldoorn, luisterend naar echte muziek van Sjaak kwamen we mooi op tijd aan. Wat hier gebeurde is bijna te erg voor woorden. Gezeten in tuinstoelen amper een meter van elkaar, met de klokken zo ongeveer op de plaats waar normaal de parasol staat, moest er geschaakt worden. De wedstrijd begon tekenen van onheil te vertonen, toen een bepaalde speler aan bord 4 het nodig vond om 1 van de meest idiote gambieten af te straffen met een dubieuze koningswandel. De 1900-speler kon zijn botte lusten uitoefenen op de zielige koning van de zwartspeler. Terwijl de ongelukkige zwartspeler nog wel zo’n heldenrol voor zijn koning in gedachten had. Bij de andere spelers ging het niet veel beter. Een speler aan het 6e bord kreeg op de 6e zet een volle toren aangeboden, dat hij deze partij niet wist te winnen was misschien omdat hij ‘al zijn blunders altijd in 1 partij probeert te stoppen’.
Tel daarbij op dat een bepaalde speler aan het 8e bord het niet trof met zijn jeugdige tegenstander vol theorie gepropt. Een paar remises en een paar ongelukkige nederlagen zorgden ervoor dat we weer sacherijnig naar huis konden. Enige wat me daar in Apeldoorn vrolijk kon maken was de remise van onze kopman. Gezeten in zijn favo opening, pion achter in een eindspel aankijkend tegen een loperpaar had zijn tegenstander zulk een medelijden dat hij maar zo dom was om 3 maal dezelfde stelling op het bord te laten verschijnen.
Na deze wedstrijd moesten de doelstellingen maar een beetje bijgesteld worden. De tweede wedstrijd in de 2B Home speelden we tegen Oud Zuylen. Deze wedstrijd ging weer verloren. Onze eigen Mostrovic, dé paardenfluisteraar, onze eigen wurgschaak-kunstenaar zat deze keer aan het 2e bord. Hier wist hij met subtiel spel een mooie stelling op te bouwen. Helaas op het moment van oogsten werd het spelletje 3 x het zelfde gedaan, en een mooie remise tegen een sterke tegenstander neergezet. Wat wel jammer was dat hij zelfs deze partij kon winnen.
Zelf mocht ik tegen een correspondentieschaker spelen. Deze mensen weten altijd wel veel van openingen. Helaas voor hem, speelde hij tegen een caro-kann killer. In een wilde partij, waar in ik een nieuwtje speelde wist ik al snel te winnen. Dat het een nieuwtje was, was wel raar aangezien het een logische zet was. En na alle schepen achter me te hebben verbrand, ownde ik hem in de aanval. Dit leverde genoeg poppetjes op voor een gewonnen eindspel. Ben kwam ook goed te staan, maar dit was erg moeilijk om de killermove te vinden. Als die er al was, werd die niet gevonden en zo eindigde de partij in remise. Bernie zat aan het 1e bord. Na een saaie Engelse opening had hij een paar uur kunnen slapen, en in het 5e speeluur moest hij nog een slecht toreneindspel verdedigen. In een stelling waar u en ik allang huilend waren gestopt ging Bernie nog vrolijk verder. Met een ongelofelijk slechte schwindel wist hij na nog vele avonturen een halfje binnen te slepen. Op het moment van de schwindel moest zijn tegenstander, die ook weer was ontwaakt mijn onderdrukt gelach wel horen. Dit had ten eerste te maken met de kwaliteit van de zet. En ten tweede vooral met de manier waarop Bernie deze zet uitvoerde. Alsof hij, De Grote Bernie in een toreneindspel met een pion minder, uiteindelijk maar in remise moest berusten. In ieder geval zorgde dit ervoor dat Bernie in 2 wedstrijden al voor 1 onverdiend punt zorgde. Ook was dit 1 van de leukste wedstrijden waarin mijn team verloor. Bernie veroorzaakte zoveel humor met zijn actie dat ik me nog steeds niet druk maak om het ene matchpunt dat we daar verspild hebben.
