|
Restbilder aus Dresden |
Willem Broekman |
|
Het toernooi in Dresden zit erop. Het stond in het teken van afnemende schaakkwaliteiten in relatie met de leeftijd. Een forse discussie is gevoerd met Manuel die de handdoek in de ring wil gooien. De grondoorzaak is echter niet de leeftijd maar hoe je met problemen op het schaakbord omgaat. Je zal wat meer aan tactiek moeten doen (Boekje van Nunn) en je zal wat beter geconcentreerd achter het bord moeten zitten. Ik merk dat het laatste wel moeilijk is. Je gaat wat makkelijker tegen het leven aankijken en gaat wat meer relaxt om met een schaakpartij. Terwijl de adrenaline juist door het lichaam moet stromen. Fritz maakt het er ook niet gemakkelijker op. Kwam je vroeger nog weg met het idee een redelijke partij gespeeld te hebben, tegenwoordig wordt het falen in elke partij weer genadeloos vastgesteld. Om moedeloos van te worden.
Nieuw toernooi, nieuwe kansen. 8 van de 9 partijen goed geconcentreerd gespeeld. Voor mijn doen een uitstekend resultaat gehaald (6 uit 9). Gewonnen van diverse sterkere spelers en een eerste resultaat tegen een grootmeester. Mijn speelstijl was als vanouds. Met de rug tegen de muur. Goed geconcentreerd, want mijn tegenstander kan er ook niets van en er komt nog wel een fout voorbij.
|
|
|
|
Mijn partij met zwart tegen Hutschenreiter (2066). Wit aan zet. Na een felle strijd ontstond de stelling hiernaast op het bord. Remise dreigt via een vesting. Wit gaat eerst maar eens het pionnetje op a5 ophalen. Herkent U het probleem? In de schaakpsychologie noemt met dit een restbild. Een van de grondoorzaken van blunders. Je rekent maar houdt er geen rekening mee dat op de plaats van het paard een toren kan verschijnen. Want in je gedachte staat daar nog een paard. Ook al heeft het paard gespeeld. Er blijft een restbeeld van een paard over en het veld is dus niet toegankelijk
|
|
Mijn tegenstander heeft op dit moment gerekend en de zetten verder automatisch uitgevoerd. Het ging als volgt: 61. Dd8+ Kf7, 62. Dxa5 Pe6+, 63. Kf5 Tc5+, en de stukken kunnen in het doosje.
|
|
|
|
En wat vindt U van deze stelling. Met zwart tegen R.Böhm (2187). Wit aan zet. Bernard heeft mij uitgebreid de les gelezen en vindt dat wit hier gewonnen staat. Is misschien ook zo. Maar zwart heeft compensatie. Om a2 te redden moet wit daar met de koning naar toe. Zwart speelt zijn koning naar f5 en dreigt een vrijpion te creëren ondersteund door zijn koning. Verder dreigt er via Pd4 een pionnenfront te ontstaan in het centrum. Na lang denken offerde wit zijn loper tegen 2 pionnen: 41.Lxf4 Pxf4+, 42. Ke3 Pd3, 43. Kxe4 Pb4, en wit ging er redelijk geruisloos af.
|