Gedenkwaardig was nog dat Manuel, toch wel onze echte KNSB-speler inviel. Zijn nederlaag viel te wijten aan het feit dat de 3e klasse KNSB teveel op de Promotieklasse lijkt. En dit is het onderbondniveau waartoe Manuel zich niet wil verlagen.
Hierna deelden we dan eindelijk de les uit tegen Paul Keres 3. Hier mocht Bernie aan het 1e bord tegen iemand die allemaal a4’tjes met voorbereiding bij zich had. Helaas voor die beste man was hij de mindere toen het op echt schaken aankwam. En met een soepele combo werd hij naar huis gestuurd, waar hij ongetwijfeld gelijk ging voorbereiden voor de volgende KNSB-ronde. Zelf werd ik aan bord 8 gezet. (Hoe bedoel je vedettegedrag wordt gestraft;) ) Deze partij is in een ander nummer van de Promoot al aan bod gekomen, en ik hoef er verder dan ook niet op in te gaan. De wedstrijd werd vrij eenvoudig gewonnen, dus dit heeft verder dan ook geen commentaar nodig.
Wel moet ik zeggen dat het schaken en alles eromheen in de 3e klasse een stuk minder leuk is. Mindere locaties, weinig echt sterke spelers en het doet allemaal wat amateuristisch aan.
Onze 4e wedstrijd speelden we tegen SMB 2. Dit team had met heel veel geluk nog 4-4 en de teamleider wist na afloop nog te verkondigen dat 4-4 wel terecht was. Hij begreep waarschijnlijk net zoveel van het spel als mijn tegenstander die maar niet begreep dat hij met meer piongroepjes in het eindspel slechter stond. Al was het verschil dat mijn tegenstander wel een aardige man was.
De 5e wedstrijd wonnen we dan eindelijk weer. We mochten niet klagen over het materiaal wat ons in de schoot werd geworpen. Pionnen, stukken en zo eindigde dit in een 5½ – 2½ overwinning. Zelf had in een lastige partij. Voor de laatste 10 zetten nog 5 minuten in een moeilijk paardeindspel. Mijn tegenstander had nog een uur. Gelukkig speelde hij het niet helemaal goed, en kon ik op een leuke manier winnen.
De 6e ronde speelden we tegen Amersfoort 2. Dit had al wat meer weg van een echte wedstrijd ware het niet dat we hier ook de overwinning verspeelden. Willem nam na 10 zetten zijn tegenstander niet meer serieus. Deze man gaf ook al 2 pionnen weg, dus ik kan Willem wel begrijpen. Dit zorgde er wel voor dat hij een stuk weggaf en zo nog verloor. Dit duel eindigde in 4-4.
Wat valt er allemaal over het 1e te zeggen zult u denken na dit gelezen te hebben. De 3e klasse vind ik maar niets. Tegenstanders die van de theorie afwijken met allemaal rare zetten, te kleine speellocaties, hardop pratende mensen, scheidsrechters die je niet serieus kan nemen, mensen die veel materiaal weggeven, tegenstanders die nauwelijks serieus te spelen openingen op het bord brengen, een team genaamd Promotie wat te weinig wedstrijden wint, en waar het soms aan wedstrijdmentaliteit ontbreekt. Dit is wel een punt wat ik kwijt moet.
Het ontbreekt ons team nog wel eens aan mentale hardheid. Daar waar er gewonnen moet worden, wordt remise gespeeld. Ook is het wel eens zo dat tussen de 30e en 40e zet goede stellingen worden weggegeven. Er kan urenlang over de opstelling worden gediscussieerd, maar we kunnen ook gewoon goed gaan schaken!
We moeten onze denkbeeldige vedettestatus maar van ons afschudden, en dit seizoen nog de laatste 2 wedstrijden echt ons best doen.
Dan spelen we volgend jaar als Barcelona mooi schaak, en voor de titel!!
